Halsema schiet door naar rechtse politiek

Het is onbegrijpelijk dat GroenLinks-leider Halsema deverzorgingsstaat wil offeren aan keuzevrijheid. Deverzorgingsstaat moet eerder uitgebreid.

Zijn pleidooien voor een uitgebreide verzorgingsstaat links?Tot nu toe wel. GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema opendeechter een ferme aanval op de 'verstatelijking van desolidariteit'. Linkse partijen hebben daarop in de afgelopendecennia een 'onevenredig zware nadruk' gelegd. Halsema wil afvan 'toenemend staatspaternalisme' en 'bevoogdendestaatsarrangementen' zo schrijft zij in de bundel 'Vrijheid alsideaal'. Ze verzet zich tegen linkse pogingen tot restauratie vande verzorgingsstaat, want 'de huidige verzorgingsstaat kweektafhankelijkheid en inactiviteit'. In haar alternatieve visie,'sociaal individualisme', staat emancipatie centraal,gedefinieerd als 'het mogelijk maken van sociaal-economische enculturele keuzevrijheid'. Collectieve arrangementen ziet Halsemaals 'sociaal-economische belemmeringen voor zelfontplooiing'. Alsvoorbeelden noemt ze collectieve pensioenregelingen, AOW, WW enkinderopvang. Hoe deze de zelfontplooiing belemmeren blijftonduidelijk. Ook de alternatieven blijven vaag: ze noemtflexibilisering van de arbeidsmarkt en persoonsgebonden budgettenvoor kinderopvang.

Het is een radicale breuk met het verleden om collectievearrangementen niet langer te omarmen. De belangrijkste redenlijkt te zijn dat deze zelfontplooiing en individuelekeuzevrijheid zouden belemmeren. Maar hoe steekhoudend is diegedachte?

Stel dat kinderopvang inderdaad een (collectieve)basisvoorziening was. Dan waren er, naar analogie vanScandinavië, voor iedereen kwalitatief goede, voor iedereenbetaalbare en toegankelijke crèches en voor-, na- entussenschoolse opvang -een situatie waar we mijlenver vandaanzijn. Belemmert een dergelijk systeem de individuele ontplooiing?Van wie dan? Toch niet van de ouders die hun kinderen in goedvertrouwen uit handen kunnen geven, noch van de kinderen, wierontwikkeling hiermee juist gestimuleerd wordt?

Belemmert een dergelijke stelsel de individuele keuzevrijheid?Minder dan nu, want nu dwingt het krakkemikkige systeem veelmoeders tot kleine baantjes of thuisblijven. Maar toegegeven: wieindividuele keuzevrijheid tot politiek hoogste goed verklaart,kan zo'n Scandinavisch stelsel nooit met kracht bevorderen.Individuele keuzevrijheid en kwalitatief hoogwaardigevoorzieningen staan op gespannen voet met elkaar, zowelfinancieel als organisatorisch. Financieel, omdat alleen eenpolitieke keuze voor collectieve kinderopvang kan legitimerenwaarom de overheid liever geld steekt in bijvoorbeeld naschoolseopvang dan in gezinsinkomensafhankelijke regelingen die het thuiszorgen van moeders bevorderen.

Maar ook organisatorisch staan keuzevrijheid en collectievevoorzieningen op gespannen voet. Stel je keuzevrijheid voorop,dan sluis je het collectieve geld voor kinderopvang door naar deouders en laat die kiezen voor zelf zorgen, kinderdagverblijven,oppasopa's of wat dan ook. Een persoonsgebonden budget isdaarvoor inderdaad een handig instrument. Maar de prijs hiervanis wel dat er totaal geen zicht is op kwaliteit entoegankelijkheid van kinderopvang. Het collectieve geld kan danook gebruikt worden om kinderen de hele dag met chips voor de tvte zetten. En als er in een bepaalde regio helemaal geennaschoolse opvang beschikbaar is, of deze van lage kwaliteit is,dan is de overheid daarop niet aanspreekbaar. De overheid kiestimmers niet meer, alleen de burger zelf kiest nog.

Links heeft persoonsgebonden budgetten in de zorg dan ook nietomarmd uit enthousiasme over keuzevrijheid, maar als exit-optie:als mogelijkheid om te ontsnappen aan de ondermaatse collectievevoorzieningen, in de hoop die daarmee tot verbetering te dwingen.Halsema heeft groot gelijk dat dergelijk exit-opties er altijdmoeten zijn, maar dat is wat anders dan dat keuzevrijheid opzichzelf zo'n groot goed zou zijn.

Kortom: wie vooral een palet aan keuzemogelijkheden bepleit, kan niet tegelijk pleiten voor een sterk collectief stelsel.Links verkiest steevast collectieve voorzieningen boven dekeuzevrijheid, liberaal rechts doet het omgekeerde. Halsema staptin die zin naar rechts over.

Steeds duidelijker wordt bovendien dat veel burgers helemaalniet op die keuzevrijheid zitten te wachten, zo blijkt ook uitde diverse bijdragen in de volgende week te verschijnen bundel'Vrijheid verplicht'. Liever willen ze hoogwaardige collectievevoorzieningen. Liever de zekerheid dat het verpleeghuis ofkinderdagverblijf op de hoek goed is dan een ingewikkeldkeuzemenu met talloze opties die je toch niet goed kuntbeoordelen.

Halsema benadrukt dat 'de overheid niet onnodig moetmoraliseren'. Natuurlijk: onnodig is onnodig. Maar zegt zedaarmee dat de overheid niet moet moraliseren? Ik zou zeggen: datmoet ze wel, ten behoeve van de kwaliteit en toegankelijkheid vande collectieve goederen. Ieder fatsoenlijk beleid vertrekt vanuiteen visie op het goede leven en op de organisatie vansolidariteit. Die visie is historisch veranderlijk. Daarom isniet alleen beperking maar ook uitbreiding van deverzorgingsstaat voor links belangrijk. Wat wel en niet onder deverzorgingsstaat valt, is afhankelijk van historisch toeval.Waarom vallen ouderenzorg, gehandicaptenzorg en AOW wel binnende verzorgingsstaat, maar kinderopvang, vrouwenopvang enzorgverlof niet? Omdat de eerste drie tijdens de opbouw van deverzorgingsstaat als collectief goed erkend werden, terwijl delaatste drie die erkenning pas kregen toen de verzorgingsstaatzwaar onder vuur lag en alleen nog maar over afslanking gepraatkon worden. Links heeft hier de dure plicht om te bepleiten datook nieuwere problemen (als kinderopvang, vrouwenopvang enzorgverlof) deel uit gaan maken van de verzorgingsstaat, inplaats van aan de rand te blijven bungelen.

Halsema noemt haar alternatief liever niet liberaal maarvrijzinnig. Vrijzinnigheid is een interessante cultuurpolitiekenotie, waarmee Halsema treffend neerzet dat individuele vrijheidniet synoniem hoeft te zijn aan egoïsme en egocentrisme, maargepaard kan en moet gaan met verantwoordelijkheidgevoel, sociaalengagement en culturele openheid.

Deze cultuurpolitieke wending naar vrijzinnigheid is politiekvernieuwend en verdient alle lof. Hij moet echter niet toegepastworden op collectieve voorzieningen, want daar verwordt hij totliberalisme. Kwalitatief hoogwaardige collectieve voorzieningenvereisen meer dan individuele vrijheid: ze vereisen een visie ophet publiek goede en de moed om zelfs in deze tijd vooruitbreiding van de verzorgingsstaat te pleiten. Als datstaatspaternalisme is, moet links dat omarmen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden