Halsema een leeuw tussen lammeren

De liberale denker Gerry van der List, die de afgelopen zomer in een column in de Volkskrant zijn ergernis uitte over het publieke gedrag van sommige homo's tijdens de Gay Games in Amsterdam, wilde deze week niet reageren op de uitspraak van de rechter in de zaak-Van Dijke. Hij moet vanwege zijn column zelf voor de rechter verschijnen wegens belediging en doet daarom op aanraden van zijn advocaat voorlopig geen uitspraken over het onderwerp. Dat krijg je ervan als het publieke debat wordt gejuridiseerd, dan laten interessante deelnemers zich een slot op de mond doen. Maar er zijn nog meer ongunstige gevolgen.

Van der List was niet de enige die het beter vond zijn mond te houden over de veroordeling van het RPF-kamerlid wegens het beledigen van homoseksuelen. Ook de vijftien kamerleden die deze krant om commentaar vroeg hielden, op een enkeling na, stijf hun mond dicht. Een van hen gaf als verklaring voor zijn zwijgen dat er nog een hoger beroep volgt, zodat de zaak onder de rechter blijft en daarom van zijn kant terughoudendheid past. Een ander wilde het vonnis eerst eens grondig, met behulp van juridische deskundigen, bestuderen. Een derde verwees naar een collega en een vierde vroeg stomverbaasd: waarom belt u míj?

Opmerkelijk is wel het minste wat je van deze reacties kunt zeggen, want het gaat in het vonnis van de Haagse rechtbank niet alleen om een collega-kamerlid, maar ook om de grenzen van het publieke debat, dus om het functioneren van alle kamerleden. De rechters achtten bewezen dat Van Dijke zich met zijn uitspraken over homoseksuelen twee jaar terug in Nieuwe Revu aan opzettelijke belediging heeft schuldig gemaakt. Zij schoven zijn verweer terzijde dat zijn woorden ('is een praktiserend homo beter dan een dief?') uit de context van zijn geloofsovertuiging waren gehaald en dat hij niet de bedoeling had gehad homo's te kwetsen, maar juist de hypocrieten in eigen kring had willen hekelen die zwaarder tillen aan homoseksualiteit dan aan stelen en frauderen. Doorslaggevend voor de rechters was dat het kamerlid had behoren te weten dat de homo's zich als collectief door zijn uitlatingen geraakt zouden voelen. Van kamerleden mag worden verwacht, oordeelden zij, dat zij in hun uitlatingen 'rekening houden met gevoelens en denkbeelden die in de samenleving leven'.

Het gerechtshof in Amsterdam sprak twee jaar geleden, evenals de rechtbank, Parool-columnist Theodor Holman vrij van de beschuldiging dat hij met zijn opvatting 'ik vind christenhonden nog steeds misdadigers' christenen zou hebben beledigd. Het hof kon niet met zekerheid vaststellen of er sprake was geweest van opzet. Dat de Haagse rechtbank de zaak nu als het ware omdraait, is voer voor juristen en het hof moet maar vaststellen of dat kan. Voor kamerleden zou het gevolg kunnen zijn dat zij om de haverklap door een beledigde partij voor de rechter worden gesleept, want zij moeten niet alleen rekening houden met gevoelens onder de bevolking, maar ook met denkbeelden die leven. Dat is een onbegrijpelijke eis, want dat betekent zelfs dat het niet mogelijk zou zijn de denkbeelden van Van Dijke over homoseksualiteit te bestrijden.

Nog onbegrijpelijker is daarom dat de meeste kamerleden niet in staat bleken of zich geroepen voelden vanuit hun perspectief als publieke ambtsdrager op dat muilkorvende vonnis te reageren. Dat duidt erop dat het zelfbewustzijn van de huidige generatie kamerleden maar matig is ontwikkeld. Als hoeders van het vrije woord hadden zij niet als een lam moeten wegkruipen, maar zich naar het kloeke voorbeeld van het GroenLinks-kamerlid Femke Halsema als een leeuw moeten weren. Zij verklaarde direct in deze krant dat zij de inperking van het vrije debat, die in het Haagse vonnis ligt besloten, onacceptabel vindt. Je moet intolerantie niet met intolerantie bestrijden, zei ze, want dan krijg je een sfeer in de samenleving waarin je het moeilijk nog met anderen oneens kunt zijn.

Halsema stelde wel als voorwaarde dat partijen gelijkwaardig zijn. Volgens haar vormen homo's in de mate van acceptatie nog steeds een minderheid, maar niet meer in hun vermogen zich te verweren. Zij vraagt zich, met andere woorden, af of het in de kwestie-Van Dijke nog wel nodig was de hulp van het strafrecht in te roepen om de homo's als minderheid te beschermen. Dat argument sluit aan bij het verweer van de advocaat van Holman, dat de bezwaren tegen diens column niet thuishoorden bij de strafrechter, maar in het politieke debat. Het strafrecht diende voor de bescherming van kwetsbare groepen, niet voor weerbare groeperingen, zoals de christelijke, die over eigen partijen en media beschikken. In dat licht is het wel ironisch dat de strafzaak tegen Van Dijke juist door de hoofdredacteur van de Gay Krant, de liberaal Henk Krol, op gang werd gebracht.

Een vraag die na de veroordeling van het RPF-kamerlid dan ook rijst, is wie daar nu eigenlijk iets mee opschiet. Het was veelbetekenend dat deze week geen enkele homo-organisatie het Haagse vonnis als een markant succes of een nieuwe stap in de emancipatie opeiste. Dat zou ook lichtelijk overdreven zijn geweest. De emancipatie van homo's, in juridische zin, was praktisch al volledig een feit met de totstandkoming van de wet gelijke behandeling onder het derde kabinet-Lubbers, waarvan nogal wat christenen deel uitmaakten. Het voornemen van het paarse kabinet om het homohuwelijk te introduceren, zet hooguit nog een puntje op de i. De voortgang in de sociale emancipatie wordt gemarkeerd door het groeiende aantal kamerleden dat zich als homoseksueel manifesteert en door de organisatie van de uitbundige Gay Games in Amsterdam.

Tegen die achtergrond is het zelfs de vraag of homo's wel verheugd moeten zijn over de uitspraak van de Haagse rechtbank, want goed beschouwd worden ze daarmee weer in de hoek van zielige minderheid gedrukt. Het D66-kamerlid Boris Dittrich ziet dat anders. Hoewel vertegenwoordiger van een partij die altijd krachtig voor de burgerlijke en politieke vrijheden is opgekomen, toonde hij zich met de afbakening van de vrijheid van meningsuiting ingenomen. Dat is opnieuw een symptoom van de onwelwillende houding van paarse politici tegenover de verscheidenheid van culturen en opvattingen in onze samenleving. Misschien moet daaruit wel de overwegende zwijgzaamheid van de coalitiepartijen over het Haagse vonnis worden verklaard: men vindt het stilletjes wel mooi dat Van Dijke is aangepakt.

Tegenover het stiekeme paarse conformisme stond gelukkig Femke Halsema, die laconiek verklaarde dat zij beledigen niet zo kwalijk vindt. 'Beledigen is een essentieel middel in de politieke strijd en als ik me neerbuigend over de VVD wil uitlaten, wil ik dat in vrijheid kunnen doen', zei ze.

Met zo'n volksvertegenwoordigster kun je de oorlog in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden