’Hallo, wij zijn de Black Keys en komen uit Akron, Ohio’

De Black Keys, gezien in Paradiso, Amsterdam op 28/6.

Het begrip rechttoe-rechtaan lijkt voor ze uitgevonden. Show? Spektakel? Praatjes met het publiek? Het duo de Black Keys heeft er geen boodschap aan. Met een „hallo, wij zijn de Black Keys en komen uit Akron, Ohio” slenteren ze maandagavond het podium op en het zal de langste volzin zijn die het publiek de hele avond te horen krijgt. Het visuele aspect van de show wordt gevormd door enkele autobanden die achteloos op het podium neergesmeten zijn.

En zoals ze zich presenteren, zo spelen de Black Keys ook. In een uitverkocht Paradiso brengen Dan Auerbach en Patrick Carney dampende bluesrock, die door de minimale instrumentatie van drums en gitaar tot zijn essentie is teruggebracht. Van een vernieuwende sound is geen sprake. Al luisterend hoor je invloeden van de White Stripes, G. Love & Special Sauce en de Black Crowes. En met zijn bezield gitaarspel roept zanger en gitarist Auberbach bij vlagen zelfs de geest van Jimi Hendrix op.

Ondanks hun gebrek aan flair, overtuigen de Amerikanen met de totale overgave waarmee ze spelen. Vanaf het eerste nummer is duidelijk dat hier muzikanten aan het werk zijn die recht uit hun hart spelen en zich geen moment laten leiden door wat hip of commercieel is. Het duurt dan ook niet lang tot op de voorste rijen de eerste dansfeestjes losbreken, terwijl de rest van het publiek oogt als een verzameling speelgoedhondjes op de hoedenplank van een auto. Waar je ook kijkt: overal hoofden die op de maat meeknikken.

Toch openbaren zich gaandeweg het concert ook zwaktes in het Keys-oeuvre. Aan mooie melodieën doen de heren niet en de zangkwaliteiten van Auerbach mogen geen naam hebben. Bovendien klinken de songs behoorlijk inwisselbaar. Dat dat niet met de instrumentatie te maken heeft, blijkt wanneer het duo gezelschap krijgt van een toetsenist en een bassist die echter nauwelijks meer kleur in de composities brengen.

Alleen op de momenten dat Auerbach helemaal losgaat op zijn gitaar en zich ontpopt tot een hoge priester van de feelgood-riff, kun je de eenvormigheid van de songs even vergeten.

Maar wat blijft is het gevoel dat de Black Keys misschien eens wat minder albums (zes stuks in negen jaar) moeten maken en wat meer tijd zouden moeten steken in het doorontwikkelen van hun sound.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden