Halleluja

Sinds Aswoensdag klonk in de katholieke liturgie geen enkel 'Alleluia' meer; vanavond heffen ze het weer aan, op oude gregoriaanse melodie, herhaald en nogmaals, telkens een toon hoger, plechtig, gedragen, stijlvol. Maar Halleluja is losjes en kwistig gebruikt ook bij uitstek het vrome stopwoordje van evangelische en pinkstergelovigen. En in gewoon taalgebruik een modieus synoniem van waw! en woopie!. De Werdegang van een joodse jubelkreet.

De naam van een brassband en van een fiets, de aanduiding van uitbundige gelovigen, de titel van een prijswinnend songfestivalliedje, een aansporing van Adèle Bloemendaal en de uitroep tijdens een Paasjubel: Halleluja is bruikbaar voor verschillende doeleinden.

Zeven weken heeft het bij wijze van vocale vasten niet geklonken, vannacht mag het weer in kerken: de opstandingskreet (H)alleluja.

In de Matthüus Passion van gisteravond werd het niet gezongen, want daarin wordt geleden en gestorven, niet opgestaan. Maar wat niet te horen was, werd toch gezegd, in het recitatief na het Laatste Avondmaal. 'Und da sie den Lobgesang gesprochen hatten, gingen sie hinaus an den ülberg'. Wat die lofzang was, is bekend: een deel van het Hallel, Psalm 115 tot 118. Jezus zong die hallelujapsalmen mee.

Halleluja heeft sindsdien een grote en verwarrende vlucht genomen. Volgens Van Dale heb je, naast de oorspronkelijke betekenis 'looft de Heer', de hallelujabrigade -bijnaam van het Leger des Heils. Maar er zijn veel meer begrippen die halleluja als bijvoeglijke bepaling hebben. Zo heten kerkgenootschappen waar het juichend christendom wordt beleden -met halleluja als vroom stopwoord en de handen in de lucht- hallelujakerken, en een damesfiets met hoog stuur, waarschijnlijk vanwege die handen in de lucht, een hallelujafiets.

In ons land is de uitroep een lakmoesproef: hoor je halleluja, dan heb je met een evangelische of pinkstergemeente te maken. Helemaal safe is die test niet. Het kan gebeuren dat het klinkt in een ander soort kerk.

Een paar jaar geleden publiceerden de Samen-op-wegkerken een Dienstboek, waarin allerlei over de kerkdienst is opgenomen, ook verschillende melodieën voor het zingen van Halleluja. Dat gebruik was in onbruik, maar wel al zo oud als de weg naar Rome. Het hoort zelfs bij de Romeinse liturgie die het Alleluja eerst exclusief reserveerde voor Pasen en de paastijd. Daarna kwam er een apart Alleluia-vers voor de feestenfeesten en voor de zondagen door het jaar heen, maar in de negen weken vóór Pasen, nu tussen Aswoensdag en Pasen, geen enkele keer.

Tijdens de mis werd de klassieke paaslofzang met een gregoriaans melisme lekker lang gerekt. In de Middeleeuwen werden daar niet altijd welvoeglijke teksten onder gezet. Het concilie van Trente (1570) stelde aan dit genre paal en perk.

Het Halleluja zong de kerk met de psalmen mee. Die rol heeft het in de rk kerk nog steeds, in orthodox-protestantse kerken waar de psalmen nog wel in ere zijn, soms op hele noten gezongen, verdween het halleluja. In andere rechtzinnige kringen, van EO- en pinkstersnit, werd het Geneefse psalmzingen geofferd aan prettige opwekkingswijsjes. Maar het halleluja tiert er welig, in liedjes en kerkdiensten. Nog vorige zondag, in lijdensweek nummer zes, klonk het tot ver buiten de muren van de zwarte kerk bij ons om de hoek, begeleid door elektronisch versterkte gitaren, drums en opzwepende zang: Hallelujah! Binnen twee minuten twaalf keer. Amen! Van wachten tot Pasen voordat je dat roept, daar hebben ze nog nooit van gehoord. Ze zouden vermoedelijk ook erg onthand zijn.

Hun Halleluja steekt uitbundig af tegen het liturgisch-iele 'Loof de Heer' dat elders te horen is. Ze hebben daarmee, hoezeer onbedoeld ook, deze term geannexeerd.

In Duitsland ligt dat anders. Daar biedt 'Die klerikale Internetadresse' parochies en gemeenten een eigen adres aan met als 'familienaam' halleluja.de. In Nederland is dat toch anders: hier is de Stichting Halleluja vóór evangelisatie en Israël, doet zij in 'messiaanse producten' en anti-abortusverhalen, gelardeerd met uitvoerige beschrijvingen van de medische lijdensweg van de stuwende krachten achter de stichting.

Hoe 'bijbelgetrouw' de hallelujakerken zichzelf ook mogen vinden, veel halleluja vind je niet in de Bijbel. De Psalmen doen eraan, en verder kan de vorser het zoeken beter laten. O ja: sla de Bijbel dicht, en blader van achteraf één bladzij terug. Daar staat het ook een keer. Vreemd genoeg verwijzen de halleluja-minnaars bijna nooit naar Jezus, die het tenslotte zelf gezongen moet hebben.

Voor katholieken is halleluja iets liturgisch, niet om in geloofsvervoering te roepen. En je moet wel een beetje erg rooms wezen, om basisschoolleerlingen eind januari 'op sportweek' te laten zingen:

'In Herenthals, Halleluja

Glijdend schaatsen wij hier.

In Herenthals, Halleluja

Maken wij plezier'.

De bijbelse connotatie van het woord maakt dat je er mensen mee op de kast krijgt bij tegendraads gebruik. Mooiste voorbeeld: Guy de Maupassant die, toen bij hem anno 1877 syfilis was vastgesteld, zei: ,,Ik ben er trots op en ik veracht bovenal alle burgers. Halleluja, ik heb de sief en dus hoef ik niet langer bang te zijn dat ik haar oploop.''

Maar het kan ook minder vilein. Achteloos is halleluja een uitroep geworden van verwondering zonder religieus besef. 'Halleluja, wat is die meid mooi!' De juichende kritieken over de invoering van de euro heten hallelujaverhalen. En 'hallelujastemming', zegt Van Dale, is synoniem voor euforie.

Luther moet eens gezegd hebben dat God 'dikwijls meer oren heeft naar de vloek der goddelozen dan naar de halleluja's der vromen'.

Dat is aan de Bond tegen het vloeken niet besteed, nu het halleluja van God los is geraakt. Toch prijkt het woord nog niet op de zwarte lijst van de Bond, want het heeft ,,niet zo'n hoge taboewaarde. Maar we zullen ons erop beraden, want het is ijdel gebruik van Gods Naam.'' Onlangs kreeg de Bond 'minstens vier' klachten tegen een billboard langs de A 3, waarop een internetbedrijf over eigen diensten God loofde. Ze waren extra geïrriteerd omdat het bedrijf in kwestie Demon (duivel) heet. Het billboard gebruikte 'religie als voertuig voor commercie'', oordeelde de bond, en daar is de godsdienst niet voor bedoeld.

Een christelijk mannenkoor op Urk, een zangvereniging te Nijkerkerveen, een brassband uit Menaldum: ze heten allemaal Halleluja, dat ligt goed in het gehoor. Dat dacht Adèle Bloemendaal ook, toen ze haar 'kameraden' en 'landgenoten' aanspoorde, en Milk & Honey, toen ze in 1978 met het psalmpje Halleluja voor Israël het songfestival wonnen. En Het Echtpaar, dat op 2 februari de Nieuwe Kerk uit schreed onder Hündels Halleluja, nu verkrijgbaar op dvd.

Halleluja is een kakofonie geworden, gelovig of profaan, geladen of nietszeggend. Je hebt 'heilige en stukke halleluja's', zegt de Canadees-Joodse bard Leonard Cohen. Ze zijn hem allemaal even lief, al geeft hij niet hoog op van die der 'opgewekte christenen', zegt hij erbij.

Cohen schreef zelf een Halleluja, als de baffled King, de verwarde David composing halleluja. Hij maakt van de scherven weer muziek en brengt het halleluja, mét bijbelverwijzingen, terug naar zijn oorsprong, de psalm.

And even though

it all went wrong

I'll stand before the Lord of Song

with nothing on my tongue

but Halleluja'.

Jaren later schreef Cohen een nieuwe, seculiere, 'om het halleluja diep de gewone wereld in te duwen'. De wereldse variant verdrong de religieuze niet: ze smolten samen. John Cale vertolkt het, broos, ingehoudener en indringender dan Cohen het kon. Halleluja, bij alle getijden van de liefde, van samen ademen tot 'cold and broken'.

En dan meezingen, als het lukt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden