Hallelujameisje Nina

Wat Nina Hagen van haar geheime kerkbezoekjes uit haar jeugd is bijgebleven, is dat de priester op de kansel gekke bekken trok. Die gewoonte heeft ze overgenomen. (FOTO EPA) Beeld EPA

Popzangeres Nina Hagen heeft een nieuwe fanclub. Sinds ze zich heeft laten dopen, heeft de evangelische gemeenschap haar in de armen gesloten. Ze treedt op in volle kerken en verkondigt haar blijde boodschap. De nieuwe missie van een naïeve godzoeker.

Met haar zangkunst is niets mis. Ze heeft nog altijd die stevige, doorleefde stem, die ze moeiteloos van hoog naar laag sleept en weer terug. En op haar 55ste is ze op het podium nog even beweeglijk als toen ze in de jaren zeventig de poppodia besprong. Eigenlijk ziet ze er nog precies zo uit: zwarte bodysuit en dito leggings, opgesierd met clowneske attributen. Ladingen heftige make-up, het haar meisjesachtig opgestoken met twee felle reuzenbloemen.

De kerkgangers op deze avond zien er heel wat grijzer uit. Merendeels leeftijdgenoten van de zangeres, half-zondags gekleed, alsof ze naar een echte kerkdienst zijn gekomen. Een paar bonte homo’s vallen op in het bomvolle godshuis, maar die houden het al snel voor gezien. Enkele meisjes die tijdens het optreden uitbundig beginnen te dansen, krijgen te horen dat ze weer moeten gaan zitten omdat ze het zicht op het altaar versperren.

De plek voor Nina Hagens ’Personal Jesus’-concert is goed gekozen. De Gethsemane Kirche in de Berlijnse wijk Prenzlauer Berg was tijdens de laatste jaren van de DDR een verzamelpunt voor dissidenten. In oktober 1989 vonden er heftige confrontaties plaats tussen activisten en de Volkspolizei. Nina Hagen verwijst er telkens weer naar. En naar de omstandigheid dat ze op een steenworp afstand van de kerk is geboren.

„Laten we niet vergeten”, houdt ze het publiek voor, „dat de beweging die de Muur ten val bracht, van de kerk uitging”. En de les die we daaruit moeten trekken: „Kerk en staat moeten altijd twee paar schoenen blijven!” Het publiek klapt instemmend. Het valt moeilijk uit te maken of de kerkgangers op deze avond voormalige DDR-actievoerders zijn of neo-gelovigen die op de blijde boodschap van de rockzangeres zijn afgekomen. Want Nina Hagen bekent zich sinds kort heftig tot de Heer. In augustus 2009 bezegelde ze dat door zich evangelisch te laten dopen. En zoals met alles waartoe ze zich in haar kleurrijke bestaan heeft bekend, doet ze van haar overtuiging luidruchtig kond, het liefst in de nabijheid van zo veel mogelijk microfoons. Tegen wie het maar horen wil, dus ook op deze avond in de Gethsemane Kirche, vertelt ze dat ze eigenlijk al in haar DDR-jeugd met Jezus ging.

In haar nieuwste autobiografie, de derde al weer, vertelt ze hoe de DDR haar in de armen van God dreef. ’Bekentenissen’ heet het boek, want ze wil niet voor Augustinus onderdoen. Daarin beschrijft ze de verlatenheid van haar kinderjaren. Haar moeder, actrice, was altijd op tournee. Haar vader, schrijver, zat vanwege oorlogstrauma’s onder de medicijnen. De opvoedpraktijk van de DDR, met crèches en tehuizen, deed de rest.

De eenzaamheid van haar kindertijd leverde haar, schrijft ze, twee dingen op. In haar bedje brulde ze zo hard dat „toen mijn sterke zangerslongen werden geboren en mijn ferme superstem”. Het tweede was dat ze de kerk als toevluchtsoord ontdekte. „Ik vond het gewoon cool om stiekem naar de kerk te gaan, zooo mooooi! Werd ik toen al christen?” Daar had ze destijds weinig kans toe, met twee streng atheïstische ouders in een streng atheïstische staat.

Wat de kleine Nina van haar geheime kerkbezoekjes ook nog is bijgebleven, is dat de priester op de kansel zulke gekke bekken trok. Die gewoonte heeft ze overgenomen en die werd haar handelsmerk. Er zijn maar weinig foto’s waarop ze niet haar ogen en haar mond wijd openspert. En ook bij haar Gethsemane-concert tovert ze zulke theatrale expressies op haar gezicht dat de mensen op de achterste rijen ze moeiteloos kunnen mee beleven.

Niet alleen in haar lichaamstaal, ook in haar schrijftaal speelt ze een kind van in de vijftig. Of is het wel spelen? Wanneer ze na het concert in de sacristie in ongedwongen sfeer napraat, doet ze bij iedere begroeting al even kinderlijk opgewonden. Ze kan gewoon niet anders. En zo zijn ook haar ’Bekentenissen’. Ze lezen als de belijdenis van een ADHD-puber. Geen alinea zonder ’Halleluja’, ’Praise the Lord’ of ’Thank you God for Jesus in me’.

Vanuit haar huidige geloof terugblikkend, veranderen de beslissende gebeurtenissen in haar leven stuk voor stuk in verkapte ontmoetingen met de Heer. Haar beenbreuk nadat ze als kind God eens liederlijk had verloochend, mondt uit in de openbaring: „Gott gips!”, dat in het Duits zowel op haar gipsbeen slaat als op het bestaan van God (”Gott gibt’s”).

Haar uitbundige sex- en drugservaringen transformeren in ’Bekentenissen’ tot bijbelse beproevingen die ze moest ondergaan om de ware liefde van de Heer te leren kennen. Ook in de drugshel Amsterdam, waar ze eind jaren zeventig met rockster Herman Brood verkeerde, was het achteraf gezien de hand van God die haar voor de totale ondergang behoedde. „Looft de Heer, want hij is het eeuwige leven!”, concludeert ze uit een bijna fatale LSD-trip.

In ’Bekentenissen’ beschrijft Hagen haar leven als een hevig kronkelende weg naar het ware geloof. Haar vroegere autobiografieën stonden in het teken van haar zelfbevrijding (’Ich bin ein Berliner’, 1988) en haar spiritualiteit (’That’s Why the Lady is a Punk’, 2003). Die verworvenheden zijn in haar nieuwe curriculum slechts de tussenstations op de route naar de moederschoot van het christendom. Je vraagt je af wat het volgende eindstation zal zijn.

Maar ook al is haar halleluja-geloof misschien maar een tussenstation, ze geeft zich er met hart en ziel aan over. Als een kind dat in Sinterklaas gelooft. Het is een oprecht en aandoenlijk geloof. Bovendien verbindt ze het met het radicale pacifisme dat ze al vanaf haar DDR-jeugd belijdt. Niet voor niets heeft ze zich laten dopen door de ’vredesdominee’ Karl-Wilhelm ter Horst. Ter ere van hem heft ze in de Gethsemane Kirche ’We Shall Overcome’ aan.

Gelukkig is niet alles wat ze zingt zo oudbakken. Tussen haar politieke en religieuze boodschappen door brengt ze voornamelijk Amerikaans repertoire. Gospels en country-muziek uit de Bilble Belt. Alles met innige ernst gezongen. Zelfs de ironische Depeche Mode-song ’Personal Jesus’ krijgt op deze avond een vrome klank. ’He Holds my Hand’, ooit ook door Elvis vertolkt, klinkt uit Nina Hagens mond als een vrijgemaakte psalm.

Het is allemaal ver verwijderd van de punkrock waarmee ze in de jaren zeventig beroemd werd. Maar dat deert het publiek niet. Dat juicht de zangeres fanatiek toe, dwingt drie toegiften af en brengt haar bloemen op het podium. Nina Hagen buigt diep, buigt vervolgens nog dieper naar het altaar en verdwijnt, ’halleluja!’ roepend, in de sacristie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden