Half monnik, half kwajongen

Nog steeds rollen in Amsterdam de koppen van de zestien Karmelietessen uit Compiègne. Onder de valbijl van de guillotine laten ze zingend het leven in Francis Poulencs 'Dialogues des Carmélites'. Zestien keer hoor je aan het einde van de opera het huiveringwekkende geluid van de vallende bijl: 'zoeefff, tsjak!' Robert Carsens meesterlijke enscenering is morgenmiddag voorlopig voor het laatst te zien bij De Nationale Opera. Ga kijken, als u de kans heeft, want indrukwekkender, volmaakter en ontroerender dan deze zijn operaproducties zelden.

Het bijzondere feit doet zich nu in Amsterdam voor dat je na de matineevoorstelling van 'Dialogues des Carmélites' meteen door kunt naar de avondvoorstelling van 'Les mamelles de Tirésias' (De borsten van Tirésias, 1947), een operaatje van Poulenc waarin hij zich van een heel andere, luchtiger kant laat zien. Criticus Claude Rostand karakteriseerde Poulenc ooit als 'mi moine, mi voyou' (half monnik, half kwajongen), en op zondag lopen die monnik en die kwajongen elkaar in De Nationale Opera & Ballet pardoes tegen het lijf. Wie wil kan in een paar uur tijd de gang maken van zestien 'Salve Regina'-zingende nonnen onder de guillotine naar de twee ontploffende borsten van de Parijse feministe Thérèse.

In het kader van talentontwikkeling presenteerde DNO 'Les mamelles de Tirésias' woensdagavond in de grote studio van De Nationale Opera & Ballet met twaalf jonge zangers die deels in Nederland zijn opgeleid. De productie kwam tot stand met steun van het European Network of Opera Academies en was al eerder te zien in Aix-en-Provence, Aldeburgh en Brussel.

In deze enscenering wordt de versie gebruikt die Benjamin Britten voor twee piano's maakte. Een van die pianisten is niemand minder dan Roger Vignoles, die hier tevens de muzikale leiding heeft. In de oergeestige, flitsende enscenering van Ted Huffman vormt een grote, draaiende café-toog het opvallende decor. Erop, erachter en ervoor spelen en zingen de zangers het absurde verhaal, gebaseerd op het toneelstuk van Guillaume Apollinaire. Thérèse ontdoet zich van haar borsten, laat een baard staan en kiest voor mannelijke beroepen. Haar man trekt noodgedwongen een jurkje aan en maakt in zijn eentje 40.049 baby's op één dag, met tussenkomst van borsten noch eierstokken.

Van dat werk dus, dat door Poulenc van vederlichte en zeer aansprekende muziek is voorzien. De twaalf zangers leven zich hier heerlijk uit en werken zich met panache in het zweet. Als publiek zit je er lekker dicht op en verstaanbaar is het allemaal ook nog. Wat goed dat DNO dit in de krochten van het eigen theater als volwaardige voorstelling brengt. Hrafnhildur Árnadóttir en Drew Santini zijn een kostelijk kibbelend echtpaar, maar de hele cast is tiptop en zorgt in deze sprankelende productie voor entertainment op hoog niveau. De kwajongen zou gegniffeld hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden