Half miljoen voor de groenste innovatie

Dit zijn ze, de vijf finalisten van de jaarlijkse Postcode Lottery Green Challenge. Vandaag worden ze bekendgemaakt. Voor de negende keer strijden beginnende groene bedrijven voor deze internationale duurzaamheidsprijs.

JOOP BOUMA

Finalist 1: een groene couveuse

Een simpel idee, met een grote potentiële impact voor het klimaat: bomen planten in gebieden waar ze eigenlijk niet meer willen groeien. Op kale, ontboste grond bijvoorbeeld.

Jurriaan Ruys (47) wilde na een carrière bij Shell, McKinsey en Eneco eindelijk eens een project aanpakken dat de wereld ('Waarom zou je klein denken?') écht kan vergroenen. Samen met zakenpartner Eduard Zanen ontwikkelde hij een soort couveuse voor premature boompjes. Het is een cocon van biologisch afbreekbaar materiaal, die jonge aanplant door de eerste periode van groei trekt.

Het principe is eeuwenoud, in China en India poten boeren al generaties kleipopjes naast jonge boompjes - het vocht uit de klei leidt de aanplant door droge periodes. Hier kennen we het ook: jonge boompjes op de schrale zandgrond worden gepoot in een bed van natte turf. De sponswerking zorgt ervoor dat de boom de eerste twee jaar genoeg water heeft. De methode wordt nog steeds gebruikt bij bosaanplant.

De Cocoon-incubator van Jurriaan Ruys werkt volgens datzelfde principe. De zaailing wordt in de cocon in de bodem geplaatst. In de cocon zitten water, meststoffen, beschermende bacteriën en schimmels. De constructie biedt optimale beschutting tegen de wind. De cocon zorgt er voor dat de jonge boom het eerste jaar goed doorkomt. Daarna moet de aanplant op eigen kracht verder groeien. Het tijdelijke omhulsel, gemaakt van cellulose en plantmateriaal, verteert en verdwijnt na een jaar.

In acht landen wordt al geëxperimenteerd met de Nederlandse cocon. "De overlevingspercentages zijn erg hoog, tot 90 procent", zegt Ruys. "Wij geven in feite iedere boom een dosis geluk mee in de eerste fase van het leven. We werken aan natuurherstel op grote schaal. En dat is ook weer goed voor het klimaat."

Ontbossing, kaalslag en mijnbouw laten grote littekens achter in het landschap. Ruys: "Een paar miljard hectare grond op de wereld is totaal gedegradeerd."

In die gebieden wil bijna niets meer groeien. Wind en droogte heersen, jonge aanplant heeft er vrijwel geen kans. Alleen door kostbare irrigatie kan aanplant overleven. Het kan dus ook slimmer, zegt Ruys: "We hebben projecten in Saudi-Arabië, Zuid-Afrika, Californië, Spanje, Australië. Ons uitgangspunt: het product moet goedkoop zijn om op grote schaal te kunnen worden ingezet. En het moet volledig afbreekbaar zijn." De prijs van een cocon. "Het is in elk geval vele malen goedkoper dan irrigatie."

Finalist 2: een robot die klopt, veegt en zuigt

Cornelis de Vet en Alex Noordstrand raakten tijdens hun studie maritieme techniek aan de Technische Universiteit Delft al gefascineerd door de problemen van algenaangroei op vrachtschepen. Ze hebben in een paar jaar tijd met hun bedrijf Fleet Cleaner een unieke robot ontwikkeld, die scheepswanden reinigt terwijl het schip in de haven ligt om te laden of te lossen.

Een prototype van de robot wordt inmiddels beproefd in de haven van Delfzijl. De Vet en Noordstrand willen hun bedrijf nu gaan uitbouwen.

Havenautoriteiten stellen steeds meer eisen schepen die aan meren; zij willen hun nationale wateren beschermen tegen dieren en planten uit andere ecosystemen, die via de aangroei op scheepswanden in de hun havens terechtkomen. Australië hanteert inmiddels al strenge toegangsregels.

Maar het glad houden van de 'scheepshuid' is ook van belang voor het brandstofverbruik. "Een dunne laag aangroei kan het brandstofverbruik van een zeeschip met 5 procent verhogen. Voor een containerschip van 200 meter heb je het dan over 300.000 euro meer brandstof per jaar", zegt finalist Cornelis de Vet. Een gladde scheepswand scheelt brandstof en daarmee dus ook de uitstoot van het broeikasgas CO2.

Het reinigen van scheepswanden wordt een interessante bedrijfstak, voorziet De Vet (26). In 2008 werden de giftige coatings (met tributyltin) verboden die op scheepswanden werden gesmeerd om de aangroei tegen te gaan. Sinds het verbod op tributyltin is het voorkomen met aangroei via coatings niet meer effectief.

De Vet: "Het reinigen van schepen met behulp van duikers is nu nog de meest gangbare methode. Maar duikers kunnen niet boven water reinigen en ze vangen de verwijderde aangroei niet op. Om die reden is deze aanpak in Nederlandse haven niet toegestaan."

De robot van Fleet Cleaner rolt dankzij sterke magneten zelfstandig over de scheepswand, zowel boven als onder de waterlijn. De smurrie wordt via slangen naar een bootje gepompt en daar gefilterd. Het gereinigde water wordt teruggepompt in de haven, het residu wordt als afval afgevoerd.

De Vet wil niet zeggen wat zo'n robot kost, dat is informatie die het bedrijfje nog even voor zichzelf houdt. De ontwikkeling heeft tot dusver in ieder geval tonnen gekost.

De Green Challenge is de grootste jaarlijkse internationale competitie op het gebied van duurzame innovatie, opgezet door de Nationale Postcode Loterij. Dit jaar zitten er twee Nederlandse start-ups in de finale: Fleet Cleaner, dat robots maakt om de romp van schepen te reinigen en Land Life Company, dat afbreekbare incubators maakt om bomen te laten overleven in gebieden zonder water en beschutting. De andere drie finalisten komen uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

Op 10 september wordt de winnaar gekozen. De finalisten presenteren dan in de Amsterdamse Westergasfabriek hun ondernemingsplan voor een internationale jury en voor het publiek. De winnaar krijgt een half miljoen euro, de tweede prijs is twee ton. De winnaars moeten het geld gebruiken voor het verder ontwikkelen van hun product of dienst.

Dit jaar hebben 271 duurzame ondernemers uit 56 landen meegedongen in de Green Challenge.

Finalist 3: oud katoen wordt nieuw

Voor de productie van katoenen kleding worden vervuilende grondstoffen en grote hoeveelheden water gebruikt. Stacy Flynn (41) uit Seattle heeft met haar bedrijf Evrnu een technologie bedacht waarmee oude katoenen kleren worden gerecycled tot kwalitatief hoogwaardig materiaal voor nieuwe stoffen. In het proces worden vezels gereinigd, gescheiden en samengeperst tot nieuwe vezels. Deze methode leidt tot minder CO2-uitstoot.

Finalist 4: melk zonder koe

Ryan Pandya (23) uit het Amerikaanse Menlo Park maakt met zijn bedrijf Muufri melk zonder koeien. Hij heeft de proteïnen, vetten, vitaminen en mineralen in melk geïdentificeerd en bedacht een mengproces dat de intensieve veehouderij overbodig kan maken. De technologie stoot een derde tot twee derde minder broeikasgas uit dan een traditionele melkveehouderij. Er is vrijwel geen energie, water en land meer nodig voor de melkproductie.

Finalist 5: weg met die pet-flessen

Rodrigo Garcia González (30) uit Londen maakt met zijn bedrijf Ooho! uit fruitschillen afbreekbare verpakkingen voor water. Het bedrijf werkt met een techniek, waarbij een (eetbaar) gel-laagje rondom de vloeistof ontstaat. Het ontwerp is dubbellaags waardoor er altijd één laag schoon blijft. Als Ooho! plasticflessen kan vervangen, vermindert dat de CO2-uitstoot fors.

Andere kanshebber: een robot, ontwikkeld door Fleat Cleaner, die vuil (zoals een algenlaag) verwijdert van de zijkant van schepen.

Mogelijke prijswinnaar: de Cocoon-incubator, een 'couveuse' van biologisch afbreekbaar materiaal, die jonge aanplant door de eerste (droge) periode van groei trekt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden