Halen de mosselvissers het Wad leeg of is het de natuur?

YERSEKE - De mossel- en kokkelvissers bevissen jaarlijks slechts enkele procenten van het Wad. Ir. J. D. Holstein, secretaris van de Producentenorganisatie van de Nederlandse kokkelvisserij, is heel stellig: “Alleen al daarom kan de visserij dus nooit de oorzaak zijn van het verdwijnen van de oude mosselbanken en zeegrasvelden.”

JAN SLOOTHAAK

Onlangs waarschuwden natuur- en wetenschappelijke instanties dat van de 4000 hectare oude mosselbanken er nog maar 100 over zijn. Hun remedie: leg de mossel- en kokkelvissers meer beperkingen op. Bevissing maakt de mosselbanken instabiel, waardoor storm en ijsgang er vat op krijgen. Vogels missen daardoor hun voedsel. Ze kondigen rapporten aan die hun stelling onderbouwen.

De mossel- en kokkelvissers slaan terug. Ook zij kondigen een rapport aan en dat leidt tot andere conclusies, vertellen Holstein en voorzitter A. Verbree van de Producentenorganisatie van de mosselencultuur. Verbree is ook burgemeester van Reimerswaal. Het werkterrein van de schelpdiervisserij mag dan voor een groot deel het Wad zijn, de thuishaven is toch in Zeeland. De vangsten worden geveild in Yerseke en de mosselen worden - om ze vers te houden - 'bewaard' op percelen in de Oosterschelde.

De schermutselingen gaan vooraf aan besluiten die volgend jaar in Den Haag moeten worden genomen. Minister Bukman (LNV) besloot vijf jaar geleden dat 26 procent van het Wad niet mag worden bevist. Beide partijen waren teleurgesteld. De vissers vonden dat uitsluiting van 10 procent wel had volstaan. De natuurbescherming legde het internationale 'akkoord van Esbjerg' ter bescherming van het Wad zo uit, dat de schelpdiervisserij van wel driekwart van het Wad moest worden geweerd. Nu, vijf jaar later, is het tijd voor evaluatie. En, anders dan de natuurbescherming, oordeelt de visserij dat er geen reden is voor verdere beperking. Maar verontrust het de vissers ook zelf niet dat de duizenden hectare oude mosselbanken tot een luttele 100 is geslonken?

Toch wel, erkent Holstein, want het gaat om de broodwinning van meer dan 3000 mensen en een omzet van een half miljard gulden. “Het is verontrustend dat er al vanaf '90 om de een of andere reden weinig nieuw broed meer is, hoewel het er voor dit jaar weer beter uitziet. De visserij kan niet de oorzaak zijn, ook al omdat het verschijnsel zich ook voordoet onder bijvoorbeeld wadslakjes en op die diertjes wordt niet gevist.”

Wat is de oorzaak wel? Holstein: “Ik heb enkele ideeën.” Zo zou er een verband kunnen zijn met een ongeluk in 1988 met boorspoeling bij Terschelling. Bijna tien jaar later hebben de Tweede Kamerleden Witteveen-Hevinga en Feenstra (PvdA) er alsnog vragen over gesteld. Bij het overpompen van een boorplatform naar een schip kwam boorspoeling in zee, inclusief het giftige nonylfenol, een smeermiddel voor boorkoppen. Er volgde grote vogelsterfte en een huidziekte bij helmplanters. De betrokken ministers antwoordden overigens dat geen verband is aangetoond.

Ook een oorzaak zou kunnen zijn dat het weer voor een paar 'beroerde' jaren heeft gezorgd. Vooral een zware storm begin jaren '90 heeft de wadbodem 'omgezet' waardoor het fijnere materiaal wegspoelde. De larven van kokkel en mossel hebben daardoor minder kans zich in de bodem te hechten. Zware ijsgang heeft er ook geen goed aan gedaan.

Een derde oorzaak zou de afname van nitraat en fosfaat kunnen zijn. De bioloog R. Boddeke, voorheen van het Rijksinstituut voor visserijonderzoek (Rivo), waarschuwt al jaren dat door het mestbeleid, met als doel een schoner milieu, ook de uitspoeling van voedselrijke stoffen naar zee terugloopt. Fosfaat is een meststof voor plankton en daar leven vissen en schelpdieren weer van. Hij voorspelde al begin jaren '90 dat de zeevisserij in ernstige problemen kan komen.

De afgelopen vijf jaar hebben de vissers meegewerkt aan de bescherming van het Wad, zeggen Holstein en Verbree. Vanaf 1992 hebben ze een zwarte doos aan boord. Via satellieten worden de bewegingen van alle schepen vastgelegd. Er is precies na te gaan of ze in gevoelig of zelfs verboden gebied zijn geweest. Vissers kunnen bij overtreding forse boetes krijgen. Verder is afgesproken dat 60 procent van de voedselbehoefte van vogels blijft liggen.

De 'vrije' visser van vroeger bestaat niet meer. Er zijn afspraken over een verdeelsleutel, om een ongecoördineerde race tegen elkaar te vermijden. Het aantal schepen voor kokkelvissers is gereduceerd van 37 naar 22, waardoor er 15 schepen van elk een tot twee miljoen aan de wal liggen. Ook de mosselsector heeft het aantal schepen teruggebracht. En er wordt een dag (vrijdag) per week minder gevist. Gebieden met kansrijke lokaties voor het ontstaan van mosselbanken en zeegras worden gemeden.

“De visserij heeft zich forse beperkingen opgelegd. Dat kost veel geld. Ik vind het unfair de visserij de schuld te geven. Bij een bevissing van 3,3 procent, het gemiddelde in de jaren '92 tot '96 - dat is 82,5 vierkante kilometer - moet het toch duidelijk zijn dat dát niet de oorzaak kan zijn”, zegt Holstein.

De maatregelen, blijkt uit de voorlopige evaluatie, lijken effectief te zijn. Voor definitieve conclusies zou nog minstens vijf jaar moeten worden doorgegaan. Holstein vindt het daarom voorbarig te zeggen dat bij de teruggang op het Wad sprake zou zijn van een onomkeerbaar proces.

“De natuur vertoont een grote dynamiek. Het éne jaar wordt er anderhalf miljoen ton schelpdieren op zandplaten geregistreerd en het andere niets. Ongeveer eens in de zes tot acht jaar is er een overvloedige mosselzaadval.” Storm en ijsgang kunnen er meteen weer korte metten mee maken en dan is er ook geen materiaal meer voor het ontstaan van mosselbanken.

Holstein vindt het jammer dat de zwarte doos pas in 1992 is ingevoerd. Was die er eind jaren '80 al geweest, dan had precies kunnen worden aangetoond wat er bij Griend is gebeurd. Volgens onderzoekers van het NIOZ (zee-onderzoek) en de Groningse universiteit zijn daar toen de kokkels en mosselen volledig weggevist. De mosselbanken zijn niet meer terug gekomen. Een aanwijzing, aldus de onderzoekers, dat hier inderdaad van een onomkeerbaar proces sprake kan zijn.

Krijn Hollestelle, een ervaren mosselkweker die het Wad al vanaf de jaren '60 kent, gelooft niet zo in dat verhaal. “Volgens mij zijn de Deltawerken de oorzaak. De stroming is sterk veranderd en de wadbodem is minder stabiel. Na 1986 is de stroomsnelheid soms wel met 30 procent toegenomen. Ook de aanleg van de Afsluitdijk is nog steeds van invloed. Het kan wel een eeuw duren voordat na zulke waterstaatkundige ingrepen de zaak is gestabiliseerd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden