HAKKELAAR-PROCES

Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - Het openbaar ministerie blijkt in zijn bewijsvoering tegen de Hakkelaar sterk afhankelijk te zijn van de belastende verklaringen die de twee kroongetuigen in deze zaak hebben afgelegd. Buiten die zeer gedetailleerde getuigenissen, beschikt justitie slechts over 'aanwijzigingen' over de vermeende betrokkenheid van Johan V. en zijn twee handlangers bij de grootschalige handel in hasj.

Rechtbank-president F. Lauwaars die gisteren ter zitting het bewijs tegen de Hakkelaar eens doornam, kwam in zijn opsomming eigenlijk niet verder dan de gegevens die uit andere strafzaken al bekend zijn, aangevuld door een verklaring van de bende-boekhouder J. Plas.

De beperkte hoeveelheid belastende gegevens, kan in deze zaak voor justitie zowel een voor- als nadeel zijn. De opsomming van Lauwaars bewijst dat het openbaar ministerie inderdaad naar het zware middel van de kroongetuige móest grijpen, omdat er anders geen bewijs tegen de Hakkelaar zou zijn. De verdediging stelde juist dat justitie die kroongetuigen niet had mogen inzetten, omdat er al voldoende bewijs aanwezig was.

Maar het geringe bewijs - buiten de verklaringen van de kroongetuigen - toont tegelijkertijd de zwakte van het openbaar ministerie aan: mocht de rechtbank om wat voor reden dan ook, besluiten dat de verklaringen van de kroongetuigen niet mogen worden gebruikt, dan staat het openbaar ministerie met lege handen en gaat de Hakkelaar zo goed als zeker vrijuit.

De advocaten van de Hakkelaar zullen de komende weken daarom proberen de kroongetuigen onder vuur te nemen, maar door de gebeurtenissen van gisteren is hun positie fors verzwakt. Hun 'kroongetuige', de ex-politieman F. van der Putten, raakte in de middag definitief 'zijn kroontje kwijt', zoals een teleurgestelde advocaat G. Spong het uitdrukte. De verdediging had van te voren aangekondigd dat Van der Putten zou aantonen dat er naast het officiële onderzoek ook een geheim traject had bestaan, dat niet aan de rechter ter toetsing was aangeboden. Maar Van der Putten kon die beschuldiging niet hard maken. Hij kwam niet verder dan de mededeling dat in het Kolibri-onderzoek ook gegevens uit andere onderzoeken zijn meegenomen. De rechtbank liet weten dat niet onoirbaar te vinden, wel efficiënt.

Na het verlies van Van der Putten, en de vaststelling dat het openbaar ministerie door gebrek aan bewijs de kroongetuigen wel móest inzetten, kan de verdediging dezer dagen alleen nog proberen de juridische discussie over het inzetten van de kroongetuige naar zijn hand te zetten. Een belangrijk onderwerp in die discussie is de rol die de criminele kroongetuigen hebben gespeeld in de bende van de Hakkelaar.

Volgens justitie hebben garagehouder Ad Karman en diamantair Fouad Abbas als 'klusjesman' en 'bemiddelaar' een ondergeschikte rol in de hasjhandel gespeeld. Volgens de advocaten waren Karman en met name Abbas zelfs grotere handelaren dan de Hakkelaar en gebruikt het openbaar ministerie dus een kabeljauw op een spierinkje te vangen. In het verhoor van Karman en Abbas zullen ze daarom vooral de aandacht vestigen op de vermeende handel in harddrugs en liquidaties door de kroongetuigen, delicten die veel ernstiger zijn dan de hasjhandel door Johan V. en Co.

De zaak wordt vandaag voortgezet met onder meer het getuige-verhoor van mr. J. Valente, tot vorig jaar als officier van justitie in Amsterdam belast met de vervolging van zware criminaliteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden