Haïti / Leven van kruimels

Ruim drie maanden na de vlucht van de Haïtiaanse president Jean-Bertrand Aristide heeft premier Latortue een eerste succesje geboekt. De straatverlichting in Port-au-Prince brandt weer. Maar de armoede en misère in het land zijn enorm, en de rust betrekkelijk.

Sipion François heeft de ondiepste winkel ter wereld. Nauwelijks tien centimeter diep zijn de planken waarop hij loodgietersspullen verkoopt: pvc verbindingsstukken, putdeksels, kranen en buizen. Meer is zijn winkel niet: een rijtje planken onder een afdakje, gelegen in een naamloze straat in de krottenwijk Cité de la Saline in Port-au-Prince.

De naam van zijn winkel vergoedt veel: Grace a Dieu, Dankzij God, geschilderd in veelkleurige letters op de muur waar hij handel drijft. 'Handeldrijven' is veel gezegd: François biedt zijn spullen aan en niemand koopt, dat is zo ongeveer de situatie. Het is ook niet zo gek. Wie koopt er nu loodgietersspullen in een wijk zonder riolering of waterleiding?

Anno 2004 heeft niemand in Haïti geld om iets te kopen. ,,Mwen pa pi mal'', gaat wel, zegt François desondanks op de vraag hoe de zaken lopen. Heeft hij vandaag al iets verkocht? Nee, dat niet. Hij haalt de schouders op en lacht dan plotseling breed. De enige ondernemingen die zaken doen in de arme wijken van Port-au-Prince zijn de ontelbare lottokantoortjes waar Haïtianen een gokje kunnen doen op de trekkingen in New York of Santo Domingo.

La Saline en haar beruchte broertje Cité Soleil zijn overbevolkte krottenwijken. De armoede en de menselijke ellende zijn soms verbijsterend. Een vrouw in een bloemetjesjurk wandelt op straat en schiet plotseling een braakliggend stukje land op, stroopt haar jurk op en gaat zitten poepen. Niemand slaat er acht op.

Kinderen spelen op vuilnishopen, tussen de varkens en de honden. Een rivier dwars door de wijk is zo vervuild dat mensen er letterlijk over het water kunnen lopen. De straten zijn soms zo nauw dat de mensen zijwaarts moeten gaan. En ondertussen moeten ze de voeten voorzichtig neerzetten want de grond is een open riool.

Hier en daar zijn er ook eilandjes van properheid, waar de straten kraakhelder zijn, de huizen klein en armoedig, maar wel schoon. Kennelijk werkt de sociale controle, die elders volstrekt ontbreekt, hier wel. Maar hoe verder richting de zee, des te armoediger het wordt. Het lijkt of de hutjes van karton en golfplaat aan de rand van Cité Soleil langzaam maar zeker worden verzwolgen door het modderige, lauwe water van de Caribische zee.

Tot voor kort hadden de armen van Haïti een held, een baken voor de toekomst. Jean-Bertrand Aristide, een progressieve Salesiaanse priester die zijn parochie in La Saline had gehad, werd in 1990 tot president gekozen. In 1991 werd hij door een militaire staatsgreep afgezet. In 2000 werd hij opnieuw gekozen, opnieuw met overgrote meerderheid van de stemmen. Maar in datzelfde jaar constateerden waarnemers onregelmatigheden bij de verkiezingen voor de senaat. Relatief kleine onrechtmatigheden, maar voor de Amerikanen, voor het IMF en voor de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank was het genoeg om broodnodige leningen aan Haïti ter waarde van 500 miljoen dollar te bevriezen.

Daarmee werd het begin van het einde van Aristide en zijn beweging Lavalas (waterval) ingeluid. Zijn plannen om de armen een menswaardig bestaan te geven werden onbetaalbaar en zijn machtsbasis in het land verzwakte zienderogen. De oppositiepartijen verenigden zich en maakten de president zoveel zij konden het regeren onmogelijk. Aristide op zijn beurt vertoonde steeds meer grillig gedrag en bruskeerde de internationale gemeenschap. Zijn machtsbasis in Haïti meende hij alleen te kunnen handhaven door deals te sluiten met de criminele bendes die in Cité Soleil het dagelijkse leven bestieren. De bendes ontpopten zich als presidentiële knokploegen -de zogenoemde chimères, schimmen- die niet terugdeinsden voor mishandeling en zelf moord op leden van de oppositie.

Drie maanden geleden, op 29 februari, moest Aristide voor de tweede keer voortijdig afscheid nemen van zijn ambt. Dat was tevens de drieëndertigste staatsgreep in het 200-jarige bestaan van Haïti. Slechts eenmaal in de geschiedenis van de zwarte republiek kon een democratisch gekozen president zijn ambtstermijn afmaken.

Toch is de geschiedenis van Haïti de meest glorieuze van heel het Caribisch Gebied. Toen de Nederlandse koloniën nog zuchtten onder het juk van de slavernij versloeg de voormalige slaaf Toussaint L'Ouverture de Franse koloniale macht. In 1804 werd Haïti de eerste vrije zwarte republiek ter wereld. De 200-jarige onafhankelijkheid kon Aristide nog net vieren. Zijn bewind was toen al aan het wankelen. De enige buitenlandse hoogwaardigheidsbekleder die zijn belofte om de feestelijkheden bij te wonen gestand deed, was Thabo Mbeki, president van Zuid-Afrika. Hetzelfde land dat Aristide onlangs asiel heeft geboden.

Na vier jaar Aristide en internationaal isolement balanceert Haïti aan de rand van de afgrond. De voorzieningen die nog bestaan worden overeind gehouden door particuliere hulporganisaties. Maar ook daarvan hebben er vele het land verlaten. De Nederlandse regering heeft Haïti wat noodhulp gegeven na de omwenteling eerder dit jaar, maar een structurele ontwikkelingsrelatie durft Nederland niet aan. De Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO is wel gebleven. Ettelijke keren zag ICCO hoe alles wat zorgvuldig werd opgebouwd in korte periode weer werd vernietigd. ICCO-directeur Hans Brüning bezocht Haïti onlangs en werd, ondanks de armoede, getroffen door het optimisme van de Haïtianen. ,,De vraag is gerechtvaardigd waarom wij nog blijven. Misschien kunnen we elders in de wereld meer bereiken met ons geld, dat is waar. Maar mijn antwoord is simpel: we blijven zolang er Haïtianen zijn die zo enorm hun best doen om licht in de duisternis te brengen.''

In de wijk Carrefour-Feuilles, een verpauperde volksbuurt aan de rand van Port-au-Prince, is het bijvoorbeeld de organisatie Aprosifa die, met steun van ICCO, een groot deel van de gezondheidszorg in de wijk regelt. Aprosifa heeft een staf van 85 mensen, onder wie zeven artsen. Het is feitelijk de enige betaalbare gezondheidsvoorziening voor 150000 mensen.

Aids is een van de grootste gezondheidsproblemen in de wijk, vertelt Guerda Alexis, coördinatrice van Aprosifa. Het aantal door hiv/aids besmette mensen in Haïti is verreweg het grootste van Noord- en Zuid-Amerika. Het wordt geschat op zo'n 5 tot 7 procent van de bevolking. Alexis: ,,De armoede verergert het probleem. Vrouwen zijn meestal economisch afhankelijk van mannen. Seks gebeurt meestal op hun voorwaarden. Dus zonder condoom.'' Aprosifa leert meisjes en jongen om te gaan met condooms, stimuleert mensen zich te laten testen en probeert patiënten zo lang mogelijk in leven te houden. De middelen zijn schaars. Levensreddende aidsmedicijnen zijn in Haïti nauwelijks verkrijgbaar en al zeker niet te betalen voor de bewoners van Carrefour-Feuilles. ,,Met morele steun, extra voedsel en multivitamines kunnen we het leven van aidspatiënten draaglijker maken'', zegt Alexis.

Drie maanden na zijn vertrek proberen de Haïtianen de herinnering aan Aristide weg te spoelen. De kopstukken van zijn partij zijn gevlucht of staan onder arrest op verdenking van corruptie of andere illegale zaken. Ook tegen Aristide zelf is een strafrechtelijk onderzoek begonnen. Het is moeilijk nog mensen te vinden die openlijk waardering uitspreken voor de kleine ex-priester, en opiniepeilingen kent Haïti niet. ,,Voor mij heeft Aristide niets gedaan'', zegt Cipion François.

Alleen in wijken als Cité Soleil of La Saline zijn nog mensen te vinden die het voor Aristide opnemen. Bijvoorbeeld een groepje jongeren dat samenschoolt aan de rand van La Saline bij een aantal pastelkleurige huizenblokken. ,,Speciaal gebouwd voor ons, zijn aanhangers'', zegt een jongen met een litteken op zijn gezicht. De gebouwen waar een paar honderd families wonen zien er inderdaad keurig uit, en de huur was er voor aanhangers van Lavalas maar 20 dollar per maand.

Marie-Laurence Lassegue was minister van cultuur tijdens de eerste regeringstermijn van Aristide. Nu is zij hoogste ambtenaar op het ministerie van vrouwenzaken. Bestuurlijk was de regering-Aristide een ramp, zegt Lassegue. ,,Aristide is eigenlijk altijd een priester gebleven en nooit een president geworden. De mensen hingen aan zijn lippen. Hij was echt een van hen. Maar dingen als economische groei, productie en investeringen interesseerden hem niet.''

De elite heeft Aristide nooit vertrouwd. Hij kwam immers niet uit hun kringen. ,,Die kleine aap'', zo werd hij heimelijk genoemd door de welvarende bewoners van de heuvels rond Port-au-Prince. Ondanks zijn socialistische retoriek heeft Artistide de kloof tussen rijk en arm, tussen de gran mangeurs (letterlijk 'grote eters') en de malere (de sloebers) nooit kunnen dichten.

Tegelijk begon hij steeds meer duivelse trekjes te krijgen. Op het gebied van de mensenrechten paste hij in de traditie van vader en zoon Duvalier -Papa Doc en Baby Doc, die vanaf de jaren vijftig een waar schrikbewind voerden. Waar de Duvaliers de beruchte Tonton Macoutes en de Attaché's hadden om terreur te zaaien, daar rekruteerde Aristide zijn knokploegen onder de criminele bendes uit de sloppenwijken. Zijn chimères hielden het verzet tegen Aristide lange tijd onder de duim. Protestdemonstraties van studenten werden steevast keihard uit elkaar geslagen.

Het einde kwam toen afgelopen december de Haïtiaanse elite, de politieke oppositie, aanhangers van Duvalier en drugsbendes een monsterverbond sloten. De machtsverhoudingen zijn nu weer omgedraaid. De Haïtiaanse politie maakt tegenwoordig meedogenloos jacht op alles wat Lavalas heet. Mensenrechten zijn daarbij ondergeschikt.

Dat merkte onder anderen de muzikant Charles Obisto. ,,Hee, je staat in de krant'', vertelde een vriend hem kort geleden. Obisto dacht dat hij misschien eindelijk doorgebroken was. Zijn naam en foto bleken echter geplaatst in een paginagrote advertentie met mensen die gezocht werden wegens betrokkenheid bij de chimères. Obisto zweert nergens van te weten: ,,Ja, ik was een aanhanger van Aristide, maar dat was vroeger toch iedereen? Ik heb opgetreden met pro-Aristideliedjes, dat is alles.'' Obisto zegt te vrezen voor zijn leven. ,,Mijn huis is gisteren doorzocht door de politie, mijn vrouw en kinderen zijn mishandeld'', zegt hij op het achterkamertje in de wijk La Saline waar hij zich schuilhoudt. Zijn rastavlechten heeft hij afgeknipt. ,,In wijken als Cité Soleil en La Saline betekenen dreads dat je een Aristide-supporter bent. Je wordt dan zonder pardon opgepakt en mishandeld. Alle jongens hebben de laatste maanden hun haar afgeschoren.''

Het gebrek aan respect voor mensenrechten van de Haïtiaanse politie is een smet op het blazoen van de nieuwe regering. Via ingewikkelde onderhandelingen tussen de oppositie, Lavalas-getrouwen en de internationale gemeenschap trad in maart een interim-regering aan onder leiding van de voormalige business consultant Gerard Latortue. Zijn allereerste zorg is de economie. Op korte termijn richt de aandacht zich vooral op het binnenhalen van 500 miljoen dollar aan hulpgeld die al aan Aristide was beloofd. Zestig miljoen dollar die de Amerikanen de overgangsregering hebben toegestopt heeft Latortue met gevoel voor populisme besteed. Voor het eerst in lange tijd is er 's avonds weer licht in de straten van Port-au-Prince.

Latortue moet Haïti klaarstomen voor presidentsverkiezingen in 2005, en tot die tijd proberen de vrede te handhaven; vanaf eind juli met steun van 6700 voornamelijk Latijns-Amerikaanse VN-blauwhelmen, die de door de Amerikanen geleide troepenmacht vervangen.

Maar de vrede blijft broos. De rebellen die Port-au-Prince eind februari belegerden hebben nog steeds hun wapens niet ingeleverd. Hun leider, ex-politieman en ex-couppleger Guy Philippe, heeft aangekondigd een gooi naar het presidentschap te doen. ,,Als Philippe via de stembus de macht niet verovert, zal hij zeker proberen de wapens weer te laten spreken'', denkt Marie-Laurence Lassegue.

Ook het geduld van winkelier Sipion François kent grenzen, maakt hij duidelijk: ,,De gran mangeurs vechten om de taart, maar als wij niet ook stuk krijgen zullen we alles doen wat we kunnen om de taart van de tafel te trekken zodat we in ieder geval de kruimels hebben.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden