Haïti is als een zinkend schip

Het armste land van het westelijk halfrond, Haïti, gaat dinsdag naar de stembus. De burgers kunnen kiezen uit een flink aantal kandidaten. Maar wie van hen maakt een eind aan de onveiligheid?

Vol trots houdt Desgranges Prenil zijn stemkaart op. Natuurlijk gaat hij stemmen. Op wie? Ja, dát houdt hij graag voor zich, 'Mwen vo sekrè', zegt hij met een mysterieuze blik, 'mijn stem is geheim'.

Prenil woont in een huisje van golfplaat middenin de troosteloze sloppenwijk Cité Soleil aan de rand van Haïti's hoofdstad Port-au-Prince. Als vijftigjarige is hij bejaard in dit land, waar de gemiddelde inwoner niet ouder wordt dan 52. Prenil is grijs en diepe groeven lopen over zijn gezicht.

Hij woont samen met zijn vrouw in een huisje van nog geen tien vierkante meter. Een smoezelig bed neemt de meeste ruimte in. Ernaast een oude koffer bedolven onder een berg kleren. In zekere zin boffen Prenil en zijn vrouw met dit onderkomen. Rondom hen moeten families van soms meer dan tien personen dezelfde ruimte delen.

Terwijl zijn vrouw koffiebonen fijnstampt wil Prenil wel vertellen wat de volgende president van Haïti te doen staat: Aristide terugbrengen. En wie moet dat gaan doen? Préval natuurlijk.

Daarmee heeft Prenil de twee mensen genoemd over wie iedereen in Haïti het momenteel heeft: Jean-Bertrand Aristide, een voormalig Salesiaanse priester die tot twee keer president was van het land, en René Préval, de opvolger van Aristide en grote kanshebber in de verkiezingen van aanstaande dinsdag.

Aristide werd twee jaar geleden afgezet als president. De held van de armen had zich ontpopt als een krachteloze figuur onder wiens leiding de corruptie om zich heen greep en de onveiligheid toenam. Onder druk van de Amerikanen en belaagd door een groep gewapende rebellen moest Aristide in februari 2004 het veld ruimen. Hij kreeg asiel in Zuid-Afrika. Het was de tweede keer dat Aristide als president werd afgezet. In 1991 werd hij afgezet bij een staatsgreep gepleegd door de chef-staf van zijn leger, Raoul Cedras. Préval was begin jaren negentig premier onder Aristide en werd door de ex-priester naar voren geschoven als president toen Aristide zichzelf, na terugkomst in Haïti, niet mocht opvolgen. Terugkijkend was het presidentsschap van Préval, tussen 1996 en 2001, zo slecht nog niet. Préval wist weliswaar nauwelijks vooruitgang te boeken in de bestrijding van armoede, maar het land was relatief rustig en de corruptie was zeker minder verwoestend dan onder Aristide.

De afgelopen twee jaar is Haïti, met steun van de Amerikanen en de internationale gemeenschap, bestuurd door een interimregering onder zakenman-president Gérard Latortue. Zo'n tienduizend VN-soldaten onder Braziliaanse leiding proberen in Haïti, verreweg het armste land van het westelijk halfrond, het gezag te herstellen. De belangrijkste taak van deze Minustah-missie is rustige verkiezingen te verzekeren en een nieuwe regering te installeren die het vertrouwen geniet van zowel de bevolking als de internationale gemeenschap.

Voor de presidentsverkiezingen van komende dinsdag hebben zich maar liefst 34 kandidaten gemeld. Gedoodverfd winnaar is Préval, die de steun krijgt van de meeste armen in Haïti. De belangrijkste concurrent van Préval is oudgediende Leslie Manigat, net als Préval een voormalig president (februari tot juni 1988). Manigat, voorheen hoogleraar politieke wetenschappen, is de kandidaat van de bourgeoisie en de intelligentsia. Outsider, en de meest opmerkelijke kandidaat, is Charles 'Charlito' Baker, een blanke eigenaar van één van de grootste assemblagebedrijven in het land.

Het zijn vooral mensen als Baker die getroffen worden door de instabiliteit. Niet lang geleden was de assemblage-industie bloeiend in het land. Veel internationale bedrijven lieten hun spullen-vooral textiel en elektronica-maken in Haïti. Dit betekende een, weliswaar mager, maar vast inkomen voor vele duizenden Haïtianen. Maar de meeste opdrachtgevers plaatsen hun opdrachten nu liever in andere landen in de Caribische regio, zoals de Dominicaanse Republiek en Honduras. De fabriek van Baker biedt normaal werk aan zo'n 900 mensen, maar wegens gebrek aan opdrachten werken er nu maar 300 man.

Achter Bakers bureau in zijn verkiezingshoofdkwartier hangt de Haïtiaanse vlag met twee indrukwekkende gekruiste zwaarden erboven. Opmerkelijk is dat de vlag ondersteboven hangt. “Het is een symbool uit de scheepvaart“, legt Baker uit, “als een schip in moeilijkheden is, hijst de kapitein de omgekeerde vlag. Haïti is ook zinkende. We hebben dingend hulp nodig.“ Baker lijkt de enige van de kandidaten met een plan om Haïti te redden uit de chaos en de armoede. Zijn eerste prioriteit is het herstellen van de orde. Daartoe moet de politie worden uitgebreid en moet Haïti opnieuw een leger krijgen. Baker pakt van zijn bureau een kogel: “Kijk', hiermee heeft de politie van Haïti te maken, kogels met versterkte punt. Deze kogel is geland in één van mijn fabrieken. Zo'n kogel gaat zomaar door een kogelvrij vest heen. De criminelen van dit land hebben de modernste wapens. Onze politie moet dat bestrijden met eenvoudige pistolen of revolvers. Een oneerlijke strijd.“ De economie wil Baker op orde krijgen door een zakelijke aanpak. Haïti moet geregeerd worden zoals een bedrijf: gerichte investeringen, orde en regels. Cynisch: “En het helpt natuurlijk al als iemand de regering leidt die geen 20 procent van alle productie voor zichzelf opeist.“

Hoe charismatisch Baker ook moge zijn, het lijkt uitgesloten dat een blanke president wordt van Haïti, het land dat zich er op beroemt dat het zich als eerste, in 1804, bevrijdde van de koloniale overheersing. De achterban van Baker bestaat vooral uit de lichtgekleurde Haïtiaanse bourgeoisie, de mulatten, die slechts vijf procent van de bevolking uitmaken. Maar mocht Baker na de verkiezingen toch de presidentssjerp kunnen omhangen, dan moeten Préval en Aristide op hun tellen passen: “Ik ga achter ze aan en zal niet rusten tot ze allebei achter de tralies zitten wegens corruptie, diefstal en moord.“

Voor de armen in Haïti is Aristide, ondanks zijn wanbeheer, nog steeds de verlosser. Titid ou lan mo- 'Aristide of de dood'-staat her en der te lezen op muren in de arme wijken. Daarnaast hangen in de arme wijken vooral veel spandoeken en posters van Préval.

De meeste mensen noemen de onveiligheid als het grootste probleem van Haïti op dit moment. Het is gebruikelijk dat Haïtiaanse presidenten hun machtbasis zeker stellen door gewapende groepen op te richten die tegenstanders terroriseren. Vader en zoon Duvalier ('Papa Doc' en 'Baby Doc'), die van 1957 tot 1986 de dienst uitmaakten in Haïti, hadden hun beruchte 'Tonton Macoutes,' die de oppositie terroriseerden. Maar Aristide perfectioneerde dit systeem door de armen van Cité Soleil en andere sloppenwijken te bewapenen. Deze gewapende groepen, de zogenoemde Chimères -'Schaduwen'- maken momenteel de dienst uit in de arme wijken van Port-au-Prince.

Het zijn jongens die gevlucht lijken uit r & b clips; Boys in da Hood, behangen met goud, vooral zo grimmig mogelijk kijken.

De kidnapindustrie is op dit moment de meest lucratieve activiteit van de Chimères. Het begon eind 2004 met de ontvoering van enkele hoteleigenaren in het land. Nadat voor deze mensen losgeld was betaald van twintigduizend dollar en meer, was het hek van de dam.

Haïti is inmiddels Colombia voorbij als land met het grootste aantal ontvoeringen per dag. Rijke Haïtianen en buitenlanders durven 's avonds nauwelijks meer hun huizen te verlaten. De 'expat'-gemeenschap in Port-au-Prince, wonend in plaatsen als Petionville in de heuvels rond de hoofdstad, heeft de hele benedenstad na zonsondergang tot no go area verklaard.

Er is een hele handel ontstaan in gegijzelden, waarbij jongens per auto de stad ingaan, mensen oppakken en afleveren bij de gangs. De kidnappers worden uitbetaald en gaan op zoek naar nieuwe slachtoffers, de nieuwe 'eigenaar' van de gekidnapte begint vervolgens de onderhandelingen met de familie.

Recent kreeg de ontvoering van een 85-jarige Franse religieuze veel aandacht. Zuster Agnès Thibauld werd gedwongen achterop een motor plaats te nemen ('De eerste keer in mijn leven', zei ze na afloop tijdens een persconferentie) en werd afgeleverd in Cité Soleil waar ze twee dagen vast zat.

Het is opmerkelijk dat de ontvoeringsbusiness de laatste maanden vergaand is 'gedemocratiseerd'. Het zijn allang niet meer alleen de rijken die moeten oppassen. Ook gewone middenstanders kunnen ineens een auto ingetrokken worden. Soms gaat het daarbij om losgeld van niet meer dan vijftig dollar.

De VN-troepen lijken niet in staat veiligheid te brengen. De Jordaanse soldaten die Cité Soleil onder hun hoede hebben, durven deze wijk nauwelijks te betreden.

Toch garandeert de bevelhebber van de VN-troepen, de Braziliaanse generaal José Elito Calvalho de Siqueira, een ongestoorde verkiezingsdag. Desgranges Prenil en andere bewoners van Cité Soleil zullen daarvoor een fikse wandeling moeten maken. Het plan om ook in deze wijk enkele stembureaus neer te zetten moesten de VN'ers na enkele heftige vuurgevechten met de bendes opgeven.

Het is de hoop van de Minustah-missie dat de verkiezingen rust en ontwikkeling zullen brengen. De meeste Haïtianen hebben er echter weinig vertrouwen in. Het lijkt ook onwaarschijnlijk dat de verliezers van de verkiezingen de uitslag zullen aanvaarden. Charles Baker is daarbij misschien niet eens het grootste probleem: “Als Préval wint, zal ik achterover leunen en zien hoe het land helemaal naar de verdoemenis gaat.“

Groter gevaar valt dan te duchten van iemand als ex-politiecommissaris Guy Philippe. Philippe was één van de rebellenleiders die in 2004 gewapenderhand poogde om Aristide uit het zadel te wippen. Inmiddels heeft hij zich omgevormd tot politicus en is kandidaat voor het presidentschap. Hij lijkt kansloos. In de hoofdstad is Philippe zelfs al gestopt met campagne voeren.

Bij winst van Préval is het niet uitgesloten dat Philippe opnieuw naar de wapens zal grijpen, gesteund door zijn achterban van drugsbaronnen en ex-officieren van het -opgeheven- leger van Haïti. Bij winst van Manigat -of erger nog, Baker- lopen de Chimères het risico hun machtsbasis te verliezen, en dat zullen de Boys in da Hood niet zomaar pikken.

Drie dagen voor de verkiezingen is het opmerkelijk rustig in de stad. Al een week worden bewoners 's nachts niet gewekt door schietpartijen. Stilte voor de storm, vrezen velen. Haïti houdt de adem in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden