'Hai lag der hail schier bie'

In het Groningse Noordwijk volgen wandelaars het pad van de leedaanzegger, de man die begrafenissen aankondigde.

’Heden is overleden!’ riep de leedaanzegger bij de voordeur, gesteund door grote armbewegingen. En dan volgde de naam van de gestorven dorpeling. „Hai lag der hail schier bie”, zei de leedaanzegger soms over de overledene (wanneer deze er mooi bij lag). Hij vertelde wanneer de begrafenis zou zijn en vertrok weer. In zwart gekleed, een hoge hoed op.

Tot de helft van de jaren zestig werd in deze omgeving ’het leed aangezegd’ door een vrijwilliger die daartoe alle dorpsgenoten bezocht. Telefoon, rouwkaart en telegraaf waren er immers nog niet. Meestal kwam de leedaanzegger uit het dorp, iemand met een stevige stem: soms een schoolmeester, soms een boer.

Dit is Noordwijk, een klein Gronings dorpje in het zuidelijk Westerkwartier. Het heeft, samen met het naastgelegen Lukaswolde, slechts 460 inwoners. Twee jaar geleden werd de leedaanzegger symbolisch in ere hersteld en werd een pad aan hem gewijd: het leedaanzeggerspad.

We lopen niet letterlijk de weg die de leedaanzegger aflegde, de benaming is symbolisch. Wel worden we tijdens het wandelen nauwkeurig op de hoogte gehouden van het wel en wee van de leedaanzeggers. Langs de weg staan houten panelen als schatkoffers, die ons op de hoogte brengen van de historische feiten.

De weg begint en eindigt in het leedaanzeggershuisje bij de kerk van Noordwijk en voert van daaruit door het coulissenlandschap dat zo kenmerkend is voor dit deel van het Westerkwartier. Het landschap is half open en door de beplanting van houtwallen doet het denken aan een toneel met coulissen.

Het ’Grunneger laand’ wordt ook gekenmerkt door zijn uitgestrekte weilanden, waar we lammeren zien, ezels zelfs, en talloze kieviten – een paar dagen nadat we in het nieuws zagen dat de kieviten dit jaar laat zijn. Op de smalle paadjes van de Leidijk moeten we haast achter elkaar lopen. Tegen het einde zijn we het een beetje zat: het laatste stuk van de route voert langs de openbare weg.

Koert Sportel (1953), inwoner van Noordwijk, kent de omgeving en zijn historische waarde op zijn duim en het dorp kent hem. Hij toont ons bij terugkomst het pas gerestaureerde kerkje, waar de wandeling begint en eindigt. „De kerk van de geleende spullen”, noemt hij het gebouw wel eens gekscherend. In de kerk uit 1400 hangt een kandelaar uit Marum en de preekstoel komt uit Midwolde. Het Van Oeckelenorgel is door bewoners zelf bij elkaar gespaard, door hout van de houtwallen te verkopen.

Bij de restauratie zijn de oude banken bewaard gebleven en opgeknapt. De hiërarchie is nog zichtbaar: links en rechts zaten de notabelen rond de preekstoel. Vooraan de arbeiders, achterin de boeren. Zo keek men neer op ’hun’ werkvolk.

Naast de kerk staat het stenen lijkhuisje uit 1907. Meestal werden overleden dorpelingen thuis opgebaard, maar was het ’s zomers te warm dan lag een lichaam soms vijf dagen in het lijkhuis. Nu is het huisje ingericht als het start- en eindpunt van het Leedaanzeggerspad.

Nog één keer de kerk in. Koert Sportel schuift achter het grote orgel en vult de idyllische ruimte met snelle klanken. We mogen de kerk niet verlaten zonder een fles Leedaanzeggerswijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden