Review

Haenchen triomfeert in slag met 'Die Soldaten'

Het was een droomwens van dirigent Hartmut Haenchen om hier in Amsterdam 'Die Soldaten' van Bernd Alois Zimmermann op de planken te brengen. Zaterdagavond ging die wens in het Amsterdamse Muziektheater in vervulling en de nuchtere Haenchen zal na afloop, toen het tumultueuze applaus losbarstte, gevoelens van trots en dankbaarheid maar moeilijk hebben kunnen onderdrukken.

Het publiek reageerde op dit dichtgetimmerde, ontoegankelijk lijkende stuk muziektheater als ging het om 'La Bohème' of een andere dijenkletser uit het opera-repertoire. De Nederlandse Opera heeft er dan ook alles aan gedaan om van deze eerste Nederlandse enscenering van 'Die Soldaten' een succes te maken.

Zimmermanns 'Die Soldaten' is ongeveer veertig jaar oud. De ingewikkelde opera gold een tijdlang als onuitvoerbaar: Wolfgang Sawallisch, die in 1960 de wereldpremière in de Keulse Opera zou leiden, drukte dat stempel op de partituur; de intendant in Keulen sloot zich bij Sawallisch aan. Dirigent Günter Wand, een vriend van Zimmermann had hem al eerder laten weten dat een uitvoering praktisch onmogelijk zou zijn. Niet zozeer de gigantische technische problemen van een scenische opvoering schrokken af, maar vooral de vocale partijen, die door menige kenner voor onzingbaar werden verklaard.

Het was dirigent Michael Gielen, die in opdracht van een nieuwe intendant in Keulen het werk in 1965 instudeerde en op de planken bracht. Maar, ondanks het succes van de wereldpremière, onderkende Gielen al snel dat een ideale uitvoering nagenoeg onhaalbaar was. Ook Haenchen erkent in het nieuwe nummer van Odeon, het tijdschrift van De Nederlandse Opera, dat 'sommige ensembles gewoonweg niet uitvoerbaar zijn'.

Dit nam niet weg dat 'Die Soldaten' zich al snel kon verheugen in de belangstelling van diverse belangrijke opera-regisseurs: Hans Neugebauer, Götz Friedrich, Alfred Kirchner, Hans Neuenfels, Harry Kupfer en Willy Decker maakten belangwekkende ensceneringen in verschillende Duitse steden. Een productie van de Deutsche Oper am Rhein was in Nederland in het kader van het Holland Festival in 1971 te zien.

Om de wens van Haenchen te honoreren zocht DNO een productie-team bij elkaar. Om allerlei redenen lukte het met dit team echter niet om 'Die Soldaten' van de grond te krijgen. Haenchen kende de productie die Willy Decker in 1995 voor Dresden had gemaakt en stelde voor die naar hier te halen. In Dresden bleek echter dat de enscenering van het repertoire afgevoerd was en dat alle decors en kostuums vernietigd waren. DNO besloot toen om de Dresden-productie hier in Amsterdam helemaal na te maken; Decker liet de instudering van zijn fenomenale regie over aan Meisje Hummel.

'Oogverblindend' noemt Decker 'Die Soldaten' in het programmaboek. Het is een prachtige kwalificatie: muziek die zo fel is dat er tegenin kijken blind maakt. Aan dit oogverblindend zou je oorverdovend en verstandverbluffend kunnen koppelen en dan nog heb je niet alles benoemd wat deze opera zo allesoverrompelend maakt. Zimmermann baseerde zijn opera op een 'komedie' van Jakob Lenz uit de 18de eeuw waarin Marie door haar vader en legio anderen wordt gemanipuleerd. Op instigatie van haar vader houdt ze stoffenhandelaar Stolzius, die echt van haar houdt, aan het lijntje en legt ze het aan met soldaat Desportes. Hogerop komen is de wens van het burgermeisje, maar ze moet al gauw ondervinden dat men haar als een soldatenhoer behandelt en verkracht. Aan het slot vergiftigt Stolzius zichzelf en Desportes en wordt de in de goot liggende Marie door haar eigen vader niet meer herkend.

De soldaat, symbool voor het verwoestende, zit in ons allemaal, betoogt Decker. Aan het begin staat in een grote rechthoekige kijkdoos een witgeklede en witgeschminkte meute. Als de groep uiteenwijkt staat daar Marie: klein, kwestbaar, maar nog niet kleurloos. Aan het slot, op een prachtig muzikaal moment staat die witte meute daar ineens weer, wijkt uiteen en biedt zicht op de nu wel witgeschminkte, aan de meute geconformeerde Marie.

Decker creëert daar een schitterende cirkel, die in deze veellagige opera niet voor mogelijk was te houden. Tussen deze twee beelden laat hij de veelal korte scènes steeds scheiden door het neerlaten van het voordoek, momenten waarop ook de muziek even stopt. Het geeft je als luisteraar en toeschouwer steeds even de tijd om naar adem te happen. Deckers beelden zijn na legio andere producties van hem hier welbekend. Het gebruik van felle kleuren (rood, geel, groen) in een zwartwit decor, de veel te grote stoelen en het steeds terugkerend rekwisiet: in dit geval een spiegel die steeds groter wordt en die de ijdelheid van de net als Manon Lescaut op haar desastreuze einde afstevenende Marie weergeeft. De kleine rol van Marie's oma wordt schitterend door Decker uitvergroot - zij verschijnt steeds confronterend en zwijgend op het toneel en zij bedekt uiteindelijk Marie's lijk met een laken.

De zwartwitte kijkdoos, waarvan Decker op cruciale momenten de achterwand laat wijken, kantelt in de laatste scène vervaarlijk naar rechts, waardoor Marie letterlijk de afgrond inschuift. Het zijn prachtige en beklemmende beelden die vanuit de bak ondersteund worden met begeleidingen waar de vonken vanaf vliegen. Het Nederlands Philharmonisch Orkest, aangevuld met jazz-combo en verschillende slagwerksecties (ruim 120 musici in totaal), raast, dendert, golft en stuitert de zaal in en het is werkelijk ongelooflijk hoe Haenchen dit alles bij elkaar houdt. Hij wordt geholpen door een verdekt opgestelde hulp-dirigente die een baken voor de zangers op het toneel is.

Oneerbiedig en respectloos om hier met de zangers te eindigen. Zíj maken uiteindelijk deze voorstelling mogelijk en DNO heeft een grootse cast bij elkaar gezocht. De kleine, beweeglijke Claudia Barainsky is als type en als zangeres de gedroomde Marie. De rol is een soort amalgaam van de Königin der Nacht, Brünnhilde en Turandot, drie van de allerzwaarste partijen in het repertoire. Dat Barainsky ook nog muziek weet te maken van Zimmermanns steeple-chase voor sopraan is een groot mirakel! Isoldé Elchlepp verkent de vervaarlijke klippen van haar Grüfin de la Roche-partij ook al met jaloersmakend gemak. Michael Kraus is hemeltergend wanhopig als Stolzius, Tom Randle is gluiperig goed als Desportes en Hebe Dijkstra maakt grote indruk in haar kleine rol van Marie's oma. En dan zijn daar ook nog Anne Gjevang, Lani Poulson, Forde Olsen en Harry Peeters - zij allen maken dat deze opera aankomt als een keiharde stoot in de onderbuik. Gaat dat ervaren!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden