Haenchen en Chailly oogsten wat ze hier zaaiden

Vorige week had ik het hier over piepjonge dirigenten. Vandaag gaat het over wat oudere exemplaren. Geen stokoude, maar toch dirigenten die met hun batons al heel wat maten Wagner en Mahler weggedirigeerd hebben: Hartmut Haenchen (73) en Riccardo Chailly (63).

In een niet zo ver verleden maakten zij getweeën de muzikale dienst uit in Amsterdam. Haenchen als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest en De Nationale Opera, Chailly als vijfde chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest. Hun vruchtbare periodes in Amsterdam vielen ongeveer samen. Haenchen was hier van 1986 tot 2002 als orkestleider actief, Chailly van 1988 tot 2004.

Twee opwindende decennia, waarin de beide maestri de fundamenten legden voor hun latere carrière. En die carrière nam voor beiden onlangs een prachtige nieuwe wending.

Voor Haenchen was die wending tamelijk onverwacht toen hij in zijn vakantie gebeld werd door Katharina Wagner of hij de nieuwe productie van 'Parsifal' in Bayreuth wilde overnemen. Ondanks minimale voorbereidingstijd werd Haenchen deze zomer zo ongeveer unaniem uitgeroepen tot wagneriaanse held van de Festspiele.

Haenchens interpretatie van 'Parsifal' en zijn zoektocht naar een schone partituur baarden opzien. Zozeer zelfs dat hij volgend jaar in Bayreuth mag terugkomen. Katharina Wagner maakte dat zondag bekend. Hij zal dan niet alleen de voorstellingen van 'Parsifal' dirigeren, maar ook een galaconcert waarop de 100ste geboortedag van Wieland Wagner (kleinzoon en vermaard regisseur) zal worden herdacht. In het Festspielhaus zal Haenchen dan naast Wagner ook muziek van Verdi en Berg uitvoeren. Eervol en verdiend.

Chailly begon drie weken na Haenchens Bayreuther triomf ook aan iets nieuws. Hij volgde Claudio Abbado op als leider van het Lucerne Festival Orchestra. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd het eliteorkest, bestaande uit de beste spelers van Europese toporkesten, door Toscanini in het leven geroepen. Abbado blies het orkest in 2003 nieuw leven in. En nu is dus een derde Italiaan heer en meester over dit orkest bestaande uit 'louter solisten'.

Chailly begon met een eerbetoon aan de overleden Abbado. Die had in Luzern alle Mahlers gedaan, behalve de Achtste. Zoals Haenchen de basis voor zijn 'Parsifal' in Amsterdam legde, zo deed Chailly dat met de Achtste symfonie van Mahler. Twee verschillende concertreeksen deed hij hier, gevolgd door uitvoeringen in Leipzig. Zo langzamerhand geldt Chailly als specialist van deze symfonie. Er is geloof ik niemand die deze gigantische partituur vaker heeft gedirigeerd dan hij.

Arte zond het openingsconcert op de dag van het nieuws rond Haenchen uit. In het eliteorkest viel meteen eerste trombonist Jörgen van Rijen op. Die was ooit nog door Abbado uitgenodigd voor de solo in Mahlers Derde symfonie. En ook fluitist Jacques Zoon speelde mee. Chailly zelf had veel te zeggen over de orkestsamenstelling. Hij oogde energieker dan toen ik hem begin mei in Milaan trof. Heer en meester was hij over de massa's orkestmusici, koorzangers en solisten. Op tv was de balans soeverein, maar plaatselijke kritieken wezen erop dat de Salle Blanche eigenlijk te klein is voor deze 'Symphonie der Tausend'. Een interpretatie uit duizenden was het wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden