'Had ik de klappen gehad, ik hoefde ze niet meer te vrezen'

José Fernanda (1950), kunstenares en galeriehoudster

"De eerste keer dat mijn vader me sloeg, herinner ik me als de dag van gisteren. Ik was twaalf, de schoolleiding had mijn ouders opgebeld en gezegd dat ik in vieze kleren op school was verschenen. Mijn moeder maakte me wakker, half in slaap liep ik naar beneden en in de woonkamer haalde mijn vader uit. Hij voelde zich voor schut gezet.

Mijn vader sloeg me dagelijks. Soms leek het wel of hij eraan verknocht was. Ikzelf misschien ook wel, op een vreemde manier. Ik vertoonde wonderlijk gedrag, zocht grenzen op, ik was een lastig kind. Steeds vaker daagde ik mijn vader uit. Als ik de klappen maar had gehad, hoefde ik ze niet meer te vrezen.

Hoewel ik later verschillende keren geopereerd ben aan de kapotte rugwervels die ik had overgehouden aan het schoppen en het slaan, was de fysieke pijn niet het ergste. De vernedering kwam veel harder aan. Dagelijks eindigde ik op het Perzisch kleed in de hal. Altijd krabbelde ik maar weer op en douchte ik me. Tijdens het wassen kwam ik steeds tot dezelfde conclusie: ik geloof niet dat het de bedoeling is dat ik meedraai in deze wereld.

Ik heb altijd gevoeld dat mijn ouders eigenlijk geen zin in ons hadden. Ik verzoende me ermee dat ik uit een koud nest kwam, waarin geen belangstelling voor elkaar was, geen liefde, geen genegenheid. We waren met z'n achten, maar van een gezin kon je nauwelijks spreken. Lang dacht ik dat mishandeling erbij hoorde, zoals mijn broers en zussen, mijn ouders, ons huis, een boom en een beestje erbij hoorden. Pas toen ik was bevallen van mijn oudste dochter realiseerde ik me dat het helemaal verkeerd was. Ik hield mijn kind in mijn armen en wist dat ik onvoorstelbaar veel van haar ging houden. En op datzelfde moment wist ik ook: er is niet van mij gehouden. Twee dagen later schreef ik mijn ouders een brief en verbrak ik het contact. Ik heb nooit een reactie gehad en ze ook nooit meer gezien.

Al vaker had ik geprobeerd een boek te schrijven over mijn jeugd. Maar elke keer verslikte ik me in mijn eigen tekst. Stilstaan bij de gebeurtenissen deed te veel pijn. Toch drongen de herinneringen zich steeds vaker op. Als ik op straat een man zag lopen die op mijn vader leek of als ik mijn moeders parfum zag staan bij de drogist, was ik van streek.

Al vaak had ik hulp gezocht. Zat ik weer op de bank bij een man met een paarse bril, die opzichtig met zijn hoofd knikte en 'een stukje begrip toonde' - meestal stond ik nog voor het eind van het eerste gesprek weer buiten.

Pas toen ik een doortastende psychotherapeute trof die me vier jaar lang, trauma voor trauma, hielp om mijn herinneringen op een gezonde plaats in mijn brein op te bergen, lukte het me om de gebeurtenissen te verwerken.

Toen ik van een afstandje kon kijken naar mijn verleden, kon ik eindelijk dit boek schrijven. Ik heb een fijn leven nu, geniet van kunst, van mijn man, mijn kinderen en kleinkinderen. Lelijke dingen hebben een tegenkant, misschien is dat wel wat ik met mijn boek wil uitdragen."

José Fernanda: Weerloos. De overlevingsstrijd van een mishandeld kind.

De Kring, Amsterdam; 224 blz. euro 16,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden