Haci Karacaer

Haci Karacaer (Aksaray, 1 januari 1962) is directeur van de Turkse sociaal-culturele moslimorganisatie Milli Görüs. Karacaer kwam in 1982 naar Nederland, werkte eerst als schoonmaker, maar maakte na omscholing in de automatisering carrière bij de ABN Amrobank. Het feit dat hij te veel moslims 'aan de kant' zag staan, deed hem uiteindelijk besluiten zich in te zetten voor een beter begrip en een betere verstandhouding tussen 'gelovigen en niet-gelovigen'.

1.Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

,,Er is maar één God. Voor mij heet Hij Allah, maar Zijn naam doet er niet zoveel toe; Hij spreekt alle talen, Hij verstaat ons allemaal. Ik zie geen gedaante voor me, geen silhouet, geen wezen, geen ding. Het is een aanwezigheid. Ik weet dat ik word gehoord. En dat ik word gezien. Het is niet Zijn schuld dat de wereld op zijn kop staat - de mens heeft er zo'n puinhoop van gemaakt. In de islamitische wereld is men geneigd de eigen wil uit te schakelen. Bij alles wat een moslim overkomt, roept hij: het is de wil van Allah. Een overstroming, een aardbeving: de straf van God. Laatst werden in 'Nova' de preken uitgezonden van imams die gelovigen opriepen tegen Bush te vechten omdat Allah hen zou steunen. Daar lach ik om. Wat een zielig wereldbeeld hebben die mannen toch... Alsof God iets met al die oorlogen te maken zou willen hebben. Ten tijde van de oorlog in Joegoslavië heb ik God ook om een vliegtuig gevraagd -zo'n toestel uit Hollywood waarmee je de vijand verslaat zonder zelf ooit neer te storten- maar inmiddels heb ik die naïeve beelden ver achter me gelaten. Ja, ik ben veranderd -volgens de profeet verandert je hart 70000 keer per dag- maar ik heb nog nooit, niet één seconde, aan Zijn bestaan getwijfeld. Ik geloof dat Allah ons hersenen heeft gegeven en een vrije wil om ons leven in te richten zoals wij dat goed dunken. Je kunt alle kanten op, maar je zult later wel rekenschap af moeten leggen. Van alles wat wij doen wordt een keurige administratie bijgehouden. Op de dag des oordeels wordt alles, goed en kwaad, gewogen. Hoe hel en hemel eruitzien, is niet zo interessant. Er zijn wel beschrijvingen van, maar ik vind het belangrijker na te denken over hoe ik goed moet leven dan te fantaseren over de plaats waar ik straks terecht zal komen.''

2.Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Ik geloof dat Mammon de grootste afgod is. Alles draait om geld. Zelfs op 11 september liet CNN onder die vreselijke beelden van de aanslagen op de Twin Towers nog het bandje lopen waarop de beursberichten werden doorgegeven. Martin K., die moordenaar, exploiteert vanuit zijn cel een website waarop je, tegen vergoeding, mag zien hoe hij zijn slachtoffer heeft verminkt. Alles is te koop. We leven in een amorele maatschappij en het lijkt almaar erger te worden... hoe we hier uit komen? We kunnen niet zonder religie, zonder overtuiging of geloof. Voor de een is het de islam, voor de ander de sociaal-democratie, het christendom of het humanisme. We moeten een aantal universele waarden staande zien te houden. Het zijn juist de mensen die zich niets van moraal of ethiek aantrekken die de wereld zo gevaarlijk maken. Ja, je hebt gelijk: fundamentalisten zeggen ook vanuit hun geloof te handelen, maar zij gebruiken religie als politiek instrument. Hun strijd heeft niets met God te maken. De naam van Allah wordt overal misbruikt. Heb je die beelden gezien van de verkoolde lijken die door Falloedja werden gesleept? Dat zijn ook moslims geweest... op zulke momenten voel ik mij verslagen. Ik zit te janken bij de televisie, echt waar... Het zijn zware tijden, dat geef ik toe, maar ik ga niet bij de pakken neerzitten. Ik ben een moslim. Een moslim kan niet leven zonder hoop. Sterker nog: het opgeven van de hoop wordt als een zonde uitgelegd.''

3.Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Ayaan Hirsi Ali was niet de eerste die iets naars riep over de profeet. In de tiende eeuw waren er al moslims die cabaret maakten op basis van wat zij 'oudewijvenverhalen' uit de Koran noemden, maar je denkt toch niet dat over één van hen ooit een fatwah is uitgesproken? Dat stoort mij in de huidige discussies over de islam nog het meest: iedereen, moslims en niet-moslims, bedient zich van clichés. Ja, de islamitische wereld loopt achter, maar in 830 waren in het huidige Bagdad al debatcentra waar gelovigen en niet-gelovigen met elkaar in discussie gingen. Toen waren moslims niet bang om van een ander te leren. Ze redeneerden vanuit zelfvertrouwen, vanuit sterkte. Ze vertaalden boeken, ze waren nieuwsgierig. Nu is het de angst die regeert. Iedereen is de vijand. Niemand is te vertrouwen. Er hoeft maar iemand iets vervelends over de islam te roepen of de moslims zijn gekwetst. Bij het minste of geringste wordt om de toorn van Allah gesmeekt. En dan denk ik: wie is hier nou je gids? Als je zoveel om de profeet geeft, waarom volg je hem dan niet in zijn gedrag? Je kunt wel in zo'n jurk gaan lopen, een lange baard dragen en op een stukje hout kauwen omdat de profeet ooit gezegd heeft dat zoiets hygiënisch is, maar wat heeft dat allemaal nog met het geloof te maken? Veel moslims proberen van de profeet een bovenmenselijk wezen te maken, maar dat is onzin. De profeet was een mens. Hij kon lachen, hij kon huilen, hij kon ruzie maken met zijn vrouw. De profeet is iemand op wie je kritiek mag hebben. Sommigen van zijn metgezellen hebben ook kritiek gegeven wanneer het ging om zijn persoonlijke beslissingen waar geen openbaring tegenover stond. Dat betekent overigens niet dat je geen au mag roepen als iemand je schopt. Het doet pijn als Ayaan Hirsi Ali beweert dat hij een perverse tiran en een pedofiel was, al zegt het meer over Ayaan dan over de profeet. Mijn liefde voor de profeet is er in ieder geval niet minder door geworden.''

4.Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Eigenlijk zou je iedere dag een beetje rust moeten nemen, maar ik geef toe dat ik daar ook niet aan toe kom. De luxe om de lasten te verdelen ontbreekt bij Milli Görüs. De kloof tussen onze gemeenschap -met weinig opleiding, weinig ervaring in een stedelijke omgeving- en de superontwikkelde samenleving is zo groot, dat ik voortdurend overal moet opdraven om dingen uit te leggen. Ik voel me haast verplicht om iedere uitnodiging aan te nemen en maak zo dagen van tien, twaalf uur. Ja, dat gaat ten koste van mijn gezin. We hebben drie kinderen. Twee van hen zijn verstandelijk en lichamelijk gehandicapt. Ze wonen thuis. Ik probeer de weekenden vrij te houden om voor hen te zorgen, zodat mijn vrouw even kan doen wat ze wil.''

5.Eer uw vader en uw moeder

,,Mijn vader ging naar Nederland toen ik vijf was. Ik herinner me niets van zijn vertrek. Op een dag was hij weg. Misschien dat ik, als oudste van vijf kinderen, sneller volwassen werd. Ongemerkt nam ik taken van hem over. Toen hij drie jaar later voor de eerste keer terugkwam, voelde ik mij totaal van hem vervreemd. Ik durfde niet eens bij hem op schoot te gaan zitten. Een van mijn zussen -ze is inmiddels overleden -heeft nooit samen met hem aan tafel willen zitten. Ze at altijd apart. Zo erg heb ik er niet onder geleden, maar ik moest, toen ik in 1982 naar Nederland ging, wel mijn relatie met hem helemaal opnieuw opbouwen. Ik weet nog dat hij mij 's avonds laat glaasjes melk kwam brengen omdat hij vond dat ik te mager was: 'drink maar op, jongen'. Ik ben eigenlijk altijd trots op hem geweest. Die man heeft twintig, dertig jaar lang afstand genomen van zijn vrouw, zijn gezin. Hij heeft dat gedaan om ons, zijn kinderen, een betere toekomst te geven. Maar daar zit ook meteen de moeilijkheid: voor hem telt vooral de materiële ontwikkeling. Hij wil graag dat ik een huis in Turkije koop, terwijl ik liever in mezelf investeer. Over het begrip zelfontplooiing valt met hem niet te discussiëren. Het is sowieso erg moeilijk om met hem in discussie te gaan. Ik neem me iedere keer voor hem met rust te laten, maar na vijf minuten hou ik het niet meer. Zeker als het over de islam gaat. Hij vindt mij te verlicht. Ik vind hem te ouderwets. Toch is liefde het eerste woord wat in mij opkomt als ik aan hem denk. Ik weet dat hij niet anders kan, hij maakt deel uit van een andere generatie. Bovendien geloof ik dat hij, stiekem, ook wel trots is op het rebelse gedrag van zijn zoon.

Mijn relatie met mijn moeder is van een heel andere orde. Ik voel me vooral verantwoordelijk voor haar. Ik zie weer voor me hoe we jarenlang, met z'n allen, het grote bed deelden. Hoe ik naar mijn tante holde omdat mijn moeder ging bevallen en mijn zusje al geboren was toen we terugkwamen. Ze deed eigenlijk alles alleen. Onze geboortes werden niet eens geregistreerd; ze beviel tussen de bedrijven door. Ik ben volgens de burgerlijke stand op 1 januari 1962 geboren. Dat klopt niet, maar op welke dag ik dan wel ben geboren weet niemand meer. Mijn moeder heeft altijd een zwaar leven gehad. Ze heeft een schoonfamilie die zich overal mee bemoeit en in discussies telt haar mening niet. Mijn vader vindt dat vrouwen een toontje lager moeten zingen, of misschien zelfs hun mond helemaal niet open moeten doen. Mijn moeder nodigt, door zich niet te verzetten, anderen haast uit haar te schoppen. Ze heeft nooit geleerd voor zichzelf op te komen. Daarom doe ik het, voor haar.''

6.Gij zult niet doodslaan

,,Ik vraag Allah iedere dag of Hij mijn twee kinderen -als ze heel erg gaan lijden- wil laten ophouden met ademen. Ze kunnen niet praten. Ze kunnen niet zeggen waar het zeer doet of waar ze naar verlangen. We hebben alleen oogcontact en ik heb geen idee wat er tot hen doordringt. Ze zijn nu vijf en veertien. We weten niet hoe lang ze nog zullen leven. We weten zelfs niet wat hen mankeert. Daarom vraag ik Allah of zij uit hun lijden verlost mogen worden, alles lijkt me beter dan een leven aan draden en slangen.

Ik kan me voorstellen dat ik uiteindelijk voor euthanasie zou kiezen, al is het volgens de Koran niet toegestaan. Ik zou daarmee bewust afwijken van de voorschriften en de consequenties van mijn gedrag aanvaarden. Wat die zijn? Dat weet ik niet. Dat zie ik straks wel. Ik probeer het goede te doen en ik wil niet bij iedere beslissing die ik neem bedenken hoe groot de eventuele straf zou kunnen zijn.

Ik geloof ook niet dat God mij dit heeft aangedaan; dat Hij ons met opzet twee gehandicapte kinderen heeft gegeven. Dat zijn autonome processen. God is niet iemand die in een controlekamer zit en op allerlei knopjes drukt. De ziekte van mijn kinderen is een kwestie van verkeerde cellen. Daar zit geen goddelijke gedachte achter - waarmee ik overigens niet beweer dat God er niet van weet. Hij weet alles, maar ik geloof niet dat Hij zich op die manier met ons bemoeit. Alsof vaak bidden en veel vasten beloond zou kunnen worden. Het enige dat ik kan doen is Hem vragen of Hij mij geen last wil geven die ik niet kan dragen. Dat gebed is tot op heden verhoord.''

7.Gij zult niet echtbreken

,,Voor een gearrangeerd huwelijk ben ik veel te arrogant. Zij was gewoon de ware. Ik heb nooit een ander gehad. We zijn allebei als maagd het huwelijk ingegaan. Voorbeeldig? Ja, ik vind van wel. Ik ben gelukkig. Ik kom niets tekort. In het Westen wordt alles, ook het seksleven, door een wetenschappelijke bril bekeken. Ik word gek van al die onderzoeken: hoe vaak doen we het? Een keer per week? Twee keer per week? Hebben die mensen niets beters te doen? Je zou op den duur nog gaan geloven dat er iets mis met je huwelijk als je niet doet wat er in zo'n artikel staat. Liefde heeft volgens mij niets met wetenschap te maken. Natuurlijk zie ik wel eens een vrouw die mij bevalt; schoonheid trekt altijd aandacht. Ik kan ook gefascineerd raken door een mooie auto. Het is misschien een ongelukkige vergelijking, maar het principe is hetzelfde: 't is prachtig, maar niet van mij. Ik ben trouw, ik doe mijn best voor ons huwelijk, maar dat wil niet zeggen dat ik tegen echtscheiding ben. Soms is het beter om uit elkaar te gaan. Voor de islam is echtscheiding een doodnormale zaak. Voor veel moslims helaas niet.''

8.Gij zult niet stelen

,,Ik kom wel eens moslims tegen die vinden dat dieven strenger moeten worden gestraft. Wie steelt, verliest zijn handen - dat staat immers in de Koran. Als ik vraag hoe het komt dat je nergens, zelfs niet in islamitische landen, mensen zonder handen ziet lopen, antwoorden ze: 'Ja, dat zijn zwakke moslims, ze durven het vonnis niet uit te voeren'. Daar geloof ik helemaal niets van. Volgens mij worden er geen handen meer afgehakt, omdat iedereen weet dat die tekst niet letterlijk moet worden genomen. Het is een straf uit een andere tijd. In Europa worden dieven toch ook niet meer door twee paarden uit elkaar getrokken? Het probleem van de islamitische gemeenschap is dat de traditie van het interpreteren -wat wij Ijtihad noemen- sinds de 13de eeuw niet meer wordt toegepast. Door een uitspraak van een politieke leider in die tijd -'de poorten van Ijtihad zijn dicht'- roepen de moslim nu nog steeds dat er niets meer valt te duiden. Het staat er toch? Zo is het. Hier mogen we niet van afwijken. Terwijl moslims vroeger niets anders deden. Op iedere regel volgt een uitzondering. Dat is nou juist het mooie van de islam. Ik wil dat moslims hun geloof weer serieus gaan nemen. Durf na te denken, durf vragen te stellen, durf verantwoordelijkheid te nemen. Leun niet op boeken zoals 'De weg van de moslim' waarin wordt opgeroepen homoseksuelen te doden en de gewapende strijd tegen ongelovigen aan te gaan. Die boeken zijn geschreven in andere tijden, onder andere omstandigheden. De islam is niet tijdloos, dat is onzin. Als de islam tijdloos is, waarom zijn er zoveel tafsier -exegese-boeken- geschreven? We leven nu, hier, in deze democratie. De poorten van de Ijtihad moeten weer geopend worden.''

9.Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,Ik maak vaak mensen boos met mijn manier van optreden, maar ik ben niet bereid om wat ik denk te verzwijgen, of om te buigen. Er zijn al genoeg mensen die om de hete brij heen draaien. Ik word niet altijd goed begrepen. Als ik het gedrag van een moslim bekritiseer, denkt men dat ik daarmee het gedrag van de niet-moslim goedkeur. Dat is niet zo. Wat ik wil zeggen is: we moeten ons richten op zaken waar we invloed op kunnen uitoefenen en geen tijd verprutsen aan dingen die we toch niet kunt veranderen. De eerste reactie is: waarom schopt u zo? Pas later, als ze alleen zijn met Allah, zullen ze nadenken en toegeven dat ik toch wel gelijk heb gehad.''

10.Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Je kunt mijn inzet voor de islamitische gemeenschap niet los zien van mijn persoonlijke begeerten. Het is niet zomaar 'een zaak'. Als het ons lukt om een nieuwe stroming op gang te brengen, kan dat de wereldvrede bevorderen. Het enige dat ik voor mezelf verlang, is af en toe naar Mekka te kunnen gaan. Als ik de Kaüba aanraak, gaat er van alles door mij heen. Het is een fysieke sensatie: mijn hartslag gaat omhoog, ik ga trillen, zweten, huilen... Daar voel ik mij het dichtst bij Allah. Nee, ik wil niet in Mekka wonen. Ik merkte, toen ik voor een tweede keer ging, dat mijn gevoelens minder heftig waren. Ik betrapte mezelf erop dat ik die keer oog had voor wat er in de winkels rondom de Kaüba te koop was. Het moet bijzonder blijven. Even de accu opladen en dan weer naar huis.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden