Hachelijk debat voor minister die nog weinig krediet heeft

Minister Ard van der Steur Beeld anp

Ard van der Steur gaat vandaag met de Tweede Kamer in debat over de aanpak van terrorisme en in het bijzonder Ibrahim El Bakraoui, een van de aanslagplegers in Brussel. De minister van veiligheid en justitie moet de Kamer opnieuw overtuigen van zijn eigen kwaliteit en die van zijn diensten.

"Het was geen goed idee om Ard van der Steur mijn tekst te laten schrijven", zegt premier Mark Rutte op 10 februari tijdens zijn conference op het Correspondents' Dinner in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Hij steekt een zwartgelakt A4'tje omhoog, als knipoog naar Van der Steurs Kamerbrief over MH17-anatoom George Maat. De minister van veiligheid en justitie kan er die avond helaas niet bij zijn, vervolgt Rutte. "Hij biedt daarvoor zijn welgemeende excuses aan."

Veel beter kon de premier zijn gehavende minister niet op de hak nemen. In het jaar dat Van der Steur nu aan het roer staat van het superdepartement, heeft hij vooral bekendheid verworven als praatgrage brokkenpiloot die zijn fouten schoorvoetend toegeeft, om daarna excuses te maken. De onhandigheden in de zaak van de naar Nederland uitgezette Ibrahim El Bakraoui, die zich vorige maand opblies in Brussel, vormen het nieuwste hoofdstuk.

"Zijn imago speelt hem parten", zegt SP-Kamerlid Michiel van Nispen, "maar er is ook wel steeds iets aan de hand". Van de door justitie geënsceneerde foto's van Volkert van der G. wist Van der Steur niet af, zijn snelle verwijten aan het adres van patholoog-anatoom Maat bleken onterecht en toen hij als Kamerlid toenmalig minister Ivo Opstelten hielp bij het persbericht over de Teevendeal, had hij zelf anders kunnen besluiten. Van Nispen: "Als hij in die eerste gevallen had gezegd: 'We gaan het onderzoeken', in plaats van er meteen wat uit te flappen, waren die zaken niet zo geëscaleerd."

Toch is dat niet wat hem dit keer het meest verweten wordt. In het debat over de aanslagen in Brussel, vorige week, zei hij niet te veel, maar juist te weinig, vond de Kamer. Die was erop gebrand te weten waarom de politie in New York (en niet de FBI, zoals Van der Steur aanvankelijk meldde) Nederland een week voor de aanslagen waarschuwde voor El Bakraoui en diens broer. "Ik heb geen idee", zei Van der Steur. "Daarover zou ik moeten gaan speculeren." Ontevreden brak de Kamer rond middernacht het debat af, om het vandaag na nieuwe schriftelijke antwoorden voort te zetten.

Ongemakkelijk
Het debat gaf Van Nispen een 'ongemakkelijk' gevoel. "Vóór het debat maakte ik mij zorgen over de samenwerking tussen de veiligheidsdiensten. Daar wilde ik zakelijk naar kijken, zonder als oppositie opportunistisch voor de camera's te springen. Maar tijdens het debat ging ik me steeds meer afvragen of de minister en zijn diensten wel weten hoe het precies zit. Een week na de aanslagen moet je onze vragen toch kunnen beantwoorden? Zaten die antwoorden niet in zijn map of heeft hij die map niet goed gelezen?"

Ook ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers had zich voorgenomen 'een oorlog op leven en dood niet te laten ontaarden in Haags politiek gedoe', maar zag het debat vorige week met stijgende verbazing aan. Dat Van der Steur niet kon vertellen waarom de Amerikanen Nederland daags voor de aanslagen hadden gewaarschuwd en wat daar vervolgens mee is gedaan, vindt Segers 'heel moeilijk om te begrijpen'. "Dan vraag je als minister in de voorbereiding toch door? Dan wil je toch het naadje van de kous weten?"

Het ongemak over de ontstane situatie blijkt ook uit een rondgang langs Kamerleden. Van Nispen en Segers willen wel meewerken, Jeroen Recourt (PvdA), Madeleine van Toorenburg (CDA) en Sjoerd Sjoerdsma (D66) niet - die laatste twee zitten zelden verlegen om commentaar op justitie.

Ook de VVD houdt zich stil. Het zegt iets over hoe precair partijen de situatie achten.

Daarbij speelt mee dat eigenlijk niemand een jaar voor de verkiezingen zit te wachten op Van der Steurs val en weer een nieuwe minister, ook Van Nispen niet. "Ik hoop niet dat het nodig is en ik ben er niet op uit. Dat betekent niet dat hij al veilig is. Ik stel die lastige vragen omdat ik me zorgen maak, juist omdat het om zulke belangrijke zaken gaat. Ik wil een minister die dan gretig op zoek gaat naar de waarheid."

Terreurbestrijding
Segers noemt het 'twijfelachtig' of de terreurbestrijding geholpen is met het vertrek van Van der Steur. "Maar als er een minister zit die er geen prioriteit van maakt, wordt het lastig. Waar het nu op aankomt, is dat Van der Steur heel vertrouwenwekkend leiding geeft aan de strijd tegen dit kwaad. Hij moet laten zien dat hij in control is en op de toppen van zijn kunnen presteert."

Een eerste stap in die richting heeft minister Van der Steur dinsdagavond willen zetten met een hele serie Kamerstukken waarin hij beterschap belooft.

Zoals: betere afspraken met Turkije en 'ruimere communicatie' tussen internationale diensten. Om eraan toe te voegen dat de Nederlandse diensten in het geval van El Bakraoui 'strafvorderlijk' hebben gedaan 'wat van ze kon worden verwacht', óók na de waarschuwing uit de VS waaruit bleek dat de broers werden gelinkt aan de bij de Parijse aanslagen betrokken Salah Abdeslam.

Aan Van der Steur om de Kamer daar vandaag van te overtuigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden