Haatmails

'Helemaal zat' is PvdA-voorzitter Hans Spekman de scheldpartijen in zijn mailbox. Om de afzenders een spiegel voor te houden, plaatste hij eind vorige week een aantal van de haatmails, waarin hij onder meer voor 'landverrader' en 'nikkerhond' wordt uitgemaakt, online. De actie kan op steun van collega-politici rekenen. Drie Kamerleden over hun eigen ervaringen.

Joel Voordewind (ChristenUnie):
"Ik heb de actie van Spekman gesteund via Twitter. Hij heeft er goed aan gedaan om mensen die zich misdragen een spiegel voor te houden. Wanneer mensen op internet tegen mij schelden, reageer ik eigenlijk nooit op ze. Ze verspelen hun recht op een antwoord. Reageer ik af en toe wel, dan schrikken ze toch, en krijg je zelfs excuses.

"De laagdrempeligheid van vandaag de dag heeft voor- en nadelen. Politici zijn benaderbaar via sociale media, maar de drempel om in onbeschoftheid te ontaarden ligt kennelijk ook lager. Ik vind het prima als mensen via internet laten weten het niet met mijn standpunten eens te zijn. Gaat het over mij persoonlijk, mijn vrouw of mijn kinderen ¿ daar ligt de grens. Gelukkig gebeurt dat niet vaak, wat ook met onze politieke positie te maken zal hebben.

"Je ziet de verruwing naar ons toe heel erg, maar je ziet het ook bij onszelf. Bevolkingsgroepen worden weggezet, politici maken elkaar uit voor rotte vis. We moeten ook de hand in eigen boezem steken."

Han ten Broeke (VVD):
"Mensen die direct, zonder aanhef, beginnen te schelden - die krijgen geen antwoord meer. De eerste paar jaar deed ik dat nog wel, maar daar ben ik mee gestopt. Zoekt iemand de grens op, dan duw ik één keer fors terug. Niet door zelf agressief te worden, maar door heel duidelijk te maken dat ik er niet van gediend ben. Dan krijg je in acht van de tien gevallen een heel andere reactie. Dan is het ineens geen 'je' en gescheld meer, maar 'u' en 'succes nog met de werkzaamheden'. Dat soort mails hebben we weleens bewaard, ja.

"Contact met een Kamerlid is tegenwoordig snel gelegd, het kan anoniem, dus dan komt gescheld er ook bij kijken. Dat blijft natuurlijk verbijsterend, maar je raakt er ook wel wat aan gewend. Door persoonlijk en helder te antwoorden, slaat de toon meestal om, of biedt men zelfs excuses aan. Dat soort mensen hebben diep van binnen best fatsoensnormen, maar zijn die even uit het oog verloren. Spekman heeft gelijk dat hij dat aan de kaak stelt."

Sharon Gesthuizen (SP):
"Eigenlijk kan ik me maar één echte haatmail herinneren. Dat is heel vervelend en hakt er dan wel even in. Ik krijg wel veel boze mails en daar probeer ik er zoveel mogelijk van te beantwoorden. Wat je merkt, is dat wanneer je op een kalme toon terugmailt, je negen van de tien keer ziet dat de mensen zelf ook kalmeren. Ze zijn dan nog steeds boos, maar er volgt wel een redelijk normale discussie.

"Soms zie ik wel hele grove teksten over mezelf op het internet, op de website van GeenStijl bijvoorbeeld. Ze zijn vaak erg seksueel getint. Daar kijk je dan wel even van op, maar, toegegeven, ik kan er soms ook wel om grinniken.

"Echt bedreigd heb ik me nooit gevoeld, gelukkig niet. Uiteindelijk is er volgens mij ook maar een heel klein groepje mensen waar je echt niet normaal mee in discussie kan. Het probleem is dat mensen zich kunnen verschuilen achter de anonimiteit van het internet, en daardoor schieten ze wat sneller uit hun slof."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden