Haast onbewapende Papoea's zoeken publiciteit in hun strijd tegen Indonesië

Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - De leden van Organisasi Papoea Merdeka, de Beweging Vrij Papoea (OPM), verantwoordelijk voor de nu een week durende de gijzeling van nu nog 14 mensen, onder wie zeven Europeanen op Irian Jaya, worden wel de T-shirt rebellen genoemd. Anders dan de meeste guerrillagroeperingen dragen zij geen militaire kleding.

Maar deze benaming heeft ook iets gemoedelijks. Ze zijn ook niet erg gewelddadig. De OPM heeft een enkele aanslag op haar naam staan, maar vaker gaat het om demonstraties waarbij de Indonesische vlag wordt neergehaald en vervangen door de eigen vlag van het vrije onafhankelijke West-Papoea, dat hen voor ogen staat.

Het is voor de nauwelijks bewapende rebellen eenvoudig om stukken oerwoud tot OPM-gebied te verklaren. Het kost de militairen dagen lopen door een ontoegankelijk terrein om er te komen en eenmaal ter plekke blijken de rebellen allang gevlogen, via paden die zij alleen kennen.

Gevaarlijker dan de rebellen zelf is doorgaans de vergelding van het Indonesische leger. Wie ooit een vreemde vlag heeft gehesen op wat toch tot Indonesisch grondgebied wordt gerekend, kan op een harde afstraffing rekenen en moet soms het leven laten. Vooral lokale legercommandanten, die zich ver van Jakarta weten, trekken zich weinig van mensenrechten aan. Kerkelijk leiders, Amnesty International en zelfs de nationale Indonesische Commissie voor mensenrechten klagen over executies, martelingen en vooral verdwijningen onder vertegenwoordigers van de Papoeabevolking.

Een stroom vluchtelingen is de grens overgetrokken naar het zelfstandige Papoea New Guinea, dat vroeger tot Australië behoorde.

Irian Jaya was tot 1963 kolonie van Nederland en is nu het grootste eiland van de Indonesië. De door Nederland bij de overdracht geëiste volksstemming is een farce gebleken. Zo'n duizend dorpshoofden mochten in 1969 kiezen voor aansluiting bij Indonesië.

De huidige problemen van het eiland zijn exemplarisch voor veel eilanden van de archipel. Het centrale gezag op Jakarta beschouwt de eilanden die ver van Java liggen vaak als wingewesten. Jakarta wordt wel verweten de nieuwe koloniale macht te zijn, die de buitengewesten van hun vaak ruim aanwezige natuurlijke rijkdommen berooft en er niets voor teruggeeft. De plaatselijke bevolking wordt uit haar dorpen verdreven en ziet haar land, lucht en water vergiftigd worden.

Moerasgebied

De streek waar OPM de gijzeling begon is de Lorentzvallei, het grondgebied van de Amungmestam. Een zeer uitgestrekt moerasachtig gebied, met nog veel ongeschonden natuur in het zuidwesten van Irian Jaya. Het reikt tot aan het Carstensgebergte, met bergtoppen tot 5 000 meter, voorzien van gletsjers en eeuwige sneeuw. Het Wereldnatuurfonds, dat twee medewerkers onder de gegijzelden heeft, poogt dat gebied de status van nationaal park te geven om het beter te kunnen beschermen. De groep die vorige week gegijzeld werd deed onderzoek in het gebied.

Omvangrijke mijnbouwactiviteiten bedreigen de vallei. Er vlak langs loopt een weg van de havenstad Amamapare naar de koperstad Tembagapura, die is aangelegd ten behoeve van de Amerikaanse onderneming Freeport-McMoran. Deze mijnbouwgigant wint in de wijde omtrek, in concessies zo groot als Zwitserland, koper, goud en andere edelmetalen. Irian Jaya is zeer rijk aan grondstoffen. De kopervoorraad wordt inmiddels tot de grootste van de wereld gerekend. Freeport erkent dat het goede zaken doet en betaalt jaarlijks grif meer dan honderd miljoen dollar belasting aan Jakarta.

Het bedrijf vergruist de ertsen en scheidt de edelmetalen met grote hoeveelheden water van het steengruis. Het steengruis, maar vooral het sterk verzuurde water, vergiftigen de rivieren en moerasgronden in de omgeving. De milieurapporten over Freeport zijn zo slecht dat een Amerikaanse overheidsinstelling weigerde de investeringen van het bedrijf te herverzekeren.

De mijnbouw levert de plaatselijke bevolking relatief nauwelijks werk op en de opbrengsten worden ook niet in de ontwikkeling van het eiland gestoken. Ontwikkeling waar Irian Jaya, dat recent het stenen tijdperk heeft verlaten, grote behoefte aan heeft.

Naast de uitbuiting als wingewest, steekt het de 900 000 Papoea's dat ze zo langzamerhand een minderheid worden op hun eigen geboortegrond. De Indonesische overheid deporteerde grote groepen van andere eilanden naar Irian Jaya en stimuleert nu met vette premies boeren uit dichtbevolkte gebieden te verhuizen naar het dunbevolkte eiland. Op die wijze poogt Jakarta de sterk verdeelde archipel te 'indonesianiseren' en etnische minderheden als Papoea's onmachtig te maken.

Vermoord

Indonesië is bang voor inheemse culturele uitingen, die de gedachte aan een eenheidsstaat verstoren en tot afscheidingsbewegingen kunnen leiden. De ook in Nederland bekende Papoea Arnold Ab, cultureel antropoloog aan de Cendrerawasih universiteit, kan het niet meer navertellen. De in Irian Jaya zeer populaire componist en dichter werd op 26 april 1984 ontvoerd en later vermoord. Zijn populariteit werd hem noodlottig.

De gijzelaars willen dat het verhaal van de Papoea's gehoord wordt en kozen daarvoor westerlingen te gijzelen - een nieuw en ongewoon wapen in hun strijd. Waarnemers verwachten dat de rebellen met hun gijzelaars nog zeer lang uit handen van het leger kunnen blijven, alleen al vanwege de ontoegankelijkheid van het gebied. Bemiddeling van kerkelijk leiders zoals de Nederlandse bisschop H. Munninghoff, zal uitkomst moeten bieden. Hij geniet een groot vertrouwen van de Papoea's, zeker nadat hij het eind 1995 voor hen opnam in een hard rapport over schendingen van de mensenrechten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden