Haasse, de observator

In haar nieuwste roman 'Sleuteloog' keert Hella Haasse terug naar een oud thema: de verpletterende indruk die haar jeugd in Nederlands-Indië op haar heeft gemaakt. Die tijd blijkt een bron die blijft stromen.

'Ik schrijf omdat ik niet anders kan. Schrijven is mijn manier van zijn. Ik kan me helemaal niet voorstellen hoe het is om te leven zonder dat.” Hella S. Haasse, geboren in 1918, het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog, in Weltevreden te Batavia, Nederlands-Indië, heeft nog altijd niet het gevoel dat zij haar kruit heeft verschoten. Integendeel. De 84-jarige schrijfster ziet nog talloze mogelijkheden om iets te doen met het literaire materiaal dat zij met zich meedraagt.

,,Het schrijven is ten nauwste verbonden met het feit dat waarnemen zo belangrijk voor me is. Een voortdurende stroom van waarnemingen en impulsen uit de wereld om me heen komt op me af. Ik besta pas als ik daar iets mee gedaan heb, als ik dat onder woorden heb gebracht.” Haasse staart glimlachend uit het raam van haar appartement, dat hoog wordt opgetild boven het Amsterdamse Vondelpark. ,,Het houdt pas op als ik dood ben.”

In 'Sleuteloog', haar nieuwste roman, keert Haasse terug naar haar jeugd in Nederlands-Indië. ,,Voor mij is het geen oud thema”, zegt Haasse. ,,Het is de voedingsbodem van mijn verbeelding. In mijn waarnemingen, emoties en manier om op de werkelijkheid te reageren ben ik door Indië gevormd. Vooral de band met de natuur is cruciaal. Die heeft me altijd begeleid. En daar komt bij dat ik, naarmate ik ouder ben geworden, en verder van Indië weggeraakt, een grotere afstand heb gekregen van het leven dat wij daar hadden, en van de problemen die daar waren en die ik als kind en als jongmens niet kon zien en herkennen. Hoe was dat daar? Wat betekende dat land voor mij? Die vragen hebben me nooit verlaten.”

Indië speelde al een cruciale rol in 'Oeroeg', haar debuutroman, die in 1948 in Nederland als Boekenweekgeschenk diende, in de beschouwingen in 'Krassen op een rots', en in de autobiografie van haar jeugd uit 1954: 'Zelfportret als legkaart'. ,,Er zijn altijd ervaringen geweest daar, gegevens over Indië, waarvan ik het gevoel heb gehouden: die heb ik nog nooit ten volle onderzocht. Dingen die ik niet onder woorden gebracht heb, en die toch belangrijk zijn. Die blijven altijd doorwerken.”

In 'Sleuteloog' stelde Haasse zich de opdracht een verhaal te schrijven over de vriendschap tussen twee vriendinnen van verschillende afkomst in het vooroorlogse Indië: Herma Warner, dochter van blanke, Nederlandse ouders, en Dee Meijers, uit een Indo-Europese familie. ,,Ik stelde me de vraag: wat voor invloed heeft het op mensen van verschillende soort, van gemengd bloed én van niet-gemengd bloed, in die veelvormige maatschappij te zijn geboren? Voor hen die zijn opgegroeid in Indië, maar die nu hier in Nederland wonen is die vraag bepalend voor hun identiteit. Als je Indo bent - vroeger mocht je dat woord niet gebruiken - ben je verdeeld tussen twee werelden. Maar ook mensen als Rudy Kousbroek en ik zijn verdeeld tussen twee werelden. Wij zijn ook geen Nederlandse Nederlanders. Hoe dat zit, dat heb ik precies proberen te analyseren.”

Haasse laat Herma Warner in de roman noteren: 'Ik besef allang, dat de verzonken wereld van mijn jeugd voor een groot deel een illusie is geweest. Alle stadia van afscheid nemen en ontwennen heb ik doorlopen. Wat ik in mijn geboorteland zintuiglijk en emotioneel beleefd heb, ligt verankerd op de bodem van mijn bewustzijn. Het bepaalt mij, maar ik kan er niet meer bij. Dat ik nergens ooit helemaal thuishoor heb ik aanvaard als mijn natuurlijke staat van zijn.'

,,Dat is het punt van uitgang”, zegt de schrijfster. ,,Forever a stranger, dat is de Engelse ver-taling van 'Oeroeg'. Zo is het. Altijd een vreemde. Dat heb ik mijn hele leven lang zo gevoeld, en dat wilde ik graag demonstreren. Toch is 'Sleuteloog' niet louter een these of demonstratie. Ik wilde vooral de geschiedenis vertellen van twee mensen, die elkaar in hun jeugd goed gekend hadden, maar bij wie achteraf bleek dat in hun vriendschap strenge grenzen lagen.”

Dat idee lijkt nauw verwant aan de opzet van 'Oeroeg', dat het portret bevat van een vriendschap tussen een Nederlandse en een Indonesische jongen. In 'Zelfportret als legkaart' schreef Haasse dat haar debuut was voortgekomen uit 'het verlangen naar het echte 'Indische' leven dat ik eigenlijk nooit gekend heb, en het heimelijke schuldgevoel ten aanzien van de Indonesische mens die ik in mijn jeugd heb aanvaard als decor, als vanzelfsprekend deel van de omgeving, maar die ik niet werkelijk bewust heb gezien, al mag ik mij dan ook nog zoveel uiterlijke details herinneren.'

Haasse geeft toe dat er een duidelijke parallel tussen beide boeken ligt. ,,Toch is er ook een belangrijk verschil met 'Oeroeg'. Die twee jongens behoorden tot een tegenstelde werelden. Terwijl Dee en de Indische mensen zélf innerlijk verdeeld zijn. De verhouding tussen de meisjes is gecompliceerder. De ik-figuur van 'Oeroeg' was zich scherp bewust van de ongelijkheid, en accepteerde juist daarom dat Oeroeg was zoals hij was. Hij voelde goed aan dat hij niet overal in kon dringen. In het geval van de meisjes in 'Sleuteloog' is het lastiger: Herma waant zichzelf net zo Indisch als Dee, terwijl Dee dat Indische juist ontkent, en graag een meeslepend kosmopolitisch leven zou willen leiden.”

In feite heeft Haasse met het conflict tussen de twee meisjes opnieuw haar eigen innerlijke onrust beschreven, een onrust die zij heeft gevoeld vanaf 1938, het jaar dat zij Indië voorgoed verliet om in Amsterdam te gaan studeren. ,,Dat zal vast zo zijn, al wist ik dat niet tijdens het schrijven. Tijdens het schrijven kies ik onbewust dat materiaal dat de vragen en problemen bevat waar ik zelf mee zit. Die problemen bevinden zich onder de oppervlakte. Ik kan die niet zo gemakkelijk onder woorden brengen. Alleen via de verbeelding worden die mij aangereikt.”

Voor al haar romans, ook voor de historische, heeft Haasse het materiaal volstrekt intuòtief gekozen. ,,Ik blijk een massa gegevens mee te dragen waarvan ik de samenstelling en de precieze verhouding niet ken. Pas gaandeweg blijkt ineens waar ik werkelijk over aan het schrijven ben. Maar voor het zover is, moet ik wachten op het moment dat ik de exacte vorm weet waarin ik mijn boek moet gieten. Zolang ik de vorm niet ken, bestaat het niet.”

Vaak moest zij jaren wachten op een ingeving voor de compositie van een boek. ,,Met het materiaal voor 'Sleuteloog' heb ik rondgelopen sinds ik uit Indië weg ben. Het stond me alleen niet helder voor de geest wat ik ermee aan moest. Een jaar of tien geleden heb ik voor het eerst een paar van de elementen uit het verhaal opgeschreven. Ik dacht: als ik ooit de moed heb gevonden om er een boek van te maken, als ik voldoende inzicht heb in het materiaal, dan kunnen die daarin een plaats vinden.”

Twee jaar geleden bedacht Haasse plotseling dat de vorm eigenlijk erg voor de hand lag: zij liet haar hoofdpersoon een oude vrouw zijn, die haar herinneringen op papier zet. ,,Herma Warner is weliswaar niet zo oud als ik, maar toch al een heel eind op weg. Deze oude dame wordt er door een journalist, Bart Moorland, toe gebracht zich te verdiepen in haar Indische verleden. Dan merkt ze dat er een blinde vlek zit ten aanzien van de vriendschap met Dee en de liefde voor haar man, die inmiddels is overleden. Er is iets geheimzinnigs.”

Deze vorm, waarin de spanning langzaam maar zeker wordt opgebouwd, is typerend voor de romans van Haasse, vooral voor de niet-historische romans. Ook in 'Berichten van het blauwe huis' en 'Fenrir', of 'De meester van de neerdaling', dat een halfjaar geleden samen met een aantal nooit gepubliceerde verhaalaanzetten opnieuw werd uitgegeven als Haasse's 'oerboek', gaat een mysterie schuil. ,,Iets wil geweten worden”, staat er in 'Sleuteloog'. Maar wat?

,,Dat is een wezenlijk element”, zegt Haasse. ,,Het geleidelijk onthullen van iets wat er wel is, dat je als lezer niet weet en dat de personages in het verhaal ook niet weten, en dat wel geweten moet worden, dat geeft het verhaal vorm, vaart en spanning. Dat is het ambachtelijke van het schrijven. Ik heb zo langzamerhand wel het gevoel dat ik weet hoe ik dat moet doen. Af en toe moet je een druppeltje informatie laten vallen. En nog één, en nog één.”

Niet zelden verloopt de ontrafeling van het geheim van Haasse's romans ook via een treffend beeld, zoals het labyrint in 'De tuinen van Bomarzo', de rododendrons in 'De verborgen bron', en de dode zwaan in 'Zwanen schieten'. ,,Dat zijn dingen die ik ooit eens heb gezien, en die mij kennelijk hebben getroffen. Terwijl ik aan het schrijven ben merk ik dan dat de verhoudingen tussen personages, het verhaal, de karakters, kortom: de hele geschiedenis bestaat om der wille van dat ene beeld. Dat drukt uit wat ik wil zeggen. Want zelf kan ik niet zeggen wat dat is.”

,,Overigens”, zegt Haasse, ,,heb ik die dode zwaan werkelijk gezien, in een weiland bij Leiden, aan het eind van een lange treinreis uit Frankrijk. Aan het begin van die reis had ik een boogschutter bij een bos zien oefenen met een grote handboog. Toen ik in Nederland de dode zwaan zag liggen, gingen die boogschutter en die zwaan in mijn hoofd een verbintenis met elkaar aan. Ik voelde” - Haasse knipt met haar vingers - ,,een klik. Ik merkte meteen dat dat samenspel op de een of andere manier veel voor mij betekende.”

In 'Sleuteloog' - de titel zegt het al - vervullen een sleutel en een kist die symbolische rol. De kist heeft veel weg van een oosterse, houten kist met koperen beslag die in de huiskamer van Hella Haasse staat. Hij is weliswaar niet van ebbenhout, maar ook rond het sleutelgat van deze kist bevindt zich een ornament van verstrengelde lijnen, dat op Arabisch schrift lijkt. ,,Ineens was die kist er. Ik dacht: Herma heeft natuurlijk dingen bewaard uit het verleden. Maar waar zijn die dan? Als ze door Bart Moorland wordt gevraagd om opheldering over Dee te verschaffen, gaat ze op zoek naar haar papieren, en die heeft ze in deze kist opgeborgen.”

Zoals het een suspense-schrijftser betaamt laat Haasse de sleutel zoek raken. ,,Wat kan daar nu de reden van zijn?”, vraagt zij zich hardop af. ,,Heeft Herma's man de sleutel ergens neergelegd, omdat hij het verleden wilde bewaken, of is het toeval? Uiteindelijk wordt de sleutel gevonden, maar blijkt de kist leeg. Maar de inhoud, die zit hier”, zegt Haasse, terwijl zij haar hand op haar hart houdt. ,,De inhoud van de kist bestaat, en kan niet worden weggenomen. Tegelijk is die vatbaar voor alle mogelijke interpretaties.”

Als er één leidraad in haar werk kan worden aangewezen, dan is het die: ,,Geconfronteerd worden met een raadsel of geheim dat je aanwezig weet en dat je voortdurend bezighoudt en prikkelt.” Ook het schrijven van 'Sleutel-oog' is voor Haasse een zoektocht geweest naar wat haar ten diepste bezighoudt. ,,Dat idee heb ik altijd met me meegedragen, maar omdat ik nu ouder ben, zie ik van hetzelfde misschien andere facetten. Ik ben mezelf veel meer gaan relativeren. Vroeger dacht ik: ik wil mezelf kennen. 'Zelfportret als legkaart' is een zoektocht naar de vraag: wie ben ik? Ik was een jonge vrouw toen ik dat schreef, en erg gefixeerd op mezelf. Maar gaandeweg ben ik mezelf steeds meer gaan zien als een observator. Een waarnemer. Dat is de functie van mijn leven: heel goed zien. Dingen kennen of herkennen. Ik vind mezelf als persoon steeds minder belangrijk.”

Die eigenschap lijkt Haasse met haar hoofdpersoon uit 'Sleuteloog' te delen. Herma leeft 'in harmonie met de onbegrijpelijke orde der dingen' naar haar dood toe. ,,Wat er is, dat kan ik nooit helemaal kennen”, zegt Haasse. ,,Behalve als ik daar een mythe overheen leg, of een geloof. En over beide beschik ik niet. Toen ik jong was hoopte ik dat zich ooit de mogelijkheid zou voordoen om de wereld voorgoed te doorgronden. Maar dat idee heb ik voorgoed van me afgezet. Ik wil het ook niet langer. Het is niet nodig. Wat ik met mijn zintuigen kan waarnemen, wat ik kan ervaren en wat ik allemaal kan bedenken, dat is op zichzelf al uiterst merkwaardig. En dan komt daar nog de gedachte bij: de wereld is vol mensen die dat ook zo doen. Dat iedereen geconfronteerd wordt met de wolkenlucht, de sterrenhemel, de natuur - dat is onbegrijpelijk. Maar dat aanvaard ik.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden