Haasbroek vindt 'Journaal' te braaf en niet objectief

Het is de linkerkant van zijn gezicht die de lezer aanspreekt. Warmer belicht. De wenkbrauw tilt het oog iets verder open. Dat moet een vriendelijke meneer zijn. Maar het rechteroog is de baas: doordringende blik, haast waarschuwend. Al op de cover wordt duidelijk dat 'Journaaljaren' twee boodschappen heeft.

door Esther Scholten

In een bittere terugblik op zijn jaren als hoofdredacteur van het 'NOS Journaal' vereffent Nico Haasbroek nog een paar openstaande rekeningen. Maar hij doet meer dan dat. Juist zijn analyse van 'de belangrijkste nieuwsleverancier van dit land' maakt het pas verschenen boek boeiend. ,,Ik bespeur vooral op de nieuwsredactie hier en daar de neiging op grond van politiek correcte afwegingen bepaald nieuws niet in productie te nemen.” Au. Het 'Journaal' heeft het de laatste tijd niet gemakkelijk. Schnabbelende presentatoren raakten in opspraak. De al dan niet aanwezige charmeur in de huidige hoofdredacteur Hans Laroes is voer voor roddelbladen. En nu schetst Haasbroek een allesbehalve flatteus beeld van het programma: gevangen in de bureaucratie van Hilversum, is het vlaggenschip van de publieke omroep niet zelden subjectief en opportunistisch.

Haasbroek (1943) was van 1997 tot 2002 hoofdredacteur van het 'NOS Journaal'. Vlak na zijn aanstelling constateert hij al dat behoren tot de publieke omroep voor zijn nieuwsbulletin 'bijna alleen maar nadelen' heeft. In de praktijk blijken alle omroepen over het budget en daarmee over het beleid en de zendtijd van het 'Journaal' te beslissen. ,,Als het 'Journaal' iets wil, dan wordt er niet naar gekeken of dat op zichzelf wenselijk is, maar of de omroepen er slechter of beter van worden.”

Onder die omstandigheden is het lastig concurreren met de commerciële omroepen. In geval van groot nieuws, de ramp in Enschede bijvoorbeeld, moet het 'Journaal' wachten op het moment dat er een zender kan worden vrijgemaakt om dit te kunnen melden.

Ook inhoudelijk zijn er genoeg punten waarop verbetering mogelijk is, volgens Haasbroek. Het 'Journaal' is net iets te braaf. Heeft te veel aandacht voor het buitenland, vooral in de ochtendjournaals. Ook wordt er soms wat te makkelijk op de Haagse redactie geleund. ,,Er is altijd wel Haags nieuws te halen, maar hoe relevant is dat in relatie tot het overige nieuws?”

Het zijn de 'betweters' als politiek presentator Job Frieszo die Haasbroek dwarsbomen in zijn pogingen om de journalistiek dichter bij 'de mensen' te brengen.

,,Dit is een terugkerend punt van discussie op de redactie. De oude hap, waarvan mensen als Job Frieszo en in iets mindere mate Paul Sneijder exponenten zijn, vinden dat het de taak van de journalist is om te bepalen welk nieuws er in het 'Journaal' komt. Ik erken dat de redactie daarin een belangrijke rol vervult, maar ik vind ook dat het 'Journaal' meer rekening moet houden met het publiek. Het minste is wel dat je sterk geïnteresseerd moet zijn in wat er onder het publiek leeft.”

Volgens Haasbroek ligt in die andere benadering van nieuws de sleutel om ook groepen in de samenleving aan te spreken die zich langdurig en structureel niet aangesproken voelen.

Dat probleem kent het 'Journaal' nog altijd. Met name lager opgeleiden en allochtonen kijken nauwelijks. Haasbroek, weleens verweten dat hij louter proefballonnetjes oplaat, rekent het ook zichzelf aan dat er onvoldoende verbeterd is. ,,Van permanente weerstand kun je moe worden.”

Van veel kritiek ook. Zo blijkt. In een 'zachte coup' wordt Haasbroek te kennen gegeven dat de redactie zich door hem in de steek gelaten voelt. Hij is te weinig aanwezig en hij heeft in het openbaar kritiek uitgeoefend op een collega.

Haasbroek vindt het nog altijd onbegrijpelijk dat hem daarom de deur is gewezen. ,,Men ziet mij blijkbaar liever als een beschermende vaderfiguur dan als kritische 'recensent'.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden