Haarlem traint sportleiders in Zimbabwe

door Sybilla Claus

Haarlem omzeilt in Zimbabwe de overheidsterreur door via sport ontwikkeling te brengen. Zestig sportbuurtwerkers proberen in Mutare de werkloze jeugd te bereiken.

De favoriete sport van Fernisia Makande (23) is netbal, een combinatie van basket-, korf- en handbal. „Ik wilde een club oprichten hier in mijn woonwijk Dangamvura. Meisjes en vrouwen willen best wel sporten maar vind maar eens een coach.”

Makande werd in 2003 een van de door ’Haarlems kader’ getrainde sportleiders. Ze kon eindelijk kennis nemen van theorieën over het coachen van sporters. Gedurende een jaar kreeg ze daarnaast onderricht in sportadministratie, EHBO en lesgeven. Tegen een kleine vergoeding geeft ze nu cursussen aerobics aan zwangere vrouwen en leerlingen op lagere scholen. Leven van sportles geven in de volkswijken is vooralsnog een droom.

Makande kiest haar woorden bedachtzaam, „maar ik heb haar zien groeien”, zegt de Nederlander Jeroen Stol, die in Mutare sport- en ontwikkelingsadviseur is voor de ’stedenband’ Haarlem-Mutare. „Fernisia geeft ook sportles in een weeshuis waar niemand Engels spreekt.”

De medewerkers van de ’stedenband’ zien in sport een goed middel om de structuren in de arme wijken van Mutare te versterken. „Er is daar amper vertier. Met sport en spel komt er voor de kleintjes iets te doen en krijgen zij ook wat begeleiding.”

Er ontstaan allerlei clubjes die samen activiteiten ondernemen, onafhankelijk van de overheid. „Zo kun je ondanks de huidige situatie met een mooi, neutraal middel toch in Zimbabwe blijven en ontwikkeling brengen”, zegt Stol, die een discussie over ontwikkelingsgelden en sport bepleit. „Sport spreekt grote groepen aan. Misschien zou het als doel op zichzelf al genoeg zijn. Maar het versterkt ook het middenveld. Zimbabwe mag een moeilijk land zijn, maar op microniveau kun je er heel aardig bezig zijn. Deze jongeren leren echt.”

Op deze vrijdagmiddag is een groep meisjes met een handicap aan het voetballen met sportleider Joseph Nyakuromba en de lange blanke Stol. Op de tribune praat Fernisia Makande met een meisje met verlamde benen dat tot haar grote spijt nu niet mee kan doen aan het wekelijkse sportuurtje van haar revalidatiecentrum. Kan sport helpen bij het ontwikkelen van een gemeenschap? „Jazeker”, antwoorden beide jonge vrouwen. „Het brengt mensen samen en je maakt er vrienden”, zegt Chido Ziyera (18), die zich moeizaam met krukken voortbeweegt omdat ze geen geld heeft voor een rolstoel. „Velen in Zimbabwe zien het nut van sport niet. Maar als kinderen op het platteland dit leren, zullen ze het waarderen.” Ziyera mijmert over een zwembad voor meisjes. „Sport maakt je fit en je leert er veel van. Maar we moeten vrouwen wel hard aanmoedigen om mee te doen, want velen denken dat sport of voetbal alleen iets is voor mannen.”

Daar is sportleidster Makande het mee eens. Ze ziet het ook bij haar eigen collega’s: van de zestig zijn er slechts zes vrouwen. „Sommigen haken af omdat ze trouwen of omdat ze van hun ouders niet meer mogen. Ze moeten thuis hun taken doen, of de ouders zijn bang dat ze zo met jongens in aanraking komen.” Samen met haar collega’s gaat Makande een plan verzinnen om meer meisjes en vrouwen te trekken. Stol: „Zo zie je onze activiteiten verschuiven. In 2007 willen we meer vrouwen bereiken, en de sportleiders gaan door met aidsvoorlichting aan hun leeftijdsgenoten.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden