Haar lach klonk boven alle kinderen uit

Elisabeth Renkema-Renkema 1924-2015

Als ze dan geen schooljuf mocht worden, dan baarde ze zelf wel een 'klasje' met twaalf kinderen - en uiteindelijk zelfs dertien.

Het was even schrikken toen ze op haar 47ste weer zwanger was. Ze was al grootmoeder van een eerste kleinkind, en ze had niet gedacht dat ze nog in verwachting zou raken. Toch was ze blij, zoals ze gelukkig was geweest met al haar twaalf eerdere kinderen.

Het was haar schoolklasje, zei ze weleens. Als meisje had ze schooljuf willen worden, maar dat mocht niet van haar moeder. Dat leek vreemd, want haar moeder was zelf onderwijzeres in Amsterdam geweest. Maar toen ze op familiebezoek in het Groningse Westerkwartier verliefd werd op een boerenjongen en met hem trouwde, kreeg ze als stads meisje met twee linkerhanden weinig voor elkaar op de boerderij. Dus haar oudste dochter zou naar de huishoudschool moeten gaan, een betere voorbereiding op het boerenbestaan dat haar in het verschiet lag.

Inderdaad raakte Bets Renkema aan de boer, Albert, een jongen uit haar dorp Oldekerk. Hij was ook een Renkema. Ze stamden af van twee broers, maar dat was zeven generaties geleden.

Toen ze verkering kregen, was Nederland nog bezet door de Duitsers. Bets' vader zat in de leiding van een verzetsgroep die onderduikers verborgen hield in het moerasgebied achter zijn boerderij. De oudste broer van Bets hield zich schuil in een holte van de hooiberg, want hij wilde geen fabriekswerk in Hamburg doen. Bets schreef alles wat er gebeurde nauwgezet op in een schrift, dat ze begroef op het erf.

In de buurt woonden ook NSB'ers. Toen een van hen op bezoek kwam, zei hij helemaal niets. Dat zwijgen was zo vreemd, het moest een verholen waarschuwing zijn. En inderdaad kwam even later een Duitse patrouille de boel doorzoeken. De soldaten vonden niets.

Vader durfde de discussie aan met een Duitse officier, die had begrepen dat je als goede gereformeerde de overheid moet gehoorzamen, dus ook de Duitse overheid. Nee, zei vader, onze wettige overheid zit in Londen, die moeten we gehoorzamen.

Verzetsbladen

Bets hielp haar vader met de bezorging van verzetsbladen, zoals Trouw. Ze leerde spinnen om de wol van hun schapen te verwerken tot borstrokken en onderbroeken.

Na de oorlog begon vader een kantoortje van de Holland-Amerika Lijn in de voorkamer, waar hij adviezen gaf aan boeren die wilden emigreren. Bets ging een zieke tante in Hilversum helpen. Ze miste haar lief Albert.

Bets was dolgelukkig toen Albert schreef dat hij als jongste zoon toch de boerderij van zijn vader kon overnemen. Zijn oudere broers waren naar de Wieringermeer en Canada vertrokken en een derde zoon ging in het onderwijs.

Ze trouwden snel en in 1947 kwam het eerste kind, dat in de volgende zestien jaar elf broers en zusjes zou krijgen. Van familie in het westen kregen ze gebruikte kleding en Bets nam naailes om de kleren te vermaken. Ze was een goede organisator. 's Morgens stond er voor ieder kind een stoel klaar met de kleren voor die dag. Na schooltijd lagen er oude kleren of een overall te wachten. De kinderen mochten van haar best vies worden, dat had ze zelf als kind ook leuk gevonden. Als de koeien in de wei waren en iedereen had geholpen om de stal schoon te maken, deed Bets enthousiast mee als ze elkaar gingen bespuiten. Haar heldere lach klonk boven alles uit.

Het was zo druk in huis dat er altijd nog wel vriendjes bij konden. Iedereen was welkom. Bets werd nooit merkbaar boos. Als de kinderen ruzie maakten, dan begon ze te zingen: 'Waar liefde woont gebiedt de Heer zijn zegen'. Dat maakte indruk op de kinderen.

Haar geloof was belangrijk voor haar. Niets ingewikkelds, maar praktisch. Zoals haar lievelingslied het verwoordt: 'Tel uw zegeningen, een voor een; en je ziet Gods liefde dan door alles heen'.

Vernieuwing

Albert zorgde ervoor dat zij het goed had. Al in het begin van de jaren zestig kwam er een wasautomaat in huis en een diepvriezer. Ook in het boerenbedrijf zocht hij naar vernieuwing. Van trekpaard naar tractor, van veestal naar ligboxen, hij bleef investeren. Met een nieuw voorhuis kwam er ook een douche, waarover in het hele dorp werd gesproken.

Aan vakantie deden ze niet, wel dagjes uit en logeren bij familie. Eerst op de fiets en soms zelfs met een verhuiswagen.

In de periode dat de kinderen opgroeiden veranderde er veel in de samenleving. Ook in Oldekerk. Bets had het liefst alle kinderen op zaterdagavond thuis met doppinda's, tafeltennis en biljart. De oudste kinderen gingen nog braaf naar de gereformeerde jongelingenvereniging, maar hun jongere broers en zussen zwermden verder uit. Andere ideeën over geloof en politiek baarden haar zorgen, maar ze hield vertrouwen in elk van haar kinderen. Toen de oudste kinderen het huis uit waren, schreef ze hen op zondagmiddag uitgebreide brieven over het wel en wee van iedereen.

Verrassing

Voor haar leken rustiger tijden aan te breken, toen de verrassing van een dertiende kind kwam in 1971. Bets en Albert hadden ruim een week voor de bevalling hun 25-jarig huwelijksfeest gevierd. Een van de cadeaus was een box, want de oude was helemaal uitgewoond. Bets voelde zich weer een jonge vrouw en nam samen met haar dochtertje zwemles.

Begin jaren tachtig namen twee zoons de boerderij over en de grond zou in de familie blijven tot 2007 toen er een woonwijk werd gebouwd. Albert en Bets verhuisden in 1983 met hun jongste dochter naar een burgerwoning, eerst in hun eigen dorp Oldekerk. Toen dat huis te krap bleek, lieten ze een huis bouwen in het naburige Niekerk. In Bets' jonge jaren zou dat ondenkbaar zijn geweest, want in Oldekerk was iedereen gereformeerd en in Niekerk waren ze allemaal hervormd. In het nieuwe huis konden veel kleinkinderen blijven slapen en er was een grote speelzolder.

Op 10 oktober 2010 stierf Albert vrij onverwacht door hartfalen. Bets had tot het eind toe aan zijn bed gezeten en zijn hand vastgehouden. Later zei ze vaak: "Ik had toen niet in de gaten dat hij zo ziek was". Ze voelde het gemis vooral op zondag. Dan had ze zo'n 'heimwee' naar hem, zoals ze het uitdrukte.

Het was een moeilijke tijd, maar ze bleef in haar eigen huis wonen. Na een stil hartinfarct was ze zo moe dat ze in januari 2012 in het verzorgingshuis in het Friese Surhuisterveen werd opgenomen. Ze bloeide op, raakte gewend aan de Friese taal en kreeg nieuwe vriendschappen. Als ze zich goed voelde, ging ze elke avond naar de hangplek, waar de bewoners kwamen praten en zingen. Oude vertrouwde christelijke liederen, begeleid door een mondharmonica.

Ook als ze in bed moest blijven, dan keek ze graag naar buiten om te genieten van de kleine dingen, de luchten en de vogels. Het voorjaar gaf haar steeds nieuwe moed. Tot dit jaar. "Het is anders nu", zei ze. "Ik wil graag naar Pappe en naar Jezus." Met haar buurvrouw Fokje zong ze de laatste dagen 'Ik ga slapen, ik ben moe'.

Elisabeth Christina Renkema-Renkema werd geboren op 3 december 1924 in Oldekerk, Groningen. Ze stierf op 27 februari 2015 in Surhuisterveen, Friesland.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden