'Haar Koreaanse baas scheldt haar en haar collega's altijd uit voor kippenkop'

SAN PEDRO SULA - Een van de snelst groeiende en heetste steden van Latijns-Amerika. Het Rotterdam van Honduras. De NoordHondurese stad San Pedro Sula telt 600 000 inwoners, zo'n tien procent van de totale landelijke bevolking, maar is goed voor de helft van het bruto nationaal produkt. San Pedro en omgeving vormen het hart van de maquiladores, enorme assemblagebedrijven die gemiddeld zo'n 1500 arbeiders opslokken.

TJABEL DALING

'Maquilas' zijn te vinden in het noorden van Mexico, de Dominicaanse Republiek en de meeste Midden-Amerikaanse landen, maar de laatste jaren is bijna nergens de groei van de maquila-industrie zo explosief als in het arme Honduras, dat ingeklemd ligt tussen El Salvador en Nicaragua.

Vorig jaar leek het even gedaan te zijn met het succes van deze controversiële industrietak. Fabrieken uit de tijd van Charles Dickens, werden de Hondureense maquiladores in de Amerikaanse media genoemd. Vakbonden uit de VS spraken schande over de 'kinder- en slavenarbeid'. “We hebben vertegenwoordigers van kerken, de Internationale Arbeidsorganisatie en 18 leden van het Amerikaanse Congres uitgenodigd en zij hebben met eigen ogen kunnen zien dat hier geen slavenarbeid plaats heeft”, vertelt Juan De Dios Herrera, voorzitter van de Hondureense Associatie van Maquiladores (AHM), waarbij alle assemblagefabrieken die voor de export werken (180 van de in totaal 200) zijn aangesloten.

“De maquila-industrie is ernstige schade berokkend. Vijfduizend nieuwe arbeidsplaatsen zijn ons door de neus geboord. Sommige fabrieken hebben afgezien van uitbreiding en enkele nieuwe investeerders hebben afgehaakt. Maar wij zijn trots op onze fabrieken. De meesten zijn nieuw, in sommige bedrijven zijn de omstandigheden beter dan in andere, maar nergens heersen mensonterende toestanden.”

De kritiek van met name de Amerikaanse vakbonden komt volgens de AHM vooral voort uit eigenbelang: het verlies van arbeid in eigen huis.

Maquiladores brengen hun grondstoffen en halffabrikaten belastingvrij naar landen als Honduras, waar goedkope arbeidskrachten het industrieel proces afmaken. Het eindproduct wordt vervolgens weer geëxporteerd, in het geval van Honduras bijna altijd naar de VS. De 'maquilas' betalen alleen belasting over de toegevoegde waarde. De assemblagebedrijven mogen zich alleen vestigen in vrijhandelszones en zogeheten industriële parken, maar De Dios ziet het liefst geheel Honduras in één groot vrijhandelsgebied veranderen, in navolging van de Dominicaanse Republiek, dat twee maanden geleden een dergelijke maatregel uitvaardigde. “De maquiladores leveren zoveel werkgelegenheid en zoveel deviezen op, dat we het parlement hebben gevraagd alle beperkingen op te heffen.”

Hij noemt nog even de successen op: “Sinds 1990 hebben ze 90 000 directe en 580 000 indirecte arbeidsplaatsen gecreëerd. We zijn de grootste werkgever van het land. In '94 was Honduras de zeventiende grootste exporteur van kleding naar de VS; vorig jaar stonden we al op de vijfde plaats.” De maquiladores exporteren dit jaar voor meer dan twee miljard gulden; in 1987 voor nog geen 100 miljoen.

De doorsnee-werknemer van een Hondureense maquiladora is een arme, jonge naaister, van zo'n jaar of 21, vaak afkomstig van het platteland. De maquiladora is bijna altijd een textielfabriek, hoewel op kleine schaal ook honkbalpetten, schoenen en huishoudelijke artikelen worden gemaakt.

Vijf Hondureense wetenschappers stellen in een zeer recent gepubliceerd rapport dat de regering meer aandacht moet besteden aan het onderwijs, waardoor technologisch meer geavanceerde maquiladores Honduras als vestigingsplaats zullen kiezen. Dat betekent hogere lonen en een hogere levenstandaard. De Dios voorspelt voor de komende jaren echter een groei van 60 procent: vele nieuwe maquiladores die zich gaan toeleggen op de eindproductie van auto's, computers, televisies en andere elektronische apparaten. De Amerikaanse eigenaars zijn nog in de meerderheid, maar de nieuwkomers zijn vooral Aziaten: Japanners, Koreanen en Taiwanezen.

Ernstige misstanden gebeuren toch net iets vaker dan De Dios doet voorkomen. Sommige maquila-werkgevers ontslaan hun arbeiders binnen een periode van 60 dagen, zodat ze geen vakantiegeld hoeven uit te keren of geven jonge vrouwen de bons kort voordat het zwangerschapsverlof ingaat, aldus de eerder genoemde onafhankelijke wetenschappers.

Een 15-jarige ex-werkneemster beschuldigde vorig jaar tegenover een Amerikaanse senaatscommisie haar voormalige Koreaanse werkgevers van lichamelijke en verbale mishandeling. Arbeiders die een onafhankelijke vakbond wilden vormen, werden ontslagen. Meer dan honderd werknemers van de Koreaanse textielfabriek Wong Chan in Choloma, op 15 kilometer van San Pedro, vielen in juni flauw als gevolg van slechte ventilatie. Duizend werknemers moesten worden geëvacueerd.

Enkele maanden eerder was hetzelfde gebeurd in de noordelijke industriestad La Ceiba, waar vorige maand arbeiders ook tijdelijk het werk neerlegden omdat de Koreaanse eigenaar de lonen te laat uitbetaalde. Bij een bezoek aan drie fabrieken merkte Mary de Flores, de Amerikaanse echtgenote van Honduras' gedoodverfde nieuwe president, op dat van de ventilatie wenig deugde.

Ze werkte bij Wong Chan en ze heeft niets te klagen, maar wil toch liever niet haar volledige naam in de krant. “Nooit geen klachten. Het loon is goed', vertelt de 20-jarige Bessy, gezeten op de stoeprand van een kamer van vier bij vijf, te delen met drie andere meisjes. Vier stapelbedden, een stenen vloer, een piepkleine kookgelegenheid en een nog kleinere televisie. Niet bepaald luxe, wel gratis. Tientallen van dit soort woonblokjes voor vrijgezelle-meisjes of alleenstaande moeders maken onderdeel uit van een gigantisch industriecomplex in Choloma, waar vele, vele maquiladores zijn gevestigd. Als Bessy haar appartementje even verlaat, fluisteren twee vriendinnen me toe: “Ze liegt dat ze barst. Haar Koreaanse baas scheldt haar en haar collega's altijd uit voor 'kippe-koppen'.” Bessy weet van niets. “Ik ben tevreden over mijn werkgever”, klinkt het opnieuw.

“Koreanen praten vaak geen Spaans en de oostelijke cultuur wijkt sterk af van de Latijnsamerikaanse', meent Salomon A. Leiva, manager van Inter Fashions, een Hondureense textiel-maquiladora, die in opdracht werkt van het Amerikaanse bedrijf Levi-Strauss. “Een Koreaanse manager vertelde me eens dat tegen iemand schreeuwen moet worden opgevat als een eerbetoon.”

Vijf mannen houden de wacht bij de poort van het industriepark in Choloma. Allen bewapend, één van hen draagt zelfs twee revolvers. 'Arbeid dient de mens' staat in levensgrote letters te lezen op een tien meter hoge stellage. Een variant op de tekst van een groot spandoek dat boven de snelweg San Pedro-Choloma hangt: “Wij zijn hier, omdat we vertrouwen hebben in de Hondureense arbeiders.”

Inter Fashions zou je een model-maquiladora kunnen noemen, maar voor een Europeaan blijft het een cultuurschok. Negenhonderd arbeiders (van de in totaal 1 500 werknemers) dichtop elkaar in een ruimte, overwegend jonge vrouwelijke naaisters. Ook al werkt de ventilatie goed; de hitte blijft ondraaglijk. Een moordend werktempo. Betaling per stukgoed, maar ook extra vergoedingen voor overwerk. Constant ratelende machines. Maar ook schone vloeren. Douches binnen handbereik voor werknemers die snel afkoeling nodig hebben.

Vierenveertig uur per week. De werktijd eindigt om vijf uur 's middags, maar wie zijn 'quota' eerder heeft gehaald, mag eerder weg. Van half één 's middags tot vijf uur is er geen pauze meer.

Leiva: “De werknemers hebben daar zelf voor gekozen. Velen wonen ver weg. Ze krijgen bij ons tussen zeven en acht uur 's morgens een gratis ontbijt en tussen twaalf en half één een goedkope maaltijd.”

Het wettelijk voorgeschreven minimumloon in de maquila-sector bedraagt zes gulden per dag. “Maar veel werknemers verdienen twee tot vier keer zoveel”, zeggen De Dios en Leiva. “Alleen de mijnbouw betaalt beter.” Een jonge werkneemster, die ik buiten de fabriek tref, is niet te overtuigen: “Alleen als je erg bedreven bent in het werk, verdien je niet zo slecht. En onze munt, de limpira, daalt elke dag in waarde.”

Leiva en sociaal werkster Maria Elena Cruz zijn trots op de bedrijfscrèche. Elena Cruz: “Ik heb 34 kinderen in de leeftijd van 42 dagen tot vijf jaar. De kinderen eten hier, kunnen een bad nemen. Drie keer in de week komt er een dokter. Het verloop onder het vrouwelijk personeel is groot. Als alleenstaande moeders weten dat er goede opvang is voor hun kinderen, zijn ze ook verantwoordelijker in hun werk.” De kosten voor de kinderopvang bedragen twee gulden per week.

Werknemers die langer dan een jaar in dienst zijn, kunnen studiebeurzen voor hun kinderen bemachtigen of in aanmerking komen voor renteloze leningen of goedkope voedselpakketten. De eerlijkheid gebiedt Leiva te zeggen dat niet alle initiatieven van Inter Fashions uitgaan. “Onze klant eist dit soort sociale maatregelen van ons.”

Waar er nog misstanden bestaan, probeert de AHM er van alles aan te doen die te bestrijden, verzekert De Dios. “We zijn het eerste land in de maquila-industrie dat op eigen initiatief een internationaal congres heeft georganiseerd en een gedragscode voor de gehele sector heeft ontwikkeld. Met passages over arbeidsomstandigheden, vakbondsvrijheid, het milieu en zelfs de drugshandel. De assemblagebedrijven gebruiken elk jaar zo'n 8000 vrachtauto's. We moeten ten koste van alles voorkomen dat die worden ingeschakeld bij de smokkel van drugs.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden