Haar aandeel was nul procent, het zijne honderd

“Kwaad is kapotmaken wat bloeit. Kwaad is andere mensen bewust laten lijden. Kwaad is iemand die stralend door het leven gaat, willens en wetens dat leven ontnemen. En moet ik degene die dat kwaad heeft aangericht dan vergeven? Ik krijg steeds meer moeite met dat woord -wat is het eigenlijk- maar zeker ook met de daad -hoe doe je dat-. Is vergeven begrip opbrengen voor wat een ander (mis)deed? Is vergeven doen alsof er niets gebeurd is? Is vergeven iemand de kans geven door te leven ondanks wat er gebeurd is?

Het was donderdagavond 6 februari, half twaalf 's avonds toen er gebeld werd. Mijn vrouw en de kinderen waren al naar bed. Voor de deur stond een man die ik niet kende. Hij zei: 'We maken ons zorgen over Maaike. Ze zou om half acht op het carnavalsfeest zijn maar ze was er niet en als Maaike niet op tijd is, is er iets mis'. Ik ben met hem naar Maaike's flat gegaan, haar fiets stond voor de deur dus we wisten dat ze thuis was. Ik had een sleutel, deed de deur open. Het was donker in de gang. Ik opende de kamerdeur, knipte het licht aan en daar lag Maaike. Op de bank. Haar handen en voeten gebonden, haar mond gekneveld, rood doorbloed in haar carnavalskleren. 24 jaar oud. Dood. Vermoord. Acheraf begrijp ik niet dat ik niet ter plekke instortte of begon te schreeuwen, maar ik liep meteen door naar de telefoon, draaide het alarmnummer en zei: 'Ik geloof dat mijn dochter vermoord is'. Daarna heb ik in de kamer rondgelopen. Naar Maaike gekeken. Na een kwartier kwam de politie. Niet veel later trof ik mijn vrouw en de drie andere kinderen op het politiebureau. Om zes uur 's ochtends zijn we naar huis gebracht. Daar hebben we zitten praten en nog even een uurtje op bed gelegen. Om half acht begon de school. Ik had een collega gevraagd de directeur te waarschuwen en hem te vertellen dat ik niet zou komen. Ik wist: nu gaat de bal rollen. Langzaam liep die vrijdagochtend het huis vol. De eerste dagen was het uit te houden zolang ik wat kon regelen maar op momenten dat ik even niks om handen had brak ik. Mensen hebben een vreemd soort elasticiteit. Ik stortte in, grabbelde dan de boel weer bij elkaar, tot de volgende instorting. Zo gaat het nog steeds. Het moeilijkst zijn de momenten waarop ik mijn eigen ellende weerspiegeld zie in het verdriet van anderen. Dan voelt de leegte immens. Wij zijn niet de enigen die haar kwijt zijn geraakt. Die moord heeft in zoveel levens een gat geslagen.

Ik dacht altijd dat ik wist wat bang zijn was maar na die avond heb ik een angst gevoeld die ik niet kende. Doodsangst. Maaike was vermoord maar we wisten niet waarom en door wie. Om geld kon het niet gebeurd zijn want wat valt er nou te halen bij een studente? Bovendien lag haar portemonnee nog gewoon in haar kamer. De politie zei: 'Een moord vindt bijna altijd plaats in de relatie-sfeer. Een vriend, kennis, collega, leerling - Maaike liep stage op een school voor moeilijk lerende kinderen. Na die opmerking ging iedereen en alles door ons hoofd. Verschrikkelijk. We vroegen ons af of iemand iets tegen mijn vrouw of mij zou hebben en ons had willen treffen in het meeste kwetsbare en dierbare: een kind. Onze oudste zoon zei: 'Misschien ben ik de volgende wel'. We wilden zo graag alle intieme relaties uitsluiten maar de recherche zei: 'Niemand uitsluiten. Iedereen kan het gedaan hebben'. Ik ben zelfs nog even verdacht want ik was degene die het laatst met haar gezien was en haar het eerst gevonden had. Die angst heeft veertien dagen geduurd. Toen kwam een rechercheur ons vertellen dat ze een verdachte hadden. Een buurman uit de flat bij Maaike. Het was een grote opluchting dat alle naasten afvielen als mogelijke daders, maar toen we hoorden waarom het gebeurd was kregen we een klap in ons gezicht. Maaike is vermoord om 200 gulden. De dader moest platweg geld hebben. Zijn vrouw had een reis geboekt die de volgende dag aanbetaald moest worden. Hij was werkeloos en gokverslaafd, had geld van de rekening van zijn vrouw gehaald en dat zou aan het licht komen. Hij heeft aangebeld bij Maaike en gevraagd of hij even met haar mocht praten. Ze heeft hem binnengelaten en eenmaal binnen eiste hij haar giropas en pincode. Zij gaf hem die en toen heeft hij haar vastgebonden en de keel doorgesneden. Dat die man bij zijn volle verstand Maaike's dood heeft veroorzaakt maakt het zo hard en wrang, zo volstrekt oninpasbaar in het leven. Hoe haalt iemand het in zijn botte hersens om dit te doen? Haar aandeel was nul procent, het zijne honderd.

We zijn niet bij de rechtszaak geweest. De dader was een man zonder gezicht en dat wilde ik zo houden. Ik heb het beeld van Maaike in haar kamer al op mijn netvlies, om daar nou ook nog eens het beeld van hem bij te hebben? In het rapport van het Pieter Baan Centrum wordt hij omschreven als een man met een gepantserd gevoelsleven. Dat past wel in het plaatje. Aan het eind van de zitting schijnt hij een papiertje uit zijn zak te hebben gehaald waarop stond dat het hem speet voor de familie, maar op de vraag van de rechter wat hij nu voelde zei hij: 'Mijn leven is wel erg veranderd.' Mijn leven! God betere het. Tot op het laatste moment heeft deze jongen de keuze gehad. Hij had het -letterlijk voor hetzelfde geld- niet hoeven doen.

Ik ben het niet eens met Van Dantzig wanneer hij zegt dat het begrip 'vrije wil' de discussie over het kwaad vertroebelt. De mens zelf en niet de omstandigheden hebben het laatste woord. Ik geloof niet in een onvrije mens, net zomin als in een Almachtige God. Jaren geleden is er een jongetje uit mijn klas verdronken en toen zei iemand: 'Dat is de wil van God'.

Die God is dood voor mij. Daar kan en wil ik niet geloven. Toen we hier met tranen in onze ogen bij elkaar zaten heb ik gezegd: 'Als God hier niet bij staat te janken is het een waardeloze God'.

Wraakgevoelens heb ik niet. Wraak is vergelden, iets goed maken, maar de gevolgen van zijn daad zijn onherstelbaar. Als ik hem wat aandoe ben ik even erg. Ik hoop dat hij lijdt onder zijn daad, maar hij zal niet lijden door een actie van mijn kant. En straf wordt geregeld via de rechtspraak, daar hoef ik me niet druk over te maken. Hij heeft achttien jaar zonder TBS gekregen. Mijn zoon zei: 'Goed dat het geen zeventien jaar is maar jammer dat het geen negentien jaar is'. Zo voel ik het ook, dat weer wel, maar wraak, nee. Meer een enorme woede. Ik heb me afgevraagd wat ik zou doen wanneer hij naast me in de supermarkt aan de kassa zou staan. De situatie doet zich gelukkig -voor hem en mezelf- niet voor, maar ik denk dat ik hard weg zou lopen om mezelf te beschermen tegen mijn woede. Wat zou ik ermee opschieten als ik hem aanvloog? Ik heb geleerd hoe je woede en boosheid kunt uitschakelen en dat je dat ook van tijd tot tijd moet doen om er niet in verstrikt te raken. Dan kom je terecht in een neerwaartse spiraal en dat wil ik niet. Dan heeft hij een tweede slachtoffer gemaakt en heeft het kwaad aan het langste eind getrokken.. Dat hoop ik koste wat kost te voorkomen.

Gewoon leven, als voor die nacht, kunnen we niet meer. We moeten opnieuw leren de dagelijkse dingen te doen maar het zal nooit hetzelfde meer zijn. Soms zeggen we tegen elkaar: 'Konden we nog maar even voelen hoe het leven voor die zesde februari was'. Proeven van dat onbekommerde, onbezorgde. Alles is begrensd. We genieten wel van onze kinderen, maar niet voluit. We lachen wel, maar nooit onbedaarlijk. In en door alles weet je: Maaike is er niet meer. Met Maaike is er iets in ons vermoord. Onze onschuld, onze argeloosheid.

Wat me hoog zit is het gemakkelijke gepraat over vergeving, waar ik overigens zelf ook altijd aan mee heb gedaan. Voor mij barstte de bom toen een briefschrijver in Trouw het gereformeerde kerkkoor in Bodegraven kwalijk nam, dat het weigerde op te treden met Marco Bakker. Die man schreef: 'Kerstmis is het feest van vergeving en verzoening.' Hoezo vergeving en verzoening? Wat zegt hij nu eigenlijk? Vergeven krijgt zo snel de betekenis van: vergeten, bedekken, maar dat is geen vergeven. Het is niet: doen alsof er niets gebeurd is, het niet erg vinden, begrip opbrengen voor de daad van een ander. Maar wat is het wel? En heeft een derde het recht anderen tot vergeving op te roepen? Nee. Levinas zegt: 'Als mensen iets met mensen hebben moeten ze het onderling goedmaken. Als mensen iets met God hebben moeten ze het met God goedmaken'. Maar als die mens nu is overleden, vergast, vermoord? Dan is vergeving voor de dader niet meer mogelijk. Keihard maar waar. Want degene die zou kunnen vergeven is er niet meer en niemand kan zich tussen slachtoffer en dader stellen. Geen mens, geen vertegenwoordiger van God op aarde, ook God niet. Ik kan -misschien, eventueel, ooit- vergeven wat die jongen mij heeft aangedaan, maar ik kan hem nooit namens Maaike vergeven.

Een andere punt. Is berouw geen voorwaarde om te kunnen vergeven? In het Onze Vader wordt om vergeving verzocht. De dader heeft ons niets gevraagd. Geen stap in onze richting gezet. Dat maakt het bijna onmogelijk hem te vergeven. Als ik hier, in deze stoel zeg: 'Ik vergeef je', terwijl hij er niet bij is, niet om gevraagd heeft, het niet hoort, wat zeg ik dan? Wat bedoel ik? Bedoel ik: 'Als ik je ooit tegenkom dan geef ik je een hand'? Of: 'Niets staat onze communicatie nog in de weg'? Dat laatste is denk ik vergeven maar ik twijfel eraan of ik dat ooit kan. Als mijn fiets gestolen is, ja, als iemand mij gekwetst heeft, ja, maar nu mijn dochter vermoord is?

Ik geloof ook niet dat vergeven koste wat kost een christelijke opdracht is. Zeven maal zeventig maal is veel maar onuitputtelijk? 'Heb uw vijand lief', nog zo'n zin. Ik denk dat er bedoeld wordt dat je in je liefde voor de mens zover kunt gaan dat je op een bepaald moment ook je vijand erin betrekt, maar ik geloof niet dat je meteen naar je vijand moet lopen met de woorden: 'Ik heb je lief'. De bijbel is geen etiquette-boek, geen 'Hoe hoort het eigenlijk'. De bijbelse verhalen zijn verhalen van mensen. Over hun kracht en hun onmacht. Over wat sommigen op bepaalde momenten konden en anderen op andere momenten niet. Ik zeg ook niet: 'Wat zal ik blij zijn als ik het ooit kan.' Ik weet niet of ik het moet kunnen. Ik weet alleen dat ik het nu niet kan.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden