Haalt de coalitie de volgende zomer?

Hoe komt het vierde kabinet-Balkenende voor de dag in een spannend politiek seizoen, dat vandaag begint? Zijn de coalitiepartners CDA, PvdA en ChristenUnie in staat de soms dunne cohesie te bewaren?

Cees van der Laan en Lex Oomkes

De verkiezingen lijken nog ver weg, maar heel rustig aan trekken de troepen naar de loopgraven.

Dat blijkt soms uit kleine manoeuvres. Zo keert bij de CDA-fractie Mirjam Sterk terug op integratie en gaat bij de PvdA vicefractievoorzitter Jeroen Dijsselbloem jeugdzorg voor zijn rekening nemen. Beide politici behoren tot de eerstelijns-stoottroepen van hun fractie. Waar zij opduiken, liggen politiek gevoelige dossiers te wachten.

Sterk moet bij het CDA het antwoord worden op Geert Wilders en zijn PVV. Bij de PvdA zijn ze ontevreden over de ontwikkelingen bij Jeugd en Gezin, het nieuwe departement van CU-leider en vicepremier André Rouvoet. Jeugdzorg is een PvdA-speerpunt en Dijsselbloem staat bekend als een kundig maar ook scherp politicus op de rechtervleugel van de PvdA.

Daarover kan Ella Vogelaar, de vorige minister van integratie, meepraten. Dijsselbloem geldt als één van de vertrouwelingen van Wouter Bos. Hij houdt zijn portefeuille integratie en komt daar dus ook weer Mirjam Sterk tegen.

Hoe in het CDA de verwachtingen zijn van het nieuwe politieke seizoen bleek ook uit een ander plannetje dat vóór het reces in de top was bekokstoofd maar uiteindelijk (nog) niet kon worden uitgevoerd. Het was dit voorjaar de bedoeling dat de aimabele fractievoorzitter Pieter van Geel commissaris van de koningin in Noord-Brabant zou worden. Vanuit de top (lees: Balkenende) was bepaald dat Kamerlid Sybrand van Haersma Buma hem zou opvolgen, een erkende havik van de rechtervleugel. Helaas voor Van Geel en het CDA koos Noord-Brabant voor een andere commissaris en ging het plannetje niet door.

In de ChristenUnie houden ze hun hart vast hoe het gif de coalitie binnensijpelt en de samenwerking tussen de twee grote coalitiepartners verzuurt. Binnen het CDA waren ze voor het reces laaiend over de suggestie van PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer dat er wellicht toch nog opnieuw onderhandeld kon worden over de AOW. Het oude vooroordeel van de christen-democraten dat PvdA’ers twijfelende, onbetrouwbare potverteerders zijn leefde weer volop. Regeren is tegen de wind in fietsen en met opgeheven hoofd voorspelde electorale tegenspoed ondergaan, vinden ze bij het CDA. Bij CDA’ers kon je na die opmerking van Hamer optekenen dat het niet meer de vraag was óf het kabinet zou vallen, maar wanneer. Die sombermansen hadden toen al wel een zwaar politiek seizoen achter de rug.

Hoe blijmoedig zijn ze bij de ChristenUnie. De peilingen voor de orthodoxe politici zijn helemaal niet slecht, hoewel hun top (André Rouvoet, Eimert van Middelkoop en Tineke Huizinga) in de landelijke media regelmatig een koel onthaal krijgt en hun homostandpunt vaak wordt bekritiseerd. Tot nu toe rekenen ze af met het cliché dat de kleinste coalitiepartner altijd de rekening voor regeringsdeelname krijgt gepresenteerd, zoals D66 diverse keren heeft ondervonden. De CU heeft in tegenstelling tot D66 de gelederen gesloten weten te houden.

Ze vrezen een rechtsere koers van vooral het CDA, waardoor het huidige kabinet voor de eindstreep zou kunnen sneuvelen. Ze houden rekening met het vooruitzicht in de volgende kabinetsperiode in de oppositie te zitten. Wie dat accepteert, kan nu meer ontspannen opereren.

De CU veroorzaakt wel groeiende ergernis bij het CDA. Op allerlei onderwerpen blijken CU’ers en CDA’ers tegenover elkaar te staan, bijvoorbeeld over het onder water zetten van de Zeeuwse Hedwigepolder. De CU was altijd tegen, maar nu eenmaal de inkt van de Scheldeverdragen is opgedroogd, moeten de dijken door, vindt de fractie tot grote ergernis van het CDA. Ook het weglekken van trouwe, behoudende leden naar de CU zit het CDA helemaal niet lekker.

En dan is er altijd weer de grootste kwelgeest van deze coalitie: Geert Wilders. Die zet in het politieke debat en in de beeldvorming het CDA en de PvdA op achterstand. In beide partijen heerst daardoor onrust. Wel of niet regeren met deze rechtsbuiten na verkiezingswinst is een vraag die het CDA diep verdeelt. De PvdA ziet zich voor de lastige opgave gesteld kiezers terug te winnen die enerzijds gevoelig zijn voor de retoriek van de PVV en anderzijds neigen naar de multicultipartijen D66 en GroenLinks.

Dit was zo’n beetje de balans van voor en tijdens de zomer. Maar de politici zijn inmiddels uitgerust terug van hun vakantie en kunnen daardoor wellicht met frisse blik de coalitieverhoudingen bekijken.

Dat viel op het eerste gezicht niet mee. De Belgen waren laaiend over het zoveelste uitstel van het uitdiepen van de Westerschelde. En daarvan kreeg het CDA de schuld, omdat de christen-democraten het voortouw hadden genomen om de Hedwigepolder te behouden.

Toch vormt deze bijna interne CDA-affaire geen bedreiging voor de coalitie. En wie dit even buiten beschouwing laat, kan ook met een zonniger blik naar de coalitieverhoudingen kijken, bijvoorbeeld naar hoe het kabinet de crisis te lijf gaat. In het vroege voorjaar werd in drie weken tijd een ingrijpend crisisakkoord in elkaar gezet. Daarna liepen de spanningen en het chagrijn in de maanden voor het zomerreces op, maar de begrotingsonderhandelingen van de afgelopen twee weken hebben louterend gewerkt.

De problemen in de economie en in de overheidsfinanciën laten weinig ruimte voor het normale politieke gekissebis. En PvdA-leider Wouter Bos maakte al bij het begin van de onderhandelingen een royaal gebaar. Hij verzekerde de twee andere coalitiepartijen dat de handtekening van de PvdA onder het crisisakkoord van maart nog steeds geldig was. Bos nam daarmee de twijfel weg die zijn partijgenote Mariëtte Hamer had gezaaid.

De PvdA is bereid verantwoordelijkheid te nemen voor een verhoging van de AOW-leeftijd en zal alternatieven afwijzen die niet minimaal hetzelfde (financiële) effect hebben. Een forse uitspraak van de PvdA-leider, want ook al krijgt de FNV de Sociaal-Economische Raad niet achter een alternatief, de grootste vakbeweging zal er een hete herfst van maken en de druk op de geestverwante sociaal-democraten maximaal opvoeren.

Of het die verklaring van Bos was, of de buitengewoon slechte ontwikkelingen waar het kabinet zich deze zomer over boog, feit is dat verscheidene bronnen benadrukken dat de besprekingen in het kabinet tijdens het zomerreces soepel verliepen.

De verhoudingen lijken te zijn verbeterd. Dat is maar goed ook, nu dit najaar, naast de te verwachten oorlog met de FNV, ook op andere terreinen grote problemen dreigen.

Het openbare onderzoek dat de Kamer dit najaar houdt naar de oorzaken van de kredietcrisis is daarbij nog het onschuldigste. Dat onderzoek stopt bij het moment dat Bos en Balkenende in oktober 2008 besloten in te grijpen bij Fortis en ABN Amro. Een vervolgonderzoek dat zich daar wel op richt, zal niet voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart volgend jaar beginnen, maar de uitkomst is wel een parlementaire tijdbom.

Politiek prestige en verantwoordelijkheid komen nadrukkelijk aan de orde in het dit najaar te publiceren onderzoek naar de politieke steun van de Nederlandse regering voor de inval van de Amerikanen en Britten in Irak in 2003. Balkenende zwichtte uiteindelijk voor de toenemende druk om een onderzoek te doen naar de redenen van die politieke steun, ondanks de (niet expliciet in het regeerakkoord opgenomen) afspraak dat deze coalitie niet zou meewerken aan een onderzoek.

De emoties bij Balkenende en zijn nauwste medestanders om bij de coalitiebesprekingen eind 2006 en begin 2007 een onderzoek te blokkeren, zijn zeker niet weggeëbd nu dit onderzoek er toch komt.

Wat vaststaat, is dat de uitslag van gemeenteraadsverkiezingen grote gevolgen hebben voor de leiders van de partijen op dat moment en de coalitieverhoudingen in het bijzonder.

VVD-leider Mark Rutte herinnert zich ongetwijfeld het vertrek van zijn voorganger Jozias van Aartsen na de vorige gemeenteraadsverkiezingen. Pim Fortuyn sloeg in 2002 de PvdA bijna knock-out door zijn verpletterende overwinning in Rotterdam. Ook voor Femke Halsema (GroenLinks) en Agnes Kant (SP) zullen de gemeenteraadsverkiezingen het mene tekel zijn of ze hun leiderschap moeten continueren.

Voor Jan Peter Balkenende en Wouter Bos zijn de gemeenteraadsverkiezingen en de Tweede Kamer een kwestie van erop of eronder. De Kamerverkiezingen van 2011 zijn voor Bos de laatste keer dat hij kan proberen premier te worden. Hoewel hij in de partij veel kritiek krijgt en de kiezersgunst nog immer afkalft, heeft hij intern (nog) geen serieuze concurrentie. Bijkomende lastige factor voor Bos is dat de PvdA in 2006 een grote overwinning boekte bij de lokale verkiezingen en het wel bijna vaststaat dat dit keer verlies zal volgen. Bos zal de schade volgend jaar beperkt moeten houden wil hij in 2011 de onbetwiste lijsttrekker kunnen zijn.

Voor zijn CDA-collega is 2011 de laatste keer om het premierschap te prolongeren. In zijn partij klinken stemmen dat Balkenende zijn houdbaarheidsdatum nadert en dat de partij op zoek moet naar een nieuwe leider – misschien wel sneller dan hijzelf denkt. Hij zou in dit licht voortijdig kunnen vertrekken naar een internationale functie, een mogelijkheid die Balkenende zelf ook niet helemaal lijkt uit te sluiten.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden