Haal de wind naar binnen

Ook in de stad kan met wind stroom worden opgewekt. Architect Alexander Suma stopte een turbine in een slimme doos, vlak onder het dak.

Het Eureka-moment kwam in Miami. De Nederlandse architect Alexander Suma vervolgde daar zijn studie en woonde in een campusbungalowtje met een puntdak. Toen hij voor een paar weken vertrok, zette hij de airco uit. Of hij gek geworden was, belde de verhuurster hem na. Met de hitte en de vochtigheid in Miami zouden de huisjes snel ten prooi vallen aan verrotting.

Maar, hoeveel kilowattuur wordt hier wel niet door de straten geblazen?, vroeg een verbaasde Suma zich af. Als de wind, die in Miami stevig kan zijn, nu onder het dak door zou kunnen waaien..., bedacht de architect. Hang daar een turbine en de koeling kan draaien op eigen windenergie.

Het bleek een gouden idee. Suma werkte het uit voor een presentatie op een congres in Hawaï. Direct besprongen investeerders hem: 'Niet aan je moeder vertellen en over vijf jaar ben je miljonair'. Zo ver is het, inmiddels vijf jaar later, nog niet. Wel begint in Eindhoven binnenkort de bouw van appartementen die zijn voorzien van een windenergiesysteem van Suma's bedrijf Ibis Power. Het zit verstopt in een extra laag, bovenop het pand, van ruim drie meter hoog. Geen wieken te zien.

Die esthetiek is een belangrijke drijfveer voor architect Suma. "Windmolens zijn 100 procent techniek. Mensen willen dat niet in hun woonomgeving. Als architect leer je dat gebouwen moeten beschermen tegen weersinvloeden. Dat is onzin, dacht ik. Haal de energie naar binnen en laat die samenwerken met het gebouw." Het systeem van Ibis laat de wind door het gebouw waaien. Binnen stuit die op een verticale turbine van ongeveer twee meter hoog. Diagonale wanden geleiden en versnellen de wind. Aan de achterkant zorgt de onderdruk ervoor dat de luchtstroom weer uit het gebouw wordt getrokken.

Om het rendabel te krijgen zijn minimaal vijf woonlagen nodig. Op die hoogte is de wind hard genoeg. Aan de kust volstaan drie tot vier woonlagen. Een doos op het dak van zes bij zes meter kost tussen de 50.000 en 80.000 euro en is in tien tot twaalf jaar terugverdiend. Aan de kust sneller: acht tot tien jaar. Nu zijn het nog op maat gemaakte eenheden. Suma verwacht ze later in serie te kunnen laten maken, dan worden ze goedkoper.

Combinatie met panelen

Windenergie door het dak levert meer energie op dan wanneer dezelfde oppervlakte wordt benut voor zonnepanelen, vertelt Suma. De ideale combinatie is allebei. Het appartementengebouw in Eindhoven, waar zestien woningen komen, bergt een unit van Ibis en op de rest van het dak komen zonnepanelen. Samen kunnen ze de energie leveren voor het hele pand.

Suma streek na zijn Amerikaanse uitstapje weer in Eindhoven neer. Eerder studeerde hij daar bouwkunde. Na de succesvolle presentatie in de VS, konden hij en mede-onderzoekers met een beurs van de Europese Unie het idee verder uitwerken aan de Technische Universiteit en een prototype bouwen. Inmiddels zetelt Suma met zijn bedrijf middenin de Nederlandse uitvindersgeschiedenis. "Hier is de cd uitgevonden", wijst Suma om zich heen in één van de oude Philipsgebouwen in de wijk Strijp S, omringd door verhuisdozen, aan een houten vergadertafel op schragen die af en toe vervaarlijk omhoog klapt. "We zijn snel gegroeid. Begin dit jaar hadden we nog vier medewerkers, nu twaalf."

Deze zomer zou de eerste windturbine op het dak van een bestaand gebouw worden gehesen, een pand van de Rabobank in Katwijk aan Zee. Dat is uitgesteld, omdat een omwonende bezwaar maakte. Terwijl Suma zijn windsysteem juist zo heeft ontworpen om ontsierende 'molens op stokjes' te vermijden, ageert iemand uit een tegenoverliggend pand toch tegen de extra laag op het bankgebouw, die zijn zeezicht zou belemmeren. "Dat is heel jammer. We hebben zulke 'early adaptors' als de Rabobank nodig, klanten die hun nek uit willen steken. Want het systeem is nog relatief duur."

Opsteker voor Suma is dat gemeenten heel enthousiast reageren op de vondst. "Die ontvangen ons met open armen. Zij zoeken naar oplossingen die goed passen in de gebouwde omgeving en zo min mogelijk weerstand oproepen."

De bouwsector is een ander verhaal. "Die is traditioneel, werkt met gesloten ketens. Op de bouwplaats behandelen ze ons alsof we een baksteen komen afleveren: het gaat over planning en budget, meer niet. Maar wij komen met iets nieuws. Je kunt niet garanderen dat alles meteen werkt. Dat vergt flexibiliteit."

Suma heeft van de eerste stappen op het pad van groen ondernemen in ieder geval al geleerd direct zaken te doen met de klant die het windsysteem wil en niet via intermediairs, zoals aannemers. Het verantwoord ondernemen brengt Ibis ook over de grens., buiten Europa, in streken waar geen toegang is tot elektriciteit, of noodgebieden waar na een ramp stroom noodzaak is. "We testen nu een prototype dat in een zeecontainer past. Die kun je neerzetten in een gebied, één druk op de knop, het dak gaat open en drie windturbines gaan tien meter de lucht in. Aan de zijkant klapt ook nog 20 vierkante meter aan zonnepanelen open. De binnenkant van de container kun je uitrusten met een keukentje, een waterpomp, accu's, al naar gelang de behoefte. En als er nóg een tyfoon komt, kun je hem weer inklappen."

Vergroenen of groeien?  

Minder grondstoffen gebruiken, minder vervuilen en afval als hulpbron benutten. Dat is vergroening van de economie. Het klinkt mooi, maar de praktijk is weerbarstig. Veel grondstoffen zijn goedkoop en makkelijk te krijgen, burgers ageren tegen windmolens voor hun deur en regels, gemaakt in een andere tijd, zitten in de weg. In een serie belicht Trouw de obstakels en uitwegen op het pad naar een groene economie. Vandaag deel 3: Groen ondernemen is behendig manoeuvreren.

Weerstand tegen fossiel, weerstand tegen groen

Geen wind, geen zon, geen olie, geen gas, geen kolen. Waar moet in de toekomst in vredesnaam de energie vandaan komen als burgers tegen al die bronnen in verzet komen? Op de laatste aandeelhoudersvergadering van Shell kwam een deel van die protesten samen.

Milieuorganisatie Greenpeace was er om, met de bekende ijsbeer, te ageren tegen de plannen van het olie- en gasconcern om in Arctisch gebied te gaan boren. Een actiegroep vertegenwoordigt niet per se de mening van 'de' burger. Toch was tekenend dat ook grote pensioenfondsen bezwaren inbrachten tegen de proefboring, in feite namens miljoenen gewone werkende en gepensioneerde Nederlanders.

Het gas kwam ook aan bod, op diezelfde vergadering in het Circustheater in Scheveningen. Een inwoonster van Groningen riep Shell op verantwoordelijkheid te nemen als grootaandeelhouder in gasbedrijf Nam. Vergoed de aardbevingsschade aan de huizen als gevolg van gaswinning in Groningen, was de oproep. In de provincie klinken stemmen om de gaskraan op een heel laag pitje, of zelfs helemaal uit te zetten.

Geef die miljarden die met de operatie in het Noordpoolgebied gemoeid zijn, uit aan windparken op zee, was de suggestie aan de Shell-top. Die is dat niet van plan.

En waar ambitieuze windplannen zijn, waarbij de molens met het blote oog nog waar te nemen zijn, komen mensen ook in verzet. In Urk, waar gigantische masten de horizon zullen bepalen, aan de Noordzeekust waar turbines naar de smaak van inwoners en strandtenthouders te dicht bij de kust staan, in Wassenaar waar molens de huizenprijzen zouden doen tuimelen.

Tegen kolencentrales klinkt weerstand van vooral milieugroepen die de schoorstenen beklimmen en rechtszaken voeren. En dé manier om kolen nog mogelijk te maken, opslag van CO2 onder de grond, is doorgestreept na protesten van burgers.

In Barendrecht zou een proef plaatsvinden met het in de grond injecteren van het broeikasgas, afgevangen van de industrie. Mensen waren bang. Wat als dat gas door een lek weer naar boven walmt?

Zonnepanelen dan? Niet overal: een aantal gemeenten is terughoudend met toestemming als oude dorps- of stadsgezichten in het geding zijn. Net als bij wind, geldt bij zon dat grotere volumes nodig zijn om echt bij te dragen aan de doelen voor hernieuwbare energie. Daken leveren onvoldoende oppervlakte, dus zijn er plannen voor zonneparken. Een voorstel in de gemeente Dalfsen om 3200 vierkante meter grond te bedekken met panelen, stuitte deze zomer op weerstand. Omwonenden zien liever het vertrouwde maisveld.

Een oplossing hiervoor kan zijn de omwonenden te compenseren. Een grote windmolen voor de deur, dan gaat een deel van de opbrengst naar het behoud van publieke voorzieningen in het dorp, naar zonnepanelen op het stadhuis of het energiezuinig maken van huizen.

Het Nederlandse energiebedrijf Eneco deed zoiets in Engeland. Daar stuitte het bedrijf in de plaats South Martson op verzet tegen de bouw van windmolens. Nu is er een zonnepark en krijgt het dorp jaarlijks zo'n 14.000 euro om te besteden aan maatschappelijke doelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden