Haai 7070 kan weer op jacht

Naar de haaien In de Oosterschelde zwemmen haaien, fikse haaien. Wetenschappers én sportvissers onderzoeken de leefgewoonten van de roofvissen.

Als een gestrande Ferrari ligt de haai op het dek van sportvissersbootje Big Marlin. Schipper Hans Lodewijkx duwt met een tang vaardig een geel nummerplaatje door de rugvin van het dier. Beduusd wacht de slanke, gespierde roofvis op wat er komen gaat. Hulpeloos op het droge. Eerst word je aan een scherpe haak onverhoeds uit het water gehengeld en vervolgens lig je langs een meetlint. Eén meter en drie centimeter telt het volwassen vrouwtje, van kop tot staart. Een minuut later glijdt de Mustelus asterias sierlijk terug in de Oosterschelde. De gevlekte gladde haai is in een flits verdwenen in het donkere water vlakbij Deltapark Neeltje Jans. Ze is niet langer anoniem: het vrouwtje heeft nummer 7070 gekregen.

Het is zorgelijk gesteld met de haaien en roggen in Nederlandse wateren. Sommige soorten zijn verdwenen, of komen alleen nog voor in gebieden waar niet commercieel wordt gevist. De vleet, een zoutwatervis die op een rog lijkt en bijna drie meter lang kan worden, wordt al sinds de Tweede Wereldoorlog vrijwel niet meer gezien op het Nederlands Continentaal Plat. De sterrog zit alleen nog in de noordelijke Noordzee en de stekelrog, ooit vaste bezoeker van de Nederlandse kustwateren, zwemt nu enkel nog onder de Engelse kust.

Maar het is niet allemaal kommer en kwel, zegt wetenschapper Niels Brevé. Met de gevlekte gladde haai bijvoorbeeld, zoals het exemplaar dat op het dek van de Big Marlin werd getrokken, lijkt het wat beter te gaan. Brevé, haaienexpert én gepassioneerd sportvisser, kan het weten. Hij volgt al sinds 2009 het wel en wee van deze en andere haaiensoorten in de Zeeuwse voordelta. Brevé is projectleider bij Sportvisserij Nederland.

In een uniek samenwerkingsproject tussen het onderzoeksinstituut Imares (Wageningen) en sport- en beroepsvissers zijn inmiddels zo'n 3500 gladde haaien in de Zeeuwse delta gevangen, gemerkt en (levend) teruggezet. Tientallen beroeps- en hobbyvissers doen mee aan het project. Dat levert een schat aan informatie op over de verplaatsingen van de haai. Welkome informatie, want er is maar weinig bekend over het gedrag van de haaien en roggen.

Zeikhaai

Niels Brevé: "Dat gebrek aan kennis komt vooral doordat de vissen commercieel niet interessant zijn. Een gevangen haai levert niet meer dan 15 cent per kilo op. Het vlees van de gladde haai is niet erg lekker, het gaat al vrij snel na de vangst stinken naar ammonia. Ze noemen de gladde haai daarom ook wel zeikhaai. Het betekent dat het vlees vooral wordt gebruikt voor visolie en vismeel."

Maar: voor sportvissers zijn de haai en de rog een welkome prooi. Zij betalen grif 100 tot 150 euro voor een dagje haaienvissen voor de Nederlandse kust met gecharterde bootjes. Het gaat ze daarbij alleen om de sport, de haaien worden teruggezet. Sinds enkele jaren worden ze voor het terugzetten dus ook gemerkt door de schippers van de visbootjes, die daarvoor een speciale vergunning hebben.

Wetenschappelijke studies over populaties en gedrag van vissoorten worden vooral uitgevoerd naar soorten die interessant zijn voor de commerciële visvangst, zegt Paddy Walker, lector duurzame visserij aan hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden. "Haaien en roggen hebben geen onderzoeksprioriteit. De informatie is dus gebrekkig. Daarom is het merken van de gladde haaien zo belangrijk." Walker is hoofd wetenschap van de NEV, de Nederlandse Elasmobranchen Vereniging (voor haaien en roggen). De NEV is nauw betrokken bij het project.

Doordat de haaien zijn gemerkt, is inmiddels aangetoond dat vrouwtjes van de gevlekte gladde haai hun nakomelingen (juvenielen) baren in de Oosterschelde en mogelijk ook in de Westerschelde. Uit de meldingen van elders gevangen gemerkte haaien, blijkt dat deze haaien grote afstanden afleggen. In het najaar trekken ze weg uit de Zeeuwse wateren en zakken ze hoofdzakelijk af richting zuiden, naar de Golf van Biskaje, voor de kust van Bretagne. In het voorjaar keren ze terug naar Zeeland. Paddy Walker: "Er worden naast vrouwtjes vaak juvenielen gevangen door sportvissers in het gebied. Die moeten in de Zeeuwse delta geboren zijn, want die jonge dieren kunnen niet van die grote afstanden afleggen."

Brevé, Walker en drie andere wetenschappers publiceerden hun bevindingen over de eerste vier jaar van het merken van haaien afgelopen voorjaar in het wetenschappelijke tijdschrift Fish Biology. Brevé: "Toen we het artikel schreven, hadden we tachtig meldingen ontvangen van haaien die door ons waren gemerkt en die elders opnieuw werden gevangen. Inmiddels is het aantal meldingen verdubbeld tot 160. Het blijkt dat de gevlekte gladde haai enorme afstanden aflegt, tot wel 1400 kilometer. En, gebleken is dat ze terugkomen in de Zeeuwse delta. We hebben één haai een jaar later op honderd meter van de locatie waar hij werd gemerkt, opnieuw gevangen."

Ook op vissersbootje Quo-vadis in de Oosterschelde hebben sportvissers intussen beet. Een grote vis heeft naar de kronkelende zager gehapt, die aan een vishaak vlak boven de bodem van de Oosterschelde dobbert. Er wordt flink aan de vislijn getrokken. Is het een haai? Schipper Sjef Matthijsen komt meteen in actie. Met moeite haalt hij een zeldzame vangst binnen: een forse pijlstaartrog, 81 centimeter lang. De rog gaat na het opmeten zonder merkteken terug in het water. De vleugels van de rog zijn te hard om ze te merken, zegt Brevé. "We zijn wel aan het nadenken over een systeem om ook roggen te kunnen volgen."

In de zuidelijke Noordzee en het Engelse Kanaal komen van oudsher negen soorten haaien, acht soorten roggen en de vleet voor. Daaronder ook de reuzenhaai, die tot tien meter lang kan worden, de voshaai van 7,5 meter en de haringhaai van 3,5 meter. De doornhaai (tot 1,60 meter) is één van de bekendste soorten, maar de aantallen van die soort zijn flink gedaald in de afgelopen decennia.

Vrouwtjeshaaien zijn pas na lange tijd geslachtsrijp, de doornhaai bijvoorbeeld pas na 20 jaar. Ze brengen na een draagtijd van bijna 2 jaar vier tot acht jongen voort. De reproductie van haaien is dus laag.

Staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) stuurde in mei, na raadpleging van onderzoeksinstituut Imares en de wetenschappelijke haaien- en roggenvereniging NEV een actieplan naar de Tweede Kamer. Met meer voorlichting en opleiding, het terugdringen van bijvangsten en verbetering van de kans op overleving van haaien en roggen wil hij de situatie verbeteren.

De grootste bedreiging vormt de visserij. Niet zozeer de gerichte vangst, die is er nauwelijks, maar de bijvangst in de visserij op commerciële soorten vis met sleepnetten. "De precieze omvang is onzeker, omdat we geen goed beeld hebben van de teruggooi. Daarnaast weten we niet welk deel van de haaien en roggen ook daadwerkelijk overleeft na het terugzetten", aldus Van Dam in zijn Kamerbrief.

Volgens de NEV wordt de teruggang in het aantal haaien en roggen mede veroorzaakt door het verlies aan geschikte leefgebieden, door grote bouwkundige werken en zandsuppletie voor de kust, door het verdwijnen van kwelders en zeegrasgebieden en door de opwarming van het zeewater door klimaatverandering. Om de aandacht voor haaien en roggen te vergroten, heeft de NEV het project Save our Sharks opgezet. Met steun van de Nationale Postcode Loterij wordt in Nederland en in het Caribisch gebied gewerkt aan beter beheer en betere bescherming van haaien en roggen.

Nederlands actieplan voor haaien

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden