Opinie

Haagse Notenkraker met ’Van Wassenaertjes’ voor arm en rijk, amateur en beroeps.

Dolblij is choreograaf Thom Stuart dat ze de Kapel van het ziekenhuis als repetitieruimte mogen gebruiken. „Zo kunnen we alvast in ’kerkelijke sferen’ komen voor de tien voorstellingen in de Haagse Grote Kerk.”

Op de trappen naar het koor van de Kapel van Medisch Centrum Haaglanden zitten moeders tutu’s te naaien. Eén oog gericht op de sierband die aan de balletrokjes moet worden gestikt, het andere op hun kroost tijdens de repetities van ’De Notenkraker’ op de plek waar normaliter kerkbanken staan.

Achter de nijvere moeders de tekst ’Gloria in Excelsis’. Daarboven Maria en het kindeke Jezus dat met een gebrandschilderde glimlach het op en af draven van de deelnemers aanschouwt. Het altaar ligt bezaaid met rekwisieten: gefiguurzaagde geweren, muizenmaskers, een stokpaardje.

Ook in de ’Haagse’ versie van ’De Notenkraker’ vecht een leger muizen na het feest op kerstavond tegen de notenkrakerpop die het meisje Clara cadeau heeft gekregen. En ook hier vormt dat de aanzet voor een droomachtige queeste door Snoepgoedland en een romantisch rendez-vous tussen Clara en haar prins.

Maar in deze ’Haagse’ variant van het Tsjaikovski-kerstballet bij uitstek, worden de rollen gedanst door mensen uit alle geledingen van de bevolking van Den Haag. Van zes tot zestig jaar, professionele dansers naast amateurs, scholieren van lagere en middelbare school naast dansvakstudenten van onder meer de Nationale Balletacademie.

„Deze ’Notenkraker’ is van iedereen en voor iedereen”, zegt choreograaf Thom Stuart. „In die zin zijn we de belichaming van de ultieme kerstgedachte, ja.” Samen met Rinus Sprong vormt Stuart De Dutch Don’t Dance Division, een productiekern die gespecialiseerd is in dansprojecten op locatie. Gedurende een artistiek werkverblijf in de Verenigde Staten kwamen Stuart en Sprong in aanraking met ’Community Art’: in de wijken gewortelde kunstuitingen waaraan gevestigde kunstinstellingen deelnemen.

Stuart: „Zo heeft iedere Amerikaanse stad wel zijn eigen ’Notenkraker’ opgevoerd door plaatselijke scholieren en amateurs, in samenwerking met solisten van een balletgezelschap. We kennen in Nederland wel ’maatschappelijk relevant’ opbouwtheater, maar dat is vooral gericht op de emancipatie van achterstandsgroepen. Maar één project waarbij iedereen kan aanhaken en meedoen, dat is uniek in Nederland.”

Het Haagse dansfestival Holland Dance heeft geholpen met de organisatie door een wedstrijd uit te schrijven; ’Notenraker Moves!’. Welke middelbare school de mooiste ’ouverture’ – de prelude naar het feest, de eerste akte – kon maken, mocht rekenen op deelname. Het Erasmuscollege won en zijn ’ouverture’ is met een enkele aanpassing in z’n geheel overgenomen in de choreografie. Verdere audities leverden zestig amateurs op: ’ouderen’ die de karakterrollen voor hun rekening nemen, de jonkies die als muisjes lekker kunnen ravotten in het muizenleger.

Stuart: „Daarnaast werken we met studenten van de academies en met professionele dansers die aan het begin van hun carrière staan. Voor de technisch zware grand pas de deux zijn solisten van het American Ballet Theatre geëngageerd. En niet te vergeten de vrijwilligers; ouders die op hun vrije dag de zwevende balletvloer in en uit elkaar komen schroeven of tegen de klippen op kostuums voor ons naaien.”

Bij de kostuumdoorloop van de tweede akte, dreigt het gevaar van totale chaos. Ruim zestig deelnemers, van de wie de meesten meer dan één kostuum in de voorstelling dragen. Een jongetje van een jaar of acht wordt bijkans onder de voet gelopen door een professionele danser die zich haastig omkleedt van Spaanse dans naar Bloemenwals. Het jochie blijkt niet mee te dansen; hij is met zijn ’zussie’ meegekomen. De ogenschijnlijke chaos is wonderwel georganiseerd; na een terloopse aanwijzing van Rinus Sprong groeperen in glitterpakjes gestoken kinderen zich in rap tempo voor een landendans.

Aan het einde van de tweede akte treedt Tara Derksen, leerling van de Nationale Balletacademie, naar voren, als Clara ’ontwaakt’ zij uit haar droom. Tara (12) trad al eens aan in het door kinderen gevormde corps de ballet van ’Notenkraker & Muizenkoning’ door Het Nationale Ballet, maar deze versie van Stuart en Sprong heeft toch haar lichte voorkeur. „Natuurlijk omdat ik nu een van de hoofdrollen dans, en omdat we bij Het Nationale Ballet eerst alleen met alle kinderen repeteerden en pas later met de volwassen dansers op het toneel. Hier doen we alles vanaf het begin sámen, kinderen en volwassenen, iedereen door elkaar. En dat is hartstikke leuk!”

Er zijn meer aspecten die de Haagse ’Notenkraker’ voor Tara interessanter maken dan de vele versies die op de Ivanov/Petipa-oerversie uit 1892 zijn gebaseerd. „In deze ’Notenkraker’ heet ik geen Clara, maar Amalia omdat we in de Grote Kerk optreden en prinses Amalia daar is gedoopt. En mijn broer heet geen Fritz, maar Willem, naar kroonprins Willem-Alexander.”

„Dat had wel wat voeten in de aarde”, reageert Thom Stuart. „We hadden koninklijke toestemming nodig om in deze context deze namen te gebruiken. De koninklijke familie heeft van oudsher nauwe banden met de Grote Kerk, de relatie met onze ’Notenkraker’ zou wellicht een rare bijklank opleveren. Gelukkig vond Willem-Alexander het een leuk idee. Hij zei volmondig ja.”

De traditionele ’Von Stahlbaumpjes’ werden de ’Van Wassenaertjes’ (Stuart: „Heel Haags met die ’ae’...”). Plaats van handeling: Kneuterdijk, het paleis dat graaf Van Wassenaer in 1739 in het oude centrum van Den Haag liet bouwen. „En de gasten op het feest zijn de ambassadeurs met hun gevolg. Als verwijzing naar de ’landendansen’ en de divertissementen in de tweede akte, maar ook als verwijzing naar de vele nationaliteiten en religies in de diplomatenstad Den Haag. Zo laten we een van de landendansen opgaan in een zinderende Bollywood-finale, met in de choreografie verwijzingen naar Hindoe-goden Shiva en Ganesh. Het divertissement van ’moeder gember’, in vele versies oorspronkelijk in travestie gedanst, wordt gedanst door ’de vrouw’ van de Israëlische ’ambassadeur’ in een traditioneel chassidische outfit, compleet met pijpenkrullen, baard en zwarte hoed. Afgezet tegen het praalgraf van de familie Van Wassenaer in de Grote Kerk, is deze ’Notenkraker’ een dansante vertaling van hoe Den Haag was en nu is.”

Thom Stuart en Rinus Sprong hebben zich hard gemaakt de Haagse ’Notenkraker’ voor iedereen in Den Haag toegankelijk te maken. „Ook mensen met een bijstandsuitkering moeten kunnen komen kijken. De Haagse ’Ooievaarspas’, die korting geeft voor mensen met een uitkering, is voor nu en in de toekomst zelfs een belangrijke participant in het project geworden.”

De toekomst... Deze ’Notenkraker’ is dus geen incidenteel ’community’ project? Stuart: „Als het aan ons ligt niet. In Amerika zijn er ’Notenkrakers’ tot stand gekomen die jaarlijks terugkerende ’happenings’ zijn en al generaties lang mensen via dans met elkaar in contact brengen. Dan zie je dat een meisje begint met een rolletje in het muizenleger en acht jaar later in dezelfde ’Notenkraker’ als een pronte ballerina de bloemenwals danst. ’Notenkraker’ is daar echt een kersttraditie waar iedereen zich in kan ontwikkelen.”

Tara Derksen glundert bij de gedachte. Nu nog de ’jonge’ Clara, alias Amalia; maar over een jaar of vijftien wellicht de ’oude’ Clara in de grand pas de deux met een knappe prins? Tara: „Dat zou leuk zijn!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden