Ha, een brief!

Twee fascinerende eerbetonen aan een fenomeen dat dreigt te verdwijnen

Wie een goede brief kon schrijven was in de ogen van de Nederlandse humanist Desiderius Erasmus een man van de wereld. Enige vormelijkheid viel daarbij te verkiezen boven doorgeschoten spontaniteit: "Het is beter wanneer een brief naar lampolie ruikt dan naar drank, de zalfpot of de geit."

Erasmus publiceerde zelfs een handleiding voor het schrijven van de brief. Die moest zo goed mogelijk passen bij "het betoog, de plaats, de tijd en de geadresseerde; en is ernstig in geval van gewichtige zaken, keurig in geval van gewone zaken, elegant en gevat bij kleine zaken en bevlogen in geval van een vermaning, en verzachtend en vriendelijk bij troost."

De Grieken in de Oudheid kenden al hun eigen briefetiquette, bijvoorbeeld wanneer het ging om de standaardaanhef. Later werden hele boekenkasten volgeschreven met handleidingen. Simon Garfield besteedt er uitgebreid aandacht aan in zijn boek 'Ode aan de brief'.

De Britse journalist en non-fictieschrijver, eerder verantwoordelijk voor 'Precies mijn type' (over letters) en 'Op de kaart' (over cartografie), is de perfecte auteur voor een cultuurgeschiedenis als deze. Hij staat stil bij de kracht en de zwakte van brieven, gaat in op de geschiedenis van de posterijen, verzamelwoede, de gebruikte inkt en papiersoorten. Ondertussen heeft hij een goed gevoel voor de juiste citaten en anekdotes. Zo beschrijft hij hoe een achttiende-eeuwse handleiding voor het goed schrijven van een brief een ondertitel krijgt die maar liefst negen regels in beslag neemt.

Van zijn landgenoot Shaun Usher verschijnt tegelijkertijd het oogstrelend vormgegeven 'Brieven van belang', een greep uit alles wat hij bijeenbracht als beheerder van de website www.lettersofnote.com. Een 'eclectische verzameling', noemt hij het zelf. En dat is het. Een sollicitatie van Leonardo da Vinci, de afscheidsbrieven van de Schotse koningin Maria Stuart en de schrijfster Virginia Woolf gaan hier samen met een jongetje dat de architect Frank Lloyd Wright verleidt tot het ontwerpen van een hondenhok, een meisje dat Abraham Lincoln aanraadt om alleen al uit electorale motieven zijn baard te laten staan en de Britse koningin Elizabeth die de Amerikaanse president Eisenhower haar recept voor scones doorstuurt. Waar mogelijk zijn de originele documenten als facsimile afgedrukt.

Ushers definitie van de brief is ruim. Ook de kokosnoot met inscriptie waarmee commandant John F. Kennedy in augustus 1943 om hulp vroeg voor de overgebleven en gestrande bemanning van zijn door de Japanners geramde torpedoboot, krijgt een plaatsje. Klein nadeel van 'Brieven van belang' is het dat het meer nog dan 'Ode aan de brief' van Garfield een tamelijk Angelsaksisch perspectief heeft. Wat niet wil zeggen dat de rest van de wereld helemaal buiten beschouwing blijft.

Curieus is de brief ('omwille van de mensheid') van Mahatma Gandhi aan Adolf Hitler uit juli 1939:

"Wilt u niet luisteren naar het beroep van iemand die bewust de weg van de oorlog heeft vermeden en dit niet zonder aanzienlijk succes? In elk geval hoop ik op uw vergeving mocht ik over de schreef zijn gegaan door u te schrijven."

De brief van een langzaam doof wordende Ludwig von Beethoven aan zijn broers laat waarschijnlijk niemand onberoerd:

"O, hoe zou ik ooit kunnen toegeven dat ik lijd aan een aandoening in uitgerekend het ene zintuig dat bij mij perfecter zou moeten zijn dan bij anderen, een zintuig dat ik ooit in de hoogste perfectie bezat, een perfectie die slechts weinigen in mijn beroep genieten of ooit hebben genoten. O, het lukt me niet; vergeef me dus als jullie merken dat ik mij terugtrek terwijl ik met alle vreugde met jullie had willen omgaan."

Door de razendsnelle ontwikkeling van digitale contactmogelijkheden (jongeren vinden mail al achterhaald) met de bijbehorende beknopte, gehaaste en soms dus slordige wijze van formuleren dreigen hele werelden verloren te gaan. Aan de andere kant, de ondergang van de brief is al veel vaker voorspeld, toont Garfield. Misschien ligt er voor de brief een cultstatus als die van de lp in het verschiet.

En laat niemand beweren dat correspondentie in het verleden altijd even uitgebreid was. De Franse schrijver Victor Hugo informeerde begin jaren zestig van de negentiende eeuw bij zijn uitgever naar de ontvangst van zijn 'Les misérables' met niet meer dan '?'. Zijn uitgever stelde hem gerust met een al even beknopt antwoord: '!'.

Simon Garfield: Ode aan de brief. Kroniek van een verdwijnend fenomeen. (To the Letter) vertaald uit het Engels door Bert Meelker. Podium; 432 blz. euro 25

Shaun Usher (samenstelling): Brieven van belang. (Letters of Note) vertaald uit het Engels door Lidwien Biekmann en Tracey Drost-Plegt; Podium; 464 blz. euro 39,50

Fragmenten uit 'Brieven van belang'

"Als ik terugkijk naar het verleden bedenk ik hoeveel tijd er verspild is, hoeveel tijd er verloren is gegaan aan dwalingen, fouten, ijdelheid, gebrek aan levenskunst; hoe weinig waarde hechtte ik eraan, hoe vaak heb ik niet gezondigd tegen hart en geest. Dat doet mijn hart bloeden. Het leven is een geschenk, het leven is geluk, iedere minuut zou een eeuwigheid van geluk kunnen zijn."

Schrijver Fjodor Dostojevski, net ontkomen aan executie maar met nog vier jaar gevangenis voor de boeg, schrijft zijn broer Michail, 22 december 1849

"Nu ik nog lucht in mijn longen heb, wil ik u vertellen: wat een puike wagen maakt u toch. Ik heb altijd in een Ford gereden, als het me lukte er eentje te krijgen. Andere wagens hebben altijd het nakijken omdat de Ford zonder pech te krijgen goed snel kan blijven rijden en ook al zijn mijn bezigheden niet helemaal legaal, het kan toch geen kwaad, als ik u zeg dat u een fijne wagen hebt met die V8."

Voortvluchtig misdadiger Clyde Barrow (die van Bonnie) complimenteert autofabrikant Henry Ford, 10 april 1934

"Ik ben eigenlijk wel een beetje vereerd dat ik iets heb geschreven dat die boekenplanken heeft doen ontwaken uit hun oppervlakkige bestaan. Maar ik voel me wel gekwetst, echt, als het boek van een ander wordt gecensureerd, omdat dat boek dan vaak een heel goed boek is, en daar zijn er niet zo veel van, en in de loop der tijden zijn dat soort boeken vaak uitgegroeid tot klassiekers en wat ooit beschouwd werd als schokkend en amoreel is nu op veel universiteiten verplichte kost."

Schrijver Charles Bukowski schrijft aan Hans van den Broek, redacteur van De Gelderlander, over de verwijdering van zijn boek 'Tales of Ordinary Madness' uit de Nijmeegse Openbare Bibliotheek vanwege de vermeende sadistische, fascistische en discriminerende inhoud, 22 juli 1985

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden