Gun oude gebouwen herkansing

Voor naoorlogse kinderen werden in Nederland honderden nieuwe scholen gebouwd, die inmiddels allemaal afgeschreven zijn. Gemeenten moeten de weinig geliefde gebouwen uit de jaren vijftig, zestig en zeventig gaan vervangen. Maar is slopen echt nodig?

LAURA VAN BAARS

Zelfs architecten worden op het eerste gezicht niet echt warm van een naoorloogs schoolgebouw. Toen Gus Tielens en Jarrik Ouburg voor De Molenwiek stonden, een school uit de jaren zeventig in de Haarlemse wijk Schalkwijk, zagen ze vooral een amorf gebouw met een onduidelijke ingang en nauwelijks ramen aan de voorkant. Een 'bloemkoolschool' met allemaal aan elkaar gebouwde klassen, waartussen je kunt ronddwalen. De gemeente Haarlem wilde van de architecten weten: moeten we deze school slopen, of kunnen we er nog wat mee?

Afgeschreven scholen zoals De Molenwiek staan er in heel Nederland bij honderden. Na de oorlog werden er snel gebouwen bijgezet om de babyboomers van schoolruimte te voorzien. Die bouwlust zette decennia door. "Voor de architectuur van deze scholen bestaat weinig liefde", vertelt Wilma Kempinga van de stichting Mevrouw Meijer. "Deze werkpaarden van het onderwijs hebben jarenlang prima gefunctioneerd. Nu worden ze op veel plaatsen gesloopt. Dat hoeft volgens ons helemaal niet." Met de stichting proberen Kempinga en architect Tjeerd Wessel belangstelling te wekken bij gemeenten en schoolbesturen om schoolgebouwen die na veertig jaar boekhoudkundig en technisch zijn afgeschreven, klaar te maken voor een tweede leven.

Voor de gemeente Haarlem is Mevrouw Meijers visie op 'afgeschreven' scholen een uitkomst. In 2000 waren er plannen om de scholen in 'krachtwijk' Schalkwijk, gebouwd op ruime, groene locaties, te slopen en de grond te verkopen aan projectontwikkelaars. Gemeentelijk beleidsmedewerker onderwijs Yvon Remers vertelt dat met de opbrengst aan de rand van de wijk nieuwe scholen gebouwd hadden moeten worden. "Maar het plan werd niet uitgevoerd en na de crisis in 2008 was hiervoor bij marktpartijen geen belangstelling meer. De gemeente heeft bovendien veel minder geld voor dure nieuwbouw. Er moesten andere oplossingen gevonden worden."

"Als er nieuwe scholen gebouwd worden, worden door gemeenten altijd dezelfde onderwijsarchitecten ingeschakeld", zegt Kempinga. "Het is als architect moeilijk om daar tussen te komen. Bovendien is de regelgeving helemaal niet ingericht op verbouwing van oude panden. De wet regelt alleen dat een gemeente een oud pand kan slopen en een nieuwe school kan bouwen. Dat is zó onverstandig, zeker in tijden dat er bij gemeenten veel minder geld is. Wij zoeken de oplossing in een hele nieuwe samenwerking van architecten die nog nooit een school gebouwd hebben maar dat wel graag willen, de schoolbesturen en de gemeente."

Uit de analyse die Mevrouw Meijer in Haarlem maakte, bleek dat sloop in Schalkwijk niet nodig is. Dat sommige gebouwen overvol zijn en andere half leeg staan, is volgens Kempinga op te lossen met een onderlinge 'stoelendans'. "Ook al zien veel gebouwen er door intensief gebruik haveloos uit, dankzij hun goede bouwconstructie kunnen ze na renovatie nog tientallen jaren mee. Drie scholen kregen van ons extra aandacht in de vorm van een ontwerpend onderzoek, waarin jonge architecten lieten zien wat er allemaal mogelijk is. Behalve De Molenwiek waren dat Piramide Boerhaave met een slechte staat van onderhoud, en de Rudolf Steiner die de sterke groei alleen kan opvangen door een nieuwe locatie uit te breiden."

undefined

Functioneel gebouwd

Eenmaal binnen in De Molenwiek, werden Tielens en Ouburg een stuk positiever dan toen ze nog buiten stonden. Tielens: "Kijk ik naar de aula met licht van boven dat in het oorspronkelijke ontwerp door grote kassen met planten naar binnen viel, en al de dakramen in de lokalen, dan word ik daar wél warm van." Ouburg: "De zichtbare structuur en constructie van het gebouw inspireerde mij meteen tot ideeën over wat je nog meer met het gebouw zou kunnen."

De architecten viel op dat hun vakgenoot Wiek Röling de school in 1977 juist heel functioneel gebouwd heeft. Schuifdeuren tussen de lokalen, grote ruimten, lichtinval aan meerdere kanten en mooie patio's met moestuinen . Bovendien grenst de school aan de achterkant aan een park. Dit, zo concluderen de architecten, is geen school om te slopen. De school zou met een goede verbouwing zo opnieuw veertig jaar mee kunnen.

Het schoolhoofd van De Molenwiek, Josée Warnaar, is blij. Zij wil haar gebouw helemaal niet uit. De school is populair, er zitten meer dan 500 leerlingen op. Haar grootste zorg is hoe ze de kleuterklassen beperkt houdt. Vanwege de grote belangstelling zitten er nu soms wel 34 leerlingen in een klas. Er moet extra ruimte komen voor een zesde kleuterklas. Ook groep 7 en 8 zitten er in haar ogen niet goed bij in een 'lelijke puist' die in de jaren negentig als tijdelijke ruimte werd aangebouwd en nooit werd vervangen. Volgens Warnaar zitten er voor een school grote voordelen aan een pand uit de jaren zeventig: "Er werd toen veel royaler gebouwd. Klaslokalen zijn later veel kleiner geworden en scholen werden in verdiepingen gebouwd, terwijl wij nog alles op de begane grond hebben."

Tielens en Ouburg hebben meerdere keren overlegd met Warnaar en Jan Aalberts, de projectleider huisvesting van het schoolbestuur Spaarnsant. Samen spraken ze over de buurtfunctie van de school en de mogelijkheden die het aangrenzende park biedt. Ook buurtbewoners schoven hierbij aan. Sommigen hadden zelf nog op De Molenwiek gezeten. Wessel van Mevrouw Meijer: "Ook al dateert de school pas uit de jaren zeventig, het is voor sommige buurtbewoners echt een historisch gebouw waar ze hun jeugd hebben doorgebracht. Dat zou je kapotmaken als je de school zou slopen." Volgens hem is het ook onzin dat deze scholen zo lelijk zijn, dat die maar beter met de grond gelijk gemaakt kunnen worden: "In de jaren zeventig vonden we de nu zo gewaardeerde jarendertig-bouw ook niet mooi. Ik weet zeker dat we de naoorlogse architectuur over een tijdje weer meer gaan waarderen. Er zitten zoveel goed doordachte dingen in, met name van binnen is de school heel functioneel."

undefined

Open karakter

Aan het interieur van de bestaande school willen de architecten dan ook weinig veranderen. Maar er moet wel een betere entree komen. Ook moet de school uitnodigender zijn naar kinderen en buurtgenoten. Ouburg wil van de school een buurt in een buurt maken met een open karakter dankzij glazen puien; Tielens heeft meer een openluchtschool voor ogen met een grote opening naar het park. Jan Aalberts voelde aanvankelijk veel voor nieuwbouw, maar werd steeds enthousiaster over de mogelijkheden die de architecten zagen. Ook Warnaar en haar leerkrachten begonnen te dromen over de mogelijkheden van hun eigen schoolgebouw.

Samen met de stichting Mevrouw Meijer presenteerden de architecten een paar weken geleden aan de gemeente Haarlem drie voorstellen om De Molenwiek uit te breiden en te verbouwen. Yvon Remers van de gemeente Haarlem is enthousiast. Ze hoopt dat er na de zomer, vijftien jaar na de oorspronkelijke plannen voor nieuwbouw, dan een begin kan worden gemaakt met de voorbereiding van de verbouwingsplannen. Hopelijk kan de gemeente hierbij de ontwerpen van Ouburg of Tielens gebruiken, maar dat staat nog niet vast. Voor stichting Mevrouw Meijer is het project geslaagd. Kempinga: "Doordat scholen, gemeente en buurtbewoners allemaal al bij de plannen betrokken zijn geweest, is er al veel gezamenlijk denkwerk verricht, zodat ze straks na een besluit van de gemeenteraad vlot van start kunnen. Zo hoeven scholen niet te lang stil te staan bij hun onroerend goed, maar doen wat ze moeten doen: onderwijs geven."

De Molenwiek is voor buurtbewoners de plek waar ze hun jeugd hebben doorgebracht. 'Dat zou je kapotmaken als je de school zou slopen.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden