Gun de lezer een leugen

'Korte geschiedenis van het bedrog', de nieuwe bundel korte verhalen van Herman Koch, gaat vaak over het oprekken van de werkelijkheid. 'Als je de lezer aan het wankelen brengt gaat het goed.'

Als Herman Koch al een probleem heeft vandaag, dan is dat een luxeprobleem. Hij heeft lekkage aan de vloerverwarming van het nieuwe huis dat hij aan het bouwen is.

Ja, het gaat Koch zichtbaar voor de wind. Zijn boeken verkopen alsof het iPads zijn maar evengoed straalt hij iets uit alsof hij toevallig in een vermakelijke film terecht is gekomen, die nog lang niet is afgelopen. Zijn definitieve keuze voor het schrijverschap - na zijn Jiskefet-periode - lijkt hem een zekere rust te brengen. Als hij het café binnen komt lopen waar we elkaar treffen, oogt hij als een vakantieganger. Koch - spijkerbroek, gymschoenen, zwart jack, nieuwe bril zo te zien en een gezonde bruine tint op de wangen - neemt de tijd voor een foto en schuift op zijn gemak aan voor het gesprek.

De schrijver komt om in de interviewaanvragen, maar als het over leugens en bedrog gaat, de rode draad in zijn nieuwe verhalenbundel, dan is hij daar wel voor te porren.

Moet een roman of literair verhaal per definitie afwijken van de werkelijkheid?
"Alles mag. Zolang het maar geloofwaardig overkomt. Het mooiste is het als je het omgekeerde effect bereikt. Ik las in de Vlaamse krant De Standaard een recensie van mijn bundel en toen eindigde de recensent ongeveer met de woorden 'Maar ja, wat we hier nou van moeten geloven...' Als een verhaal dat teweegbrengt, de lezer dus aan het wankelen brengt, dan gaat het goed. Bij een goeie roman heb je dat ook. Wanneer de lezer denkt: 'Dit moet haast wel zo zijn gebeurd', dan is de auteur geslaagd in zijn opzet."

Maar een verhaal mag volgens u dus ook best in zijn geheel waar zijn?
"Ja, want omgekeerd kan het voorkomen dat je een waargebeurd verhaal schrijft waarvan de mensen denken: dit kan niet. Al geef ik de voorkeur aan liegen. Je moet de lezer een kleine leugen gunnen. Je kunt ook drie werkelijk gebeurde verhalen door elkaar draaien en daar één verhaal van maken. Zelf hou ik er erg van wanneer je als lezer aan het twijfelen wordt gebracht, of wanneer je als schrijver anderen aan het twijfelen brengt. Daar zijn trucs voor. Ik geloof dat het Aristoteles was die al zei dat je soms met een kleine leugen de grote leugen kunt maskeren. In het verhaal 'schrijven & drinken' ontmoet ik Jimi Hendrix, samen met mijn oom Ron uit Californië. Iedereen die dat verhaal las (het verscheen al in 2001, jvv) dacht dat ik die ontmoeting met Hendrix wel moest hebben verzonnen. Terwijl dat echt gebeurd is. Niemand twijfelde aan die oom. En die had ik nou juist verzonnen."

Waarin zit hem de spanning of het plezier bij die rekkelijkheid van de werkelijkheid?
"In het succesvol kunnen liegen. Want je mag geen fouten maken. Als je een schrijver op fouten betrapt gaat het verkeerd, dan verliest hij zijn geloofwaardigheid. Ik denk dat het oprekken van de werkelijkheid ook te maken heeft met indruk willen maken. Indruk maken met een verzonnen verhaal, dat je zo draait dat het beter wordt. Dat mensen het van je aannemen. Ik vond het vroeger al prachtig - het eerste verhaal in de bundel gaat erover - als mijn ouders iets wat ik vertelde voor waar aannamen. Ja, dat is het spannendste; met een leugen wegkomen."

In datzelfde verhaal schrijft u dat je daarvoor wel krediet moet opbouwen. Hoe doe je dat?
"Als je doorgaat voor een eerlijke persoon, dan zit je goed. Dat is iets wat je gedurende je leven opbouwt. Met minder positieve eigenschappen werkt dat net zo. Wanneer iemand altijd te laat komt, accepteer je dat na een tijdje. Eigenlijk is dat een omgekeerd krediet. Je bouwt hoe dan ook een reputatie op. Ook in het onechte leven. Als ik in de tijd van de lullo's ergens binnenkwam, dachten mensen dat ik in het echt misschien ook wel zo'n soort figuur zou zijn. Sommigen waren zelfs een beetje bang voor me. Ik bleek dan uiteindelijk altijd erg mee te vallen. Van dat laatste imago - eigenlijk gewoon de waarheid - maak ik als schrijver dan weer misbruik."

Want u bent nu definitief alleen schrijver en geen komiek meer?
"We hebben vorig jaar met Jiskefet die Lullo-toer gedaan in de Heineken Music Hall en daar zal het bij blijven."

Heeft u niet het idee dat Jiskefet dan te kort heeft gepiekt?
"We hebben het vijftien jaar gedaan, dat is lang zat. Het is te vergelijken met een bandje, daar moet je ook niet te lang mee doorgaan. Niet dat we genoeg van elkaar hadden; we hadden het ook nog best een paar jaar langer kunnen doen. Dit is precies goed zo. En heb je die laatste aflevering van dat programma over Kees van Kooten en Wim de Bie gezien? Daar komt echt uit naar voren dat ze te lang zijn doorgegaan. Ik ben blij dat dat ons bespaard is gebleven."

Hoe ervaart u het verschil tussen het schrijven van een kort verhaal en een roman?
"Ik zou niet zo snel een kort verhaal uit mezelf schrijven. Meestal schrijf ik ze in opdracht. Vaak zeg ik ook nee. Als een damesblad vraagt of ik een verhaal wil schrijven over hoe ik mijn Spaanse vrouw heb ontmoet, bedank ik vriendelijk. Ik doe het alleen als ik al meteen merk dat iets een goed idee is. Een kort verhaal schrijven is vergelijkbaar met die kindertekening die je vroeger maakte: die wil je meteen laten zien. Ik lees ze soms voor aan mijn vrouw om te horen of het goed genoeg is. Het kost me ongeveer één tot drie dagen om een kort verhaal te schrijven. Daarbij vergeleken is het schrijven van een roman een lang en eenzaam avontuur. Langere boeken ontstaan ook anders, meer schrijvenderwijs."

U bent wel begonnen als schrijver van korte verhalen. Ziet u een ontwikkeling in uw stijl of onderwerpkeuze?
"Mijn eerste roman 'Red ons Mario Montenelli' zou ik nu niet opnieuw kunnen schrijven, daarvoor is hij toch net iets te puberaal. Maar als ik kijk wat ik toen schreef en wat ik nu schrijf, dan zijn de overeenkomsten groter dan de verschillen. Ik vind dat ook helemaal niet erg. Je moet er nooit voor terugschrikken om later weer eens ergens op terug te komen."

Op het gevaar af dat de lezer wellicht soms denkt dat u schrijft volgens een formule.
"Ik kan me best voorstellen dat mensen dat kunnen denken. Toen ik het idee kreeg voor 'Zomerhuis met zwembad', was ik mij er ook heel erg van bewust dat het thematisch leek op 'Het diner'. Maar tegelijkertijd vond ik: ik moet dit doen. Een goed idee gaat voor."

En voor goede ideeën heeft u blijkbaar een antenne, anders verkocht u niet zoveel boeken.
"Ik vraag me af hoe het komt. Het is toch echt niet zo dat ik ermee bezig ben dat een idee een groot publiek gaat aanspreken, of zo. En ik beloof dat ik het thema gezinnen met kinderen nu even laat rusten."

U bent weliswaar bekend van televisie, maar u loopt de studio van 'De wereld draait door' toch beslist niet plat. Bent u het bewijs dat een boek heus wel verkoopt zonder praatje in een talkshow?
"Eigenlijk liepen die boeken van mij juist minder in de tijd dat ik met Jiskefet veel op tv was. Tegen 90 procent van de verzoeken om op televisie te komen, zeg ik nee. Ik verbaas me ook vaak over de aard van die verzoeken, omdat ze vrijwel nooit iets te maken hebben met mijn schrijverschap of met mij als persoon."

In een groot deel van uw werk - ook weer in deze bundel - drijft u de spot met de moraal van de elite. Wat is dat toch?
"Ik kan mij ergeren aan mensen die er iets aan ontlenen dat ze uit een bepaald milieu komen. Alsof je dan ineens iets 'goeds' moet doen voor de wereld. Of iets maatschappelijks moet uitdragen. Neem Bono, of Sting. Als ik die in de weer zie met al die liefdadigheid, dan denk ik: joh, ga lekker gitaar spelen. Hou je bij je leest. Het straalt ook op ze af, vind ik. In Nederland lijkt het nog wel erger te zijn dan in andere landen. Ik heb nooit begrepen dat een cabaretier hier bijvoorbeeld automatisch meteen 'links' moet zijn en 'geëngageerd'."

U komt zelf uit een elitair nest. Is het ook niet een soort zelfspot?
"Als wij vanuit Amsterdam-Zuid vroeger met tramlijn 24 naar 'de stad' gingen, dan was dat voor mijn ouders echt een andere wereld. De stad, dat was toch al behoorlijk 'ruig' daar. Ik weet dus natuurlijk wel een beetje hoe er in die kringen gedacht en gesproken wordt. Ach, ik vind ook: de elite is een groep als iedere andere groep, die dus ook prima als mikpunt van spot kan dienen. Je moet jezelf daarbij niet ontzien. In mijn nieuwe boek, waar ik nu aan werk, komt een schrijver voor die allerlei pietluttigheden heeft. Die lijkt verdacht veel op

mezelf."

Lette u als kind of puber al op de manier waarop die elitaire types zich gedragen?
"Ik weet nog dat er op school een keer een piano-uitvoering was en dat de jongen die speelde vooraf zei: 'Dit stuk heb ik bedacht toen ik ruzie met mijn moeder had.' Wij zaten toen al wel als vriendjes onder elkaar met ons hoofd te schudden, herinner ik me nog. Maar het is pas later gekomen dat ik mij er echt van bewust was hoe mensen zich gedroegen en wat ze allemaal zeiden. Ik denk achteraf dat ik veel te lang naar die mensen - leraren vooral - heb geluisterd, die mij wel even tips gaven hoe ik moest leven. De leukste leraren waren toen ook al de mensen die zichzelf niet zo serieus namen. Als vijftienjarige kwam pas het verzet. Ik denk dat ik toen begon te zien hoe het allemaal zat. Maar het is gelukkig wél allemaal opgeslagen."

Korte geschiedenis van het bedrog. Herman Koch. Uitgeverij Anthos, Amsterdam.

296 bladzijden. ISBN: 9789041420503 Prijs: 15 euro

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden