Gulp

Hij moest een jaar of 25 zijn en greep al lopend naar zijn gulp. Dat wil zeggen naar de bovenkant van zijn broek, net onder zijn riem. Mannen herkennen zoiets onmiddellijk van elkaar: duim en wijsvinger op zoek naar de ritssluiting van de gulp en buik licht ingehouden. Ook die nerveuze hoofdbewegingen naar links en naar rechts waren een indicatie: geen naderende pottenkijkers. Behalve ik, door hem nog niet opgemerkt, aan de overkant van de straat. Ik had hem zojuist uit zijn gloednieuwe Peugeot 308 zien stappen die hij net achter mijn wagen had geparkeerd. Die jongeman moest al rijdend door een ondragelijke behoefte zijn gegrepen en moest zijn blaas acuut ledigen. Waarschijnlijk met een sierlijke bocht tegen een van 'mijn' bomen. Ik bedoel de vier of vijf lange bomen die de drie ramen van mijn werkkamer sieren. Dat hij de plataan boven de esdoorn zou verkiezen, leek onwaarschijnlijk: te dunne stam en met zeker 10 meter verder lopen dan de esdoorn, geen sinecure voor een blaas die op springen staat.

Op dit punt aangekomen moet ik eerlijk bekennen dat ik van wildplassen niet warm of koud word. Zeker als dit niet tegen metselwerk maar een boom geschiedt. Het duurzaam effect, zeg maar, waarbij niets verloren mag gaan. Maar ik ben ook een man. Er kan bij mannen een vorm van solidariteit ontstaan tijdens het wildplassen. Denk aan de stoere rij van staande kameraden, die de schaamte allang voorbij zijn tijdens het gezamenlijk besprenkelen.

Het probleem is Geliefde die wildplassen bijna gelijkstelt aan een misdaad tegen de menselijkheid. Het heeft me altijd verbaasd, die kolkende woede bij haar zodra een wildplasser haar zicht heeft betreden. Ze kan dan behoorlijk tekeer gaan. Totdat de wildplasser door de schrik zijn behoefte niet meer optimaal kan reguleren en hij hals over kop weer moet inpakken. Maar vorige week was Geliefde in geen veld of wegen te bekennen. En toch, misschien uit misplaatste plichtbesef, besloot ik om in te grijpen. De jonge automobilist was de esdoorn tot op 3 meter genaderd. Ik zoog wat lucht in mijn longen, probeerde mijn bassen tot Ivo Opstelten-niveau te brengen en bromde: 'hé, man, je gaat toch niet hier pissen!' De jongeman draaide zich geschokt om. Ik zag dat zijn hand zijn gulp in een flits dicht ritste. Hij excuseerde zich, zei dat hij zelf door de drang was overvallen en niet wist hoe snel hij wat beschutting moest vinden. Hij had iets zuidelijks in zijn voorkomen en droeg een korte baard. Noord-Afrikaans wellicht. Zijn Nederlands was onberispelijk en accentloos. Ineens moest ik denken aan de verkiezingsposter van de VVD over taal en voelde ik een soort vertedering voor de welbespraakte wildplasser bij me opkomen. Voordat ik het belachelijke van de situatie kon beseffen, had ik voor hem de deur van mijn huis opengetrokken. Hij zoefde over het opstapje van de vestibule en sloot zich langdurig in ons toilet op. Ja zeker, dankbaar was hij na afloop wel. Maar door twijfel overmand, besloot ik in de toekomst bij een volgende wildplasser laf weg te kijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden