Grumor grijpt kinderen bij de lurven

Het griezelboek voor de jeugd beleeft een ware hausse. Uitgevers hebben de vraag van kinderen naar verhalen over zombies, vampiers en weerwolven ontdekt, bibliotheken kunnen de griezelboeken - letterlijk - niet meer aanslepen. Ook op de verkooplijsten van bestverkochte boeken domineert - zeker in de leeftijdscategorie 10 tot 12 jaar - het genre. En dat terwijl er tot nog toe in de Nederlandse literatuur nooit sprake is geweest van een echte 'griezeltraditie'. Grote ster aan het jeugdgriezelfirmament is Paul van Loon, die sinds zijn 'Griezelbus'-trilogie een ongekende populariteit geniet. Van Loon schreef dit jaar het Kinderboekenweekgeschenk, 'Lyc-drop', dat in de hoogste oplage ooit (281 000) verspreid zal worden. Is er sprake van een kortstondige, koude huivering door kinderboekenland, of krijgt het griezelgenre steviger wortels?

Reptielenhuis 'De Oliemeulen' in Tilburg, een week voor het begin van de Kinderboekenweek. Tussen onbeweeglijke kameleons, harige spinnen en vleermuizen op hun kop in de herbaria vliegen tientallen verhitte kinderen heen en weer over de houten vloer. Rumoer vult de monumentale boerderij, er is bijna geen doorkomen aan naar de zolder waar griezelboekenschrijver Paul van Loon zich in een zaaltje achter een kleine deur min of meer schuilhoudt.

Min of meer, want Van Loon zou vanmiddag vanuit deze toepasselijke locatie - vliegende honden op de achtergrond - via het Internet met fans in het land communiceren. Kinderen zouden hem per e-mail vragen stellen en thuis op de computer kunnen zien hoe Van Loon 'live' op hun vragen reageert. Maar door een onduidelijk persbericht van Bruna, dat de Internetsessie organiseert, heeft onder meer in het Brabants Dagblad het bericht gestaan dat Van Loon in de Oliemeulen boeken zou signeren. Gewapend met schoolagenda's, losse papiertjes, dagboeken en vrijwel complete Van Loon-ouevres zijn vanuit het hele land drommen kinderen met hun ouders naar Tilburg getogen, in de hoop een handtekening van de schrijver te bemachtigen.

Van Loon - shaggie, blond stekelhaar, scherpe trekken, eeuwige zwarte zonnebril - blijft aanvankelijk rustig zitten op het zoldertje, waar een team van Bruna bezig is de benodigde computer- en videoapparatuur te installeren. Tot een - ook behoorlijk verhitte - medewerker van de Oliemeulen komt binnenstormen en op agressieve toon eist dat Van Loon beneden zijn gezicht laat zien: de kinderen zijn zwaar teleurgesteld en boze ouders staan al bij de kassa om hun entreegeld terug te eisen. Goed dan, Van Loon staat de schare fans beneden even te woord en belooft dat hij tussen het e-mailen door zal proberen zoveel mogelijk boeken te signeren. Achter een gesloten deurtje evenwel. Dit belooft een lange middag te worden.

De populariteit van Paul van Loon (Geleen, 1955) neemt zo langzamerhand extreme vormen aan. De auteur van onder meer 'Vampier in de school', 'Nooit de buren bijten' (bekroond door de kinderjury in 1996) en niet te vergeten de 'Griezelbus'-trilogie (voor deel drie ontving hij dit jaar de Venz Kinderboekenprijs voor het bestverkochte boek) krijgt 800 brieven per maand. De 'Griezelclub', die anderhalf jaar geleden door uitgever Elzenga werd opgericht (compleet met een Griezelclub-krant en bijbehorende prullaria als petten en pennen) telt inmiddels rond de 7 000 jeugdige leden. Op het Internet wemelt het van de sites waar kinderen met elkaar hun favoriete Van Loon-boek bespreken.

Paul van Loon is ook voorzitter van het 'Griezelgenootschap' een zogenaamd geheim genootschap van griezelschrijvers, onder wie Bies van Ede, de Vlaming Eddy C. Bertin, tekenaar/schrijver Tais Teng, Hans van de Waarsenburg en Ton van Reen, dat jaarlijks - ook bij Elzenga - een bundel griezelverhalen uitbrengt. Onlangs verscheen een tweede 'griezelhandboek' voor kinderen: het vampierenhandboek (Paul van Loon en Jack Didden) met onder meer '23 manieren om een vampier te worden' en '15 onmisbare zaken voor een vampierjager'.

Van Loon wordt in het totaalpakket van Elzenga - want zo mag je het inmiddels wel noemen - het meest naar voren geschoven: de combinatie van zijn uiterlijk - geheimzinnig maar ook vertrouwenwekkend - en de toon in zijn boeken - angstaanjagend maar ook herkenbaar en grappig - spreekt veel kinderen erg tot de verbeelding.

Kinderen spelen zelf ook de hoofdrol in zijn verhalen, die teruggrijpen op traditionele griezelmotieven: weerwolven, vampiers en mythologische figuren duiken in allerlei gedaanten op. Zo heeft de Griekse oppergod Zeus, een van de hoofdrolspelers in 'Lyc-drop', in deze tijd een heavy-metalpak aan, en fungeert de song 'Stairway to heaven' van Led Zeppelin als leitmotiv. En wat ook belangrijk is: er valt veel te grinniken bij Van Loon. Niet voor niets wordt hij de uitvinder van de 'Grumor' genoemd.

Van Loon, van oorsprong illustrator, houdt zich niet bezig met uitputtende verklaringen voor de populariteit van het genre bij kinderen. “Ik denk dat kinderen altijd van spannende, geheimzinnige, griezelige boeken hebben gehouden, net zoals spookhuizen het op de kermis ook altijd erg goed doen. Een plezierige huivering opzoeken, dat vinden kinderen leuk. Maar er verscheen nooit zoveel op dat gebied. En voor mezelf schrijf ik wat ik leuk vind: een spannend verhaal waar vaart in zit, ik wil mezelf niet vervelen als ik zit te schrijven.”

Griezelverhalen voor kinderen zijn er altijd al geweest, maar dan vooral in de mondelinge overlevering. “Sinds mensenheugenis hebben ouders en opvoeders gebruik gemaakt van heksen, boemannen en spoken om hun argumenten kracht bij te zetten”, schrijft Dennis Schouten in zijn bibliografie 'Duivelse boeken, twee eeuwen griezelliteratuur in de Lage Landen', die onlangs bij de Stichting Bibliographica Neerlandica verscheen.

Toch viel er, behalve in sprookjesboeken, niet veel te griezelen voor kinderen. Dat kwam pas rond de eeuwwisseling, met de opkomst van het avonturenboek. In de jaren twintig en dertig deed het 'spookverhaal' zijn intrede. Schouten wijst er echter op dat het ook hier nog vrijwel altijd ging om detectiveverhalen, waarin angstaanjagende bovennatuurlijke fenomenen als lichtschijnsels, vreemde geluiden en duistere gedaanten een dekmantel blijken voor misdadigers. “Gezonde Hollandse jongens en meisjes geloofden niet in die onzin. Nuchter speurwerk en stoutmoedig optreden leidden tot de ontmaskering van de 'spoken', die meestal smokkelaars, dieven of valsemunters bleken te zijn”, schrijft hij. “De verhalen hebben een sterk rationaliserend en moraliserend karakter: spoken en geesten bestaan niet en het (menselijke) kwaad wordt bestraft.”

Eind jaren zeventig volgt de ommekeer: jeugdliteratuur wordt minder opvoedkundig en moraliserend, boeken voor kinderen mogen ook 'gewoon' eng zijn. Met name Roald Dahl en Anthony Horowitz spelen hierin een belangrijke rol: de combinatie 'griezelen' en 'humor' slaat bij kinderen erg aan. Griezelen wordt door opvoeders en psychologen nu eerder beschouwd als een middel dat kinderen kan helpen hun eigen angsten te overwinnen.

In het uitdijende aanbod aan enge boeken worden steeds meer taboes doorbroken: De 'Kippevel'-reeks van Kluijtman (uit het Amerikaans vertaald) zou je gerust een soort 'pulp' voor kinderen kunnen noemen: in de verhalen van R. L. Stine en J. R. Black gaat het er niet bepaald zachtzinnig aan toe. Het bloed vloeit welig - wat bij Van Loon bijvoorbeeld niet gebeurt -, vampiers, weerwolven en afzichtelijke monsters bevolken de pagina's. “De normen voor wat kan en wat niet kan in kinderboeken verschuift absoluut”, zegt Schouten, werkzaam bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. “Mijn oudste zoon van tien, die vindt een hoop dingen niet zo schokkend meer. Kinderen zijn tegenwoordig heel wat gewend, met name door de invloed van televisie. Bovendien werkt het bij kinderen vaak anders dan je kunt voorspellen: de dood van een poesje is bijvoorbeeld veel erger en angstaanjagender dan een vampier die iemand de keel afbijt. Als geweld op tv te herkenbaar is, kan het tot een zekere gewenning kan leiden. Dat is zorgwekkend. Maar de meeste griezelboeken gaan over zaken die heel ver van - of moet ik zeggen onder? - je bed liggen. Kinderen weten dat onderscheid heel goed te maken.”

Zelf is Van Loon er ook van overtuigd dat het onderscheidingsvermogen van kinderen niet onderschat moet worden: ze weten heus dat het allemaal niet echt is, terwijl het daarnaast juist de herkenbaarheid van de verhalen is die zo tot de verbeelding spreekt. In 'Lyc-drop' is het eten van drop en tv-kijken levensgevaarlijk, terwijl de ouders van de hoofdpersonen een gruwelijke transformatie ondergaan: alles wat vertrouwd en veilig is in een kinderleven wordt unheimlich. Van Loon: “Die herkenbaarheid moet er juist in zitten. Dat schrijven kinderen ook aan mij over de Griezelbus-boeken: dat het zo is geschreven dat ze het zélf zouden kunnen beleven. Met een verhaal dat zich op Mars afspeelt heb je dat niet.”

In zijn bibliografie situeert Schouten het begin van de griezelstroomversnelling bij de 'Zoeklicht'-reeks van Zwijsen: een serie boekjes om kinderen met leesproblemen door makkelijk geschreven, maar spannende verhalen aan het lezen te krijgen. De reeks sloeg enorm aan, en zeker niet alleen bij kinderen met leesmoeilijkheden. Is het 'spannende' of het 'griezelige' boek het wondermiddel dat de erfgenamen van het televisie- en computertijdperk nog enigszins aan het lezen kan houden? Schouten: “Het is inderdaad het enige genre dat kan concurreren met de verlokkingen van deze tijd. Als deze hype, want dat is het denk ik wel, voorbij is, is het laatste redmiddel misschien uitgewerkt. Het typische is dat het griezelgenre van de kritiek nog steeds niet de volle waardering heeft gekregen. De griffels en de penselen gaan nog steeds naar Sjoerd Kuijper en Max Velthuijs, Paul van Loon heeft nog nooit een prijs gehad. Maar zijn boeken zetten kinderen wel aan tot lezen, dat is het belangrijkste. Zo redeneer ik ook bij mijn eigen kinderen: de bezigheid van het lezen vind ik altijd nog belangrijker dan de inhoud.”

Hoe groot de hausse ook lijkt, volgens Schouten is er nog steeds geen sprake van een 'traditie' van griezelschrijvers in Nederland. “In feite is het één uitgever, Zwijsen-Elzenga, die dat clubje schrijvers van het griezelgenootschap bij elkaar heeft gezet en de 'markt' zo intensief bespeelt. Daarbuiten gebeurt er niet zoveel. Ja, Paul Biegel heeft wel eens een eng boek geschreven, en Mensje van Keulen ook, maar dan heb je het zo'n beetje gehad. Voor volwassenen is dat niet veel anders. Het heeft ook te maken met de aard van het genre: griezelen heeft misschien toch een te beperkte spanningsboog, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de historische jeugdroman. In Nederland was nog nooit een boek over vampiers geschreven, dat dat nu gebeurt is echt nieuw. Voor kinderen is dat in eerste instantie een hele wereld om te ontdekken. Maar of dat over een paar jaar nog steeds zo is, is zeer de vraag. Het zou ook kunnen dat verschillende genres zich steeds meer zullen vermengen, een verschuiving die je bij volwassenenliteratuur ook ziet. Denk aan 'American Psycho' van Brett Easton-Ellis. Dat is in feite horror, maar wordt als 'normale' literatuur behandeld. Je ziet het bij de jeugd al bij Horowitz, die in 'Kernenergie voor de duivel' het griezelen vermengt met milieuproblematiek.”

Daarnaast heeft het ontbreken van een echte griezeltraditie in Nederland volgens Schouten met onze cultuur te maken. “Wij houden nu eenmaal niet zo van dat buitensporige en buitenissige, net zoals de Sturm und Drang in de vorige eeuw ook aan Nederland voorbij is gegaan. Het heeft zeker met het calvinisme in onze cultuur te maken: een verhaal hoeft niet per se goed af te lopen, maar moet uiteindelijk altijd verklaard kunnen worden vanuit de mens en zijn zwakheden.”

Na de chaotisch verlopen middag bij de Oliemeulen zijn ze bij Elzenga in ieder geval goed voorbereid op de komende Kinderboekenweek, waarin Paul van Loon (“na afloop kunnen ze me waarschijnlijk wegdragen”) dagelijks op twee, drie verschillende plekken boeken zal signeren. De betreffende boekhandels hebben allemaal een brief gekregen waarin staat dat men zich moeten voorbereiden op een enorme toeloop. “Popsterrentoestanden” verwoordt Charlotte Wilmink van Elzenga de cultus rond Van Loon. “Er staat ook in de brief dat Paul écht op tijd weer moet vertrekken en dus waarschijnlijk niet iedereen een handtekening zal bemachtigen. Daarom nemen we ook maar gesigneerde foto's van hem mee. Dan hebben we tenminste nog iets achter de hand.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden