Groter, zwaarder, sneller: daar is de ’vetzuchtauto’

Red het klimaat, rij zuinig. Maar hoe moet dat, met auto’s die steeds meer brandstof verbruiken, en een industrie die liever snufjes biedt dan zuinigheid?

De EU stelt regels aan etiketten op potjes pindakaas. Maar het brandstofverbruik van auto’s, dat is vrij. De auto-industrie mag auto’s maken die 1 op 4 lopen. Als ik dat wil, kan ik een brief gaan posten in een 3-tons Hummer die per kilometer 500 gram CO2 uitstoot.

Deze week ging de AutoRai 2007 open. Het was opnieuw een manifestatie van de American lifestyle, met steeds grotere auto’s. De ’groene’ AutoRAI 2007 telt een recordaantal 12-cylinders, SUV’s, MPV’s en middenklassers met minstens 200 pk. Op de beurs, geopend door autofanaat Balkenende, staat ook een recordaantal ’milieuauto’s’ – maar die zijn niet te koop.

Het is nogal een contrast met het ’duurzaam consumeren’ uit het regeerakkoord. De valkuil is dat het kabinet alle kaarten zet op technologie. Ook de auto-industrie zelf mikt op dure hightech oplossingen, zoals de brandstofcel, die pas na 2020 productierijp lijken. Daar heb ik nu niets aan om mijn uitstoot te verminderen. Door de techniek zijn alle auto’s zuiniger geworden, maar gemiddeld blijft het verbruik 1 op 12 bij benzine. De huidige ’vetzuchtauto’s’ zijn nauwelijks zuiniger dan de auto van mijn vader.

Hoe kan dat? Alle auto’s worden bij elke modelwisseling groter, zwaarder en sneller. De techniek is aangewend om meer ruimte, comfort en prestaties te bieden. Niet veiligheidseisen – een populair misverstand – maar vooral grotere carrosserieën, comfortsnufjes en sterkere motoren voegen kilo’s toe. De huidige Golf-klasse is sneller en zwaarder dan de veiligheidskampioenen SAAB 900 en Volvo 740 uit 1986. De Polo-klasse weegt intussen evenveel als de onverwoestbare Volvo Amazone! Gewone auto’s krijgen racemotoren, terwijl Erik Carlsson met 60 pk de zwaarste rally’s won.

Deze trend is geen natuurverschijnsel maar gevolg van het auto-industriële-culturele complex, dat ons in egostrelende turbotaal een paradijs voorspiegelt: méér is beter!

Willen de EU en kabinet hun ambitieuze CO2-doelen halen dan moeten zij deze trend radicaal ombuigen. Dat kunnen autofabrikanten, gevangen in keiharde concurrentie, zelf niet; alleen wetgeving kan dat. In 1991 kreeg Nederland alle Europese verkeersministers mee voor zo’n trendbreuk; daar is niets mee gedaan. Downsizing is de meest kosteneffectieve manier om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Maar daar verdienen autofabrikanten niet aan. Alle duurzaamheidsclaims van autofabrikanten zijn ongeloofwaardig zolang ze ons vetzuchtauto’s blijven opdringen. Trouwens, ook groene auto’s kunnen extra vervuilend en onzuinig zijn als je hun power benut.

Alleen wie ’het nieuwe rijden’ toepast, haalt de Europese brandstofnorm. De automobilist kan in één ochtend leren om 40 procent minder schadelijke stoffen uit te stoten en 10 procent brandstof te te besparen.

Er is nog veel meer te bedenken dat zou helpen: een lagere aanschafbelasting op kleinere auto’s, een kilometerheffing die de eerste vijf kilometers, na de ’koude start’, dubbel belast.

De nieuwe milieuminister Cramer en verkeersminister Eurlings hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden: in 1989 (!) is er al een Nationaal Milieubeleidsplan gemaakt en een ’Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer’, door hun VVD-voorgangers Nijpels en Kroes. Daar staat alles in wat nodig is om energie te besparen en gedrag te veranderen. Het is harder nodig dan ooit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden