Grote wilde dieren worden in Nederland slechter beschermd dan elders

Een kudde Konikpaarden drinkt water in het natuurgebied Oostvaardersplassen. Beeld ANP

Nederland scoort heel slecht op een nieuwe wereldwijde index voor de bescherming van grote wilde dieren. Drie Afrikaanse landen voeren de lijst aan, Nederland zit bij de hekkensluiters. 

En dat komt niet alleen doordat Nederland een klein en dichtbevolkt land is, maar ook door gebrek aan ambitie en inzet, zegt de Wageningse associate professor Patrick A. Jansen.

“Het is niet gek dat Botswana met zijn savannes bovenaan staat. Maar het is toch niet fraai dat Nederland onderaan hangt”, concludeert Jansen op basis van de Megafauna Conservation Index MCI. Deze nieuwe scorelijst van de bescherming van wilde dieren is ontwikkeld door wetenschappers en gepubliceerd in het tijdschrift ‘Global Ecology and Conservation’, een academische titel van Elsevier die goed staat aangeschreven in de wereld van ecologen.

Ranglijst 152 landen

De wetenschappers hebben een ranglijst gemaakt van 152 landen. De grens voor de kwalificatie 'groot wild dier' hebben ze gelegd bij alle vleeseters boven de 15 kilo, en alle planteneters van meer dan 100 kilo. Neushoorns, olifanten, giraffes, orang oetangs, wilde ezels, leeuwen, tijgers, edelherten, wisenten, wolven, lynxen: ze tellen allemaal mee.

De oppervlakte van het gebied waarin zij leven, is voor de samenstellers van de index één van de criteria waarop ze de landen hebben beoordeeld. Ze hebben ook gekeken naar de oppervlakte aan beschermd natuurgebied, en naar het budget dat de landen uittrekken voor natuurbescherming, in eigen land of elders.

Botswana, Namibië en Tanzania voeren de lijst aan, ook een aantal andere landen in het zuidwesten van Afrika doet het bovengemiddeld goed – met uitzondering overigens van Zuid-Afrika. Qua continent zit Noord-Amerika in de top. Negentig procent van de landen daar staat bovenaan de lijst, in Afrika doet 70 procent het goed.

Azië en Europa komen daar ver achteraan, met gemiddelden van een kwart van de landen dat bovengemiddeld scoort (Azië) en ruim twintig procent in Europa.

Het slechtst presteren de ministaatjes San Marino, Liechtenstein en Andorra en een aantal Arabische landen. In Europa staat Nederland in de onderste regionen. Niet alleen in Europa, ook op de totale wereldranglijst bungelt Nederland ook onderaan.

Deels is de verklaring makkelijk: Nederland is klein en dichtbevolkt. Maar dat is volgens Patrick Jansen beslist niet het hele verhaal. “Grote wilde dieren, dat is echt niet alleen iets van Afrika.”

Grote vleeseters

Grote vleeseters heeft Nederland niet, dat kost punten. Wel komt er af en toe een wolf over de grens, er is al eens een goudjakhals gesignaleerd en ook de komst van de lynx is volgens Jansen slechts een kwestie van tijd – op verschillende plekken in Duitsland – dat bovengemiddeld scoort trouwens  is die al geherintroduceerd. “We hebben deze wilde dieren hier nu niet omdat ze in een ver verleden zijn uitgeroeid”, zegt Jansen. “Maar als Nederland dat echt zou willen, konden ze ook hier worden teruggebracht, en dat levert punten op.”

Met de herbivoren, de planteneters, gaat het ietsje beter. Wilde paarden en de wilde koeien zijn uitgestorven, maar daarvoor in de plaats heeft Nederland wel konikpaarden en heckrunderen. De Oostvaardersplassen zitten er vol mee, ook elders in Nederland lopen ze volop rond, in uiterwaarden, in duingebieden. “Halfwilde koeien en paarden zijn hier goed ingeburgerd. Daarin loopt Nederland voorop”, complimenteert Jansen. Maar voor de megafauna-index heeft ons land er niets aan: daarvoor tellen alleen wilde soorten mee, niet gedomesticeerde afstammelingen.

(Verhaal loopt door onder de tabel)

Wat herbivoren betreft moet Nederland het dus hebben van het edelhert en van de wisent. De laatste leeft in kleinere gebieden bij Zandvoort, Maashorst en op de Veluwe. Ook het edelhert is beperkt tot enkele gebieden, zoals de Veluwe en de Oostvaardersplassen. Buiten de omheining van die beschermde natuurgebieden worden ze afgeschoten. Dat het totale oppervlak voor deze dieren zo beperkt is, helpt voor de index ook niet. Desalniettemin zegt Jansen dat Nederland met de bescherming van de plantenetende wilde dieren vrij succesvol is. “De enige grote planteneter die ontbreekt is de eland”.

De magere totaalscore op de index bij de wilde dieren kan gecompenseerd worden door een groter deel van het totale binnenlandse budget uit te geven aan natuurbescherming, in eigen land of in het buitenland. “Maar ook dat doet Nederland niet”, zegt de Wageningse bioloog. “Nederland besteedt relatief weinig aan natuurbescherming.” De schuld daarvan legt hij bij CDA-staatssecretaris Henk Bleker, die het natuurbudget in het gedoogkabinet van CDA, VVD en PVV fors verlaagde. Het VVD-PvdA-kabinet van de afgelopen periode heeft dat bedrag weer omhoog getrokken, maar naar Jansens oordeel blijft het relatief weinig. Ook daarom scoort Nederland laag.

Ruimte voor lynxen

Meer geld voor natuurbescherming is de makkelijkste manier voor Nederland om uit de onderste regionen van de internationale megafauna-index omhoog te klimmen. Ook zouden natuurgebieden groter moeten worden, en daarbinnen zouden er volgens Jansen kernen kunnen komen waarin de hoogste graad van bescherming geldt. Door die ingrepen zou er meer leefgebied zijn voor edelherten, kan de wisent op grotere schaal worden uitgezet en komt er ruimte voor elanden, wolven en lynxen.

Jansen hoopt persoonlijk dat de onderhandelaars over een nieuw kabinet de lage score ter harte nemen. Dan zou Nederland precies doen wat de makers van de index beogen: dat publicatie van de ranglijst landen aanspoort maatregelen te nemen die hen van hun beschamende positie verlossen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden