Grote talenten ontbreken in nationaal orgelconcours

Klassiek

Nationaal Improvisatieconcours 2007. Orgelpark Amsterdam, zaterdag 10 november.

Organist Dennis Vallenduuk heeft het vierde Nationaal Improvisatieconcours gewonnen. Naast een geldprijs kreeg hij een gegarandeerde plaats in het Internationaal Orgelimprovisatieconcours Haarlem 2008.

De nationale en internationale improvisatiewedstrijden staan organisatorisch los van elkaar, maar hebben inhoudelijk veel gemeen. In tegenstelling tot ’Haarlem’ kent het Nationale Improvisatieconcours geen vaste standplaats.

Mogelijk wordt dat vanaf nu het Orgelpark bij het Amsterdamse Vondelpark, een ideale locatie voor zo’n wedstrijd. Er staan drie fraaie en onderling sterk verschillende orgels. Opgave voor de deelnemers was twee improvisaties te leveren op twee gegeven thema’s. Verplicht was dat één ervan gedaan werd op het Sauer-orgel en de tweede op één van de andere orgels.

Bij de prijsuitreiking vertelde jurylid Klaas Hoek het publiek, dat hij en zijn collega’s Jan Raas en Sietze de Vries ervaren hadden dat kandidaten die in de eerste ronde goed scoorden in de tweede ronde tegenvielen en andersom. Dat was zeker het geval bij Dennis Vallenduuk, mijn favoriet in de eerste ronde. Daarin was hij de enige die het laatromantische Sauer-orgel idiomatisch verreweg het beste liet klinken, waarbij hij tevens de nodige originaliteit aan de dag legde.

Op het neobarokke Van Leeuwen-orgel liet Vallenduuk een totaal andere manier van spelen horen, die andermaal uitstekend aansloot bij het instrument. Opmerkelijk was dat Vallenduuk in zijn eerste improvisatie een prachtig doorlopend symfonisch gedicht construeerde, terwijl zijn overwegend quasi polyfone frases in de tweede improvisatie nogal brokkelig en daardoor langdradig klonken.

Orgelimprovisatie is een kunst waar Nederland beroemd om is. Toch blijkt al enkele jaren in de Haarlemse wedstrijd dat de allround en werkelijk originele improvisatoren in ons land zeldzaam zijn geworden. Veelzeggend is dat zich voor het nationale concours slechts zes deelnemers hadden aangemeld. Na een voorselectie gebaseerd op bandopnamen waren dat naast Vallenduuk Wilbert Berendze, Masato Suzuki en Harmen Trimp.

Voor alle vier gold dat ze erg op safe speelden en nauwelijks het avontuur opzochten. Vooral het eerste verplichte thema had veel meer kunnen opleveren. In plaats van een muzikaal thema was dit een Dada-gedicht van Kurt Schwitters, getiteld „Zwölf”. Het gedichtje, dat de kandidaten een half uur voor hun optreden kregen, bestaat louter uit getallen. Met name Wilbert Berendze interpreteerde die op zeer herkenbar wijze als maatwisselingen. Zijn creatie had daardoor iets dansants, maar miste allure. In zijn tweede prestatie op een thema van Theo Brandmüller wist hij een fraaie, impressionistische sfeer op te roepen met herinneringen aan muziek van Vierne en Dupré. De middensectie kende helaas zeer weinig muzikale spankracht.

Masato Suzuki bleek een intelligente musicus die zich voorbeeldig in speelduur wist te beperken, ’op de vierkante centimeter’ musicerend fraaie vondsten had, maar nog niet in staat was ideeën verder uit te werken. Daar was Harmen Trimp beter in, maar zijn spel bleef te voorzichtig en zoekend.

Dat beide thema’s tot hogere improvisatiekunst kunnen leiden lieten Klaas Hoek, Jan Raas en Sietze de Vries ten slotte horen in een juryconcertje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden