Grote steden verzuipen in de fietsen

Amsterdam is de meest fietsvriendelijke stad van de wereld, stelt het gemeentebestuur, en dat moet zo blijven. Beeld anp
Amsterdam is de meest fietsvriendelijke stad van de wereld, stelt het gemeentebestuur, en dat moet zo blijven.Beeld anp

Bewoners van grote steden laten vaker de auto staan en pakken de fiets. Maar dat goede nieuws heeft een keerzijde: overvolle fietspaden en chaos in winkelstraten en bij stations.

Twee pubers fietsen op hun elfendertigst naar de binnenstad, kletsend en lachend. Een man met een koffertje op z'n bagagedrager komt hen achterop. Hij heeft haast, maar voor inhalen is het fietspad te smal. Hij belt. Een van de jongens kijkt achterom, maar vertrekt geen spier. De man wurmt zich erlangs, geërgerd. Bijna schampt hij een auto op de parkeerstrook links van het fietspad.

Zomaar een doordeweekse ochtend in de Kinkerstraat, een volkse winkelstraat in Amsterdam-Oud-West. Dit is een van de drukkere fietsroutes van Amsterdam, 's ochtends vooral van het westen naar de binnenstad, aan het eind van de middag de andere kant op. In de spits rijdt hier om de vijf seconden minstens één fietser voorbij.

Op een kruispunt verderop springt het stoplicht op groen en de fietsersstroom komt op gang. 'Ff w888, groen komt zo', staat er op het asfalt van het fietspad langs de Bilderdijkstraat, die hier de Kinkerstraat kruist. Maar een jongen op een scooter heeft daar geen boodschap aan; hij wipt over de stoeprand langs de wachtende fietsers, slaat rechtsaf en voegt zich in de stroom op de Kinkerstraat. Een van die fietsers moet om de scooter te ontwijken een zwiep naar links maken, over de tramrails, maar het gaat net goed.

Nog weer een paar honderd meter verder, opnieuw een stoplicht op rood. Een van de wachtende auto's probeert de tramrails vrij te houden en gaat daarom zo dicht bij de geparkeerde auto's staan dat fietsers er niet meer tussendoor kunnen. Sommigen wachten gelaten af, anderen glippen tussen de geparkeerde auto's door de stoep op. Een scooter slingert de andere kant op, over de tramrails, vol gas naar het stoplicht.

'Stinken, maken lawaai en suizen langs je'
"Ja, die scooters", zucht Eric Wiebes, wethouder verkeer van Amsterdam. Hij doelt vooral op de snorfietsen. Die mogen niet harder dan 25 kilometer per uur en horen daarom thuis op het fietspad; de berijders hoeven geen helm op. "Ze houden zich aan geen enkele regel, ze rijden bijna altijd te hard. Gevaarlijk zijn ze vooral voor zichzelf, ze veroorzaken weinig ongelukken met fietsers. Maar ze zijn hinderlijk. Ze stinken, ze maken lawaai en ze suizen vlak langs je."

En hun aantal groeit, waardoor de toch al overvolle fietspaden in Amsterdam nog drukker worden. Dat bezorgt Wiebes kopzorgen. Die scooters dan maar op de rijbaan tussen de auto's laten rijden, is geen oplossing. "Dat kost honderd tot tweehonderd zware ongevallen per jaar, dat wil het stadsbestuur niet", zegt hij. Daarom mikt hij op strengere handhaving van de verkeersregels. "Dan moeten ook de boetes omhoog."

Dat is belangrijk, stelt Wiebes, al was het maar om het fietsen aantrekkelijk te houden. "Straks zeggen nieuwe Amsterdammers: 'Fietsen? Bekijk het maar, ik neem de scooter.' En dan zijn we ver van huis."

Want de fiets, dáár draait het om in de hoofdstad. Amsterdam is de meest fietsvriendelijke stad van de wereld, stelt het gemeentebestuur, en dat moet zo blijven. Per dag fietsen Amsterdammers twee miljoen kilometers, ruim 40 procent meer dan twintig jaar geleden. Dat is een zegen voor de stad, want als al die extra fietskilometers per auto werden afgelegd, had de stad nu 20 miljoen euro per jaar extra moeten uitgeven aan wegen en straten en nog eens 50 miljoen aan maatregelen om de luchtkwaliteit op peil te houden.

Maar de spectaculaire opmars van de fiets heeft een keerzijde. Net als in andere grote steden zijn in Amsterdam veel fietsstroken en -paden te smal voor die enorme stroom fietsers. In de spits ontstaan soms zelfs kleine opstoppingen. Op veel plaatsen - met het gebied rond het Centraal Station voorop - is te weinig plek om al die fietsen te stallen. Met plannen die tot 2020 bijna 120 miljoen euro kosten, wil de stad het tij keren. "Een idioot bedrag", zegt Wiebes. "Maar gerechtvaardigd. Investeren in de fiets levert meer op dan investeren in andere soorten van vervoer."

"De fiets dreigt aan zijn eigen succes ten onder te gaan", zegt voorzitter Jeanine van Pinxteren van stadsdeel Centrum, waar de problemen het nijpendst zijn. Het aantal auto's dat de binnenstad dagelijks in- en uitrijdt is in twee decennia met een derde verminderd, maar het aantal fietsers is in diezelfde tijd verdubbeld, en veel straten in het centrum zijn te smal om alle verschillende soorten verkeer aan te kunnen.

'Auto's te gast'
De stadsdeelraad spreekt daarom morgen over een plan waarin de voetganger voorrang krijgt en de fietser op plek twee komt. "Auto's zijn voortaan te gast", zegt Van Pinxteren. Als zij haar zin krijgt, wordt op meer straten dertig kilometer per uur de maximumsnelheid en kunnen auto's in de toekomst niet overal rechtstreeks van de ene kant van het centrum naar de andere doorsteken. "De binnenstad blijft bereikbaar. Maar automobilisten zullen soms moeten omrijden."

Is dat de beste methode om ruimte te scheppen voor de fietser? Daarover zal Van Pinxteren (GroenLinks) nog in discussie moeten met het gemeentebestuur, want Wiebes (VVD) heeft iets anders in gedachten. "Kijk hier nu eens uit het raam", zegt hij vanuit zijn werkkamer op de vijfde verdieping van het stadhuis. "Hoeveel auto's zie je rijden? Drie, vier? Je ziet vooral geparkéérde auto's."

Win ruimte, niet door het autoverkeer te hinderen, bedoelt Wiebes te zeggen, maar door het parkeren aan te pakken. Overdag staan de parkeergarages vol met bezoekers van buiten de stad, 's avonds en 's nachts staan duizenden plekken in die garages leeg. "Ik wil auto's niet verjagen, ik wil ze verstoppen. Benut die lege plekken in de parkeergarages, dan schep je ruimte, ook voor fietsers en voetgangers."

Maar goed, vervolgt Wiebes relativerend, de drukte in het verkeer is vooralsnog niet het grootste probleem op fietsgebied. "Een stad die succesvol is, is dat meestal omdát ze druk is." Wat dan wel het grootste probleem is? "Het fietsparkeren. Dat begint echt drempels op te werpen voor de bereikbaarheid."

"De fiets dreigt aan zijn eigen succes ten onder te gaan."Beeld anp

Plekje zoeken
Hoe dat probleem eruitziet, is goed te zien rond het Centraal Station. Aan de voorkant staat een heuse fietsflat, een bezienswaardigheid voor buitenlandse toeristen, maar vaak een ergernis voor fietsende Amsterdammers, want niet zelden vol. Verderop, aan de Oudezijds Kolk, het dichtstbijzijnde oude grachtje, staat over een paar honderd meter het hekwerk langs het water vol met fietsen. Een fietser rijdt het hele grachtje af en keert om. Dan maar een plekje zoeken nog verder van het station.

Aan de achterkant van het station ligt onder meer een oude pont in het IJ. Ook zo goed als vol. 'Fietsen die buiten de rekken staan, worden verwijderd', staat er op een bordje. Dat weerhoudt mensen er niet van hun fiets zomaar tussen twee andere te schuiven. Ook tegen de balustrade met het bordje 'hier geen fietsen plaatsen' staan er een paar. Een fietser die de zijne er gewoon maar tegenaan zet en daarop aangesproken wordt, haalt chagrijnig zijn schouders op. "Ik moet 'em toch érgens kwijt!?"

Zo'n 9.000 fietsparkeerplekken zijn er nu rond het Centraal Station, en dat is bij lange na niet genoeg. De gemeente gaat ervan uit dat er in 2020 zeker 14.000 en misschien wel 20.000 plekken nodig zijn. Waar die moeten komen, is nog niet duidelijk. Liefst binnen 150 meter lopen van het station, zegt Wiebes, want verder weg, dat pikt de gemiddelde fietser niet. "Als ik Amsterdammers vertel dat ze verder moeten lopen, hebben ze waarschijnlijk de rest van de dag nodig om af te koelen."

Dat is een serieus probleem, voegt de wethouder eraan toe, want als fietsen naar het station onaantrekkelijk wordt omdat het te veel tijd kost om je fiets te stallen, kiest de reiziger uiteindelijk misschien voor een ander vervoermiddel. Maar de auto neemt te veel ruimte in beslag en openbaar vervoer kost de gemeente veel geld. "Fietsparkeren is dus allang niet meer een probleem omdat al die fietsen er zo rommelig uitzien", zegt Wiebes. "Het is een bereikbaarheidsprobleem geworden."

Nooduitgangen Leidseplein geblokkeerd
En dat is dan alleen nog maar het Centraal Station. Ook wie van het station naar de Dam loopt, struikelt soms bijna over de fietsen. En op uitgaansavonden staat ook het Leidseplein er vol mee - ook de nooduitgangen van cafés en discotheken zijn vaak geblokkeerd door fietsen.

"Fietsen op de stoep parkeren is niet strafbaar", zegt Jeanine van Pinxteren van stadsdeel Centrum, "behalve als ze hinder opleveren. Maar de regels handhaven, kan pas goed als er genoeg parkeerplekken zijn. En die zijn er nu gewoon niet."

Het stadsdeel heeft zijn zinnen gezet op een fietsparkeergarage onder het Beursplein. Daarnaast wil het voortaan bij de vestiging van bijvoorbeeld bioscopen of theaters of andere bedrijven die veel publiek trekken, eisen dat die zelf zorgen voor inpandige fietsparkeerplekken.

"We moeten fietsers ook opvoeden", zegt Van Pinxteren. "Als iemand een avond uitgaat, wil hij z'n fiets vaak nog wel een paar honderd meter verderop neerzetten. Maar wie even een winkel in loopt, gaat ervan uit dat-ie z'n fiets voor de deur kwijt kan. En dat kan vaak niet. Dat besef moeten we fietsers bijbrengen."

Wie weet kunnen we fietsers ook verleiden, zegt ze. "Neem het Leidseplein. Als je daar een fietsparkeergarage aanlegt mét een wc en spiegels, dan kunnen de jongedames en -heren zorgen dat ze er piekfijn uitzien voordat ze uitgaan. Dan zetten ze hun fiets misschien daar neer, in plaats van op het plein."

Een zaterdagochtend in de Pijp. Over bijna de volle breedte van de stoep voor de Hema in de Ferdinand Bolstraat staan fietsen. Tegen de etalageruit, tegen de paal van een verkeersbord op de hoek, en daartussen gewoon los op de standaard. Om de hoek is een parkeervak voor fietsen - vol.

Even verderop in de zijstraat is een enkel plekje te vinden in een fietsrek. Maar dat is al gauw dertig meter lopen, en dat is kennelijk te ver voor mensen die even snel de Hema in willen.

Voetgangers wringen zich langs de fietsen. Een vrouw met een rollator kan er niet langs, ze schuifelt voetje voor voetje het fietspad op. Tot ergernis van een fietser met haast, die luid bellend zijn ongenoegen uit. De dame kijkt niet op of om. "Rotfietsers", mompelt ze voor zich uit.

Fietsersbond: te veel ongelukken
Heel goed dat de gemeente de fiets zo'n belangrijke plek in de stad toekent, vindt de afdeling Amsterdam van de Fietsersbond. "Want de fiets zit in de lift, maar de infrastructuur houdt die groei niet bij", zegt beleidsmedewerker Gerrit Faber. Maar de gemeente zou nog duidelijker keuzes kunnen maken.

Neem het parkeren, zegt Fabers collega Michel Post. "In de oudere wijken van de stad groeit het autobezit, maar het gebruik neemt af. Die geparkeerde auto's staan daar maar, en dat is zonde van de ruimte. Op de plek van één auto kunnen tien tot twaalf fietsen staan."

Ook wil de Fietsersbond dat op meer straten de maximumsnelheid van vijftig naar dertig kilometer per uur gaat. Dat is veiliger, ook al omdat snorfietsen dan op de rijbaan voor auto's kunnen in plaats van op het vaak overvolle fietspad. Op vijftigkilometerstraten wil de gemeente dat niet, omdat het verschil in snelheid tussen snorfiets (officieel 25 kilometer per uur) en auto dan te groot is, en dat levert ongelukken op. "Ook op de fietspaden gebeuren ongelukken tussen scooters en fietsen", zegt Faber. "Volgens de gemeente valt dat mee. Maar veel wat kleinere ongelukken worden gewoon niet geregistreerd."

Nog zo'n kanttekening van de Fietsersbond: uitstekend dat de gemeente meer fietsparkeerplekken wil, en ook goed dat ze 'weesfietsen' weghaalt. Deze fietsen, ooit achtergelaten en door niemand meer gebruikt, nemen 10 procent van de parkeerplekken in beslag. "Knip ze los en haal ze weg", zegt Faber. "Net als verkeerd geparkeerde fietsen. Maar fietsen worden te vaak als rommel gezien, die niet thuis hoort in de historische binnenstad. Daar kun je ook anders tegenaan kijken. Toeristen maken er foto's van als ze zo'n brug over de gracht vol fietsen zien. Het is een soort cultureel erfgoed."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden