GROTE PLEEGGEZINNEN

Er is altijd wel wat te doen in een groot gezin. Zeker in haar gezin met acht pleegkinderen. Veronika Jong is dan ook boos dat ze tijd en geld moet investeren in een gevecht tegen instanties, terwijl er manden vol was staan te wachten. Kinderen moeten van school gehaald en er zijn boodschappen te doen. En Jong is natuurlijk liever met de kinderen en haar pony's in het Limburgse Hunsel, dan dat ze weer naar Amsterdam moet afreizen voor een protest of een zitting voor de kinderrechter.

“Als ik dit overleef kan ik wel twintig kinderen aan”, zegt de 55-jarige pleegmoeder. “Maar ik weet tot waar mijn draagkracht reikt. Ik heb sinds een half jaar eigenlijk negen pleegkinderen tussen de vijf en zeventien jaar. Maar het meisje van dertien dat er het laatst is bijgekomen kan elk moment overgeplaatst worden. Want dat gaat niet. Zij is niet geschikt om in ons gezin te wonen. Ze is te zwaar beschadigd. Was ze maar eerder bij ons geplaatst.”

Veronika Jong vangt al ruim 25 jaar pleegkinderen op. Haar vier eigen kinderen zijn inmiddels volwassen en bieden waar het kan de helpende hand. Omdat Jong zag hoe goed de aanwezigheid van dieren werkte op de pleegkinderen die vaak al een lange weg in de hulpverlening achter de rug hadden, besloot ze tien jaar geleden op grotere schaal oude dieren, met name pony's te gaan verzorgen. Jong is nu beheerder van het Rusthuis voor oude pony's.

“Maar we hebben ook veel andere oude dieren. Dát zijn de therapeuten. De kinderen die hier komen zijn vaak heel getraumatiseerd. Ze zijn afgeknapt op mensen en vinden rust met de dieren. Iedere boer voelt aan hoe dat werkt. De Universiteit van Amsterdam gaat daar ook wetenschappelijk onderzoek naar verrichten.”

Ruim een jaar is Jong aan het steggelen met instanties om een officiële plaatsing te krijgen voor de twaalfjarige Abdellah die al die tijd al bij haar woont. Vijf internaten had de jongen bezocht voor zijn vader hem ten einde raad zelf bij Jong bracht.

Terwijl er jeugdhulpinstellingen zijn die pleegkinderen bij Jong blijven plaatsen, houdt de voogdij-instelling in Amsterdam, waar Abdellah onder valt, zich echter strikt aan het maximum van drie pleegkinderen per gezin. Ondanks een uitspraak van minister Sorgdrager die vorig jaar na vragen in de Tweede Kamer toelichtte dat het in de Wet op de jeugdhulverlening genoemde maximum een 'adviesrichtlijn' is waar van afgeweken kan worden. Het verblijf van Abdellah in Hunsel werd toen gedoogd.

Het stoort Veronika Jong vooral dat er slechts gekeken wordt naar de grootte van haar gezin en niet naar hoe het de kinderen vergaat. Afgelopen maandag stapte ze naar de kinderrechter om te proberen zelf een officiële plaatsing gedaan te krijgen. “Want anders kan hij hier ieder moment weggehaald worden. Zo'n onzekere situatie is pedagogisch niet aanvaardbaar.” De kinderrechter wil dat de partijen alsnog proberen overeenstemming te bereiken.

“Er is geen enkele instantie die mijn gezin aanvalt”, zegt Jong. “Niemand zegt dat het niet goed gaat. Integendeel, ik krijg compliment na compliment. Ik weet wat ik aan kan. Ik ken mijn gezin. Ik moet hier bijvoorbeeld niet nog een puber van vijftien tussen hebben. Als er zo'n verzoek komt - en er blijven verzoeken uit het hele land komen hoor, ik haal die kinderen echt niet van de markt - zeg ik nee. Ik ben geen neuroot. Ik vind het ook leuk om te gaan vissen, maar dit ligt kennelijk op mijn weg. En mijn grens ligt blijkbaar zo rond de acht kinderen.”

Christina Froon (42) heeft er tien. Vijf eigen kinderen tussen de zes en zeventien jaar en vijf pleegkinderen tussen de dertien en vijfentwintig. Maar de verhouding is ook wel eens anders geweest: twee eigen kinderen en acht pleegkinderen.

“Mijn grens ligt kennelijk rond de tien. Je bedenkt niet tevoren dat je een groot pleeggezin wil zijn. Het groeit. Je hebt er een, er komt een verzoek om een tweede op te vangen, dan een derde. Mijn man en ik werkten in die tijd beiden in een internaat. We wisten dus heel goed dat er kinderen zijn die er niet gedijen. Ze voelen zich er niet thuis of houden zich niet aan de regels. Tja, dan word je weggestuurd. Waarheen? In ons gezin zijn ook regels, als je je daar niet aan houdt proberen we het net zo lang tot het wel gaat.”

Froon is met Veronika Jong een van de oprichters van de Initiatiefgroep Groot Pleeggezin. Twintig pleegouders hebben zich inmiddels bij de initiatiefgroep aangesloten. De groep wil erkenning voor de meerwaarde die het groot pleeggezin kan hebben voor bepaalde kinderen en heeft het ministerie van VWS ook voorgesteld onderzoek te doen naar de specifieke kwaliteiten van een groot pleeggezin.

“Zo'n gezin kan een belangrijke plek innemen in de jeugdhulp”, zegt Froon. “Naast de internaten en de normale pleeggezinnen. In een groot gezin ben je nooit het enige pleegkind. Je voelt je dan niet zo bekeken. Het komt voor dat een aantal kinderen gaan samenspannen. Prima, als ze zo dat 'wij-gevoel' ontwikkelen. Dan is er meer kans dat ze wortel schieten. De pleegouders hebben vaak ook een jarenlange ervaring die nodig is bij sommige kinderen met een traumatisch verleden.”

Nieuwe pleeggezinnen verwachten vaak veel, denkt Froon. Dat kinderen zich snel hechten of aanpassen. De pleegkinderen staan altijd op de voorgrond. “Bij ons kan een kind zich eerder terugtrekken, als het even geen aandacht wil. Ik begrijp niet waarom instellingen zich zo strikt aan het maximum van drie pleegkinderen houden als ze zien dat er grote gezinnen zijn waar het gewoon goed gaat. Er is toch een schreeuwend tekort aan pleeggezinnen?”

Om die reden start de Federatie Pleegzorg (de landelijke koepel van pleegzorgvoorzieningen in Nederland) komende maandag een campagne om nieuwe pleeggezinnen te werven. René de Bot van de federatie aarzelt als hem wordt gevraagd wat hij vindt van het maximum van drie pleegkinderen.

“We zitten tussen controle en bewondering in”, zegt hij. “Er zijn mensen met een groot hart en een groot huis die voor kinderen zijn gaan zorgen. Doordat er steeds vaker een beroep op hen werd gedaan bleef het pleeggezin maar groeien. Daar is kennelijk een markt voor. Want het zijn vaak de kinderen die elders niet gedijen - onhandelbaar in een gezin, blijven weglopen uit tehuizen - die in die grote pleeggezinnen terecht komen. Ik ken een paar van die pleegouders. Het zijn wonderen van mensen als je ziet wat ze met die moeilijke kinderen bereiken.”

Maar tot hoe ver moet je gaan, vraagt De Bot zich af. Want meerdere 'moeilijke kinderen' bij elkaar vraagt nogal wat van de pleegouders. “In het verleden zag je wel eens misstanden, financiële problemen. We moeten de mensen ook wel tegen zichzelf beschermen, denk ik. Als pleegouder, en dat ben ik zelf ook, heb je rare kanten. Als er weer zo'n zielig kind op het politiebureau zit, wil je het graag helpen omdat het in nood is. En het doet je natuurlijk ook goed dat iedereen vindt dat je goed werk doet. Maar daarnaast is er de voogdij-instelling die verantwoordelijk blijft voor het kind.”

De voogdij-instellingen uit de verschillende regio's weten vaak niet van elkaar dat ze kinderen in hetzelfde gezin hebben geplaatst. Zo kan het gebeuren dat er meer dan drie kinderen officieel in één gezin zijn geplaatst. De grote pleeggezinnen dragen daar volgens De Bot ook toe bij. “Het zijn autonome gezinnen. Kleine ondernemers eigenlijk, met hun eigen bedoeninkje.”

“Hoezo tegen zichzelf in bescherming nemen?”, reageert Christina Froon. “Dat zijn argumenten van dertig jaar geleden. Men is bang dat ouders het om het geld doen. Nou, de onkostenvergoedingen voor pleegkinderen zijn nauwelijks kostendekkend. Men is bang dat er teveel kinderen in huis komen. Zeg, het is geen hobby. Ik ken mijn grenzen. Soms moet je nee verkopen of een kind wegsturen. Als het bijvoorbeeld te agressief is. Ik moet de andere kinderen beschermen. Degenen die er zijn, dáár moet ik voor zorgen. Degene die er bij komt, mag dat evenwicht niet verstoren.”

De Nederlandse vereniging voor pleeggezinnen (NVP) vindt dat ieder pleeggezin op zijn merites moet worden bekeken en spreekt zich niet uit over een optimale gezinsgrootte. Uit het geval van Abdellah blijkt, volgens Peter Zevenhuizen van de NVP, eens te meer dat pleegouders niet altijd als serieuze partij worden gehoord.

“We zijn natuurlijk gewone ouders, als ieder ander”, zegt hij. “We willen niet op de stoel van de deskundigen gaan zitten. Maar zeker de ervaren pleegouders hebben een goede kijk op het pleegkind. Want die brengt nu eenmaal de meeste tijd met ons door en niet met de gezinsvoogd die heel belangrijke beslissingen moet nemen in het leven van het kind.”

De NVP vindt dat er grote pleeggezinnen moeten bestaan. Vooral voor oudere kinderen blijkt het soms een uitkomst. Overigens moet het groot pleeggezin niet worden verward met de 'gezinshuizen', de huizen van jeugdinstellingen waar professionele opvoeders met hun eigen gezin wonen en daarnaast nog vier pleegkinderen verzorgen. Deze pleegouders zijn in dienst van de instelling.

“De ouders in grote pleeggezinnen hoeven geen beroepsopvoeders te zijn”, zegt Zevenhuizen, “maar moeten wel bijzondere pedagogische kwaliteiten hebben. Mijn ervaring is dat zij in de loop der jaren heel wat hebben opgebouwd. Juist omdat het pleeggezin geleidelijk aan is gegroeid. Ik ken ook ouders die zeiden: ik heb een groot huis, kom maar met vier of vijf kinderen. Dát mislukt.”

Christina Froon heeft er nooit over gedacht een gezinshuis te beginnen. “Mijn gezin hospitaliseren? Nee. Net als op een internaat kan het kind in een gezinshuis de zorg krijgen die er in de instelling voorhanden is. Niet wat het kínd nodig heeft. Soms is er niet veel aan de hand met een kind zelf, maar zijn het de sociale omstandigheden waardoor het niet bij zijn eigen ouders kan opgroeien. Als ik problemen zou hebben met een van mijn kinderen zou ik blij zijn als een ander gezin het even een plekje zou bieden.”

Gezocht: pleeggezinnen

De Federatie Pleegzorg start maandag een landelijke campagne om nieuwe pleeggezinnen te werven. Het aantal plaatsen is gedaald van 9 500 in 1990 tot ruim 8 000 in 1997. De federatie onderhoudt momenteel contacten met 6 000 pleegadressen. Niet ieder kind past bij elk willekeurig pleeggezin. Om voor ieder kind de beste keus te maken moet het bestand van de beschikbare pleeggezinnen minstens twee keer zo groot zijn, vindt de federatie. Vorig jaar waren er bijvoorbeeld 5 721 aanvragen voor een plaatsing in een pleeggezin. In slechts 2 730 gevallen kon er daadwerkelijk worden geplaatst. De kinderen die niet geplaatst werden bleven thuis (ondanks de slechte situatie), gingen naar een tehuis (waar ze eigenlijk niet hoorden), of zwierven van het ene crisisadres naar het andere of zelfs op straat.

De laatste tijd is er een toenemende vraag naar weekend-pleeggezinnen. Voor kinderen uit tehuizen en kinderen die nog thuis wonen. Als ondersteuning van de ouders die dan even minder belast zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden