Grote oren, grote ogen

Zondagochtend, op het tijdstip dat anderen ter kerke gaan, bevond ik mijzelf in de grote zaal van Tuschinski in Amsterdam, te midden van honderden kinderen met hele grote oren.

Je zou mijn toestand kunnen beschrijven als licht hallucinatoir, met weinig slaap na een lange feestavond van de Trouw-redactie, dat bruisende feest dat de hoofdredacteur in de zaterdagkrant al aankondigde in zijn brief. Een feest met als thema ’Amerika’, een feest dat na iets te veel drank en spectaculaire verschijningen van drie Sarah Palins en een adembenemende Marilyn Monroe, nog nabonsde in mijn hoofd, een grote advil-gelcapsule ten spijt.

Van die kinderen met die grote oren keek ik in ieder geval niet meer op. Ze hadden ze uitgereikt gekregen van de filmproductiemaatschappij ter opluistering van de première van ’Despereaux, de dappere muis’. De film, die komende week in de bioscopen komt, is de met computers geanimeerde adaptatie van een Amerikaans kinderboek. Ik had er een trailer van gezien die maakte dat ik hier, ondanks mijn weinig florissante conditie, bij wilde zijn. Wat ik gezien had, was namelijk van een grote schoonheid. Dit was geen computeranimatie, dit was schilderkunst. Om precies te zijn, de schilderkunst van de Vlaamse primitieven, of Oud-Nederlandse meesters.

Ik zat die zondagochtend naar een kindersprookje te kijken over een middeleeuwse muis met grote oren die verliefd wordt op een prinses. En dit in een tot leven gebracht tableau van Rogier van der Weyden, Jan van Eyck, Petrus Christus of Hans Memling, met hun ultrazachte kleurenpalet, hun langgerekte sculpturale hoofden en hemelse stofuitdrukking, die boekpagina’s laat ritselen, marmeren vloeren koud laat zijn, katoen en vilt tastbaar, glas breekbaar en een glinsterend muizenneusje zo vochtig dat je er even met je vinger tegenaan zou willen tikken. Dit alles overgoten met dat natuurlijke noorderlicht dat we kennen van Vermeer.

Ik was al een fan van het genre, de animatiefilm met zijn onwaarschijnlijke helden: de speelgoedpoppen in ’Toy Story’, het anemoonvisje in ’Finding Nemo, de rat in ’Ratatouille’, het robotje in ’Wall-E’, met al hun onmogelijke missies en hun rechttoe, rechtaan moraal. Het goede is goed, het foute fout. Maar bij alle brille lag over al deze helden een kunstlicht dat hun wereld van plastic maakte, met fluorescerende kleuren – echte droomfabriekproducten. Leuk bij een Happy Meal.

Maar in ’Despereaux’ vindt de animatie een nieuwe kwaliteit, en dan mag het verhaaltje met drie vertelniveaus voor kinderen nogal ingewikkeld zijn, de beelden zijn van een roerende statigheid, met een op Hieronymus Bosch geïnspireerde onderwereld en een breugeliaans platteland, met bruine modder en erboven een allerzachtste Vlaamse hemel. Ik keek er met grote ogen naar.

En zie, de muis hielp ook nog tegen de kater.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden