Grote onzekerheid over eigen baan

Van een onzer verslaggeefsters AMERSFOORT - De ziekenhuispredikant, de verpleeghuispastoor en de psychiatrische inrichtingsdominee oftewel de 'geestelijke verzorgers in zorginstellingen' moeten zichzelf gaan verkopen. Ze moeten de boer op, naar verzekeraars, instellingskoepels en patiëntenorganisaties om uit te leggen wat ze doen en waarom ze onmisbaar zijn, zo klonk het op de jaarvergadering van hun vereniging, de VGVZ.

Goed georganiseerd zijn ze, de geestelijke verzorgers in de intramurale gezondheidszorg: van de 634 leden van het vakbondje - protestanten, katholieken, joden en humanisten - was ruwweg éénderde gisteren aanwezig. Maar een vreemde mengeling van fierheid en onzekerheid zweefde door de vergaderzaal van conferentieoord De Eenhoorn in Amersfoort.

Nog voelt het als een gemis, dat de positie van de geestelijke verzorger niet meer is omgeven door die volstrekte vanzelfsprekendheid van twintig, dertig jaar geleden, toen de ziekenhuis- en instellingszorg langs levensbeschouwelijke lijnen verzuild was. De verzorgers leveren tegenwoordig 'gewoon' een deel van het zorgpakket en hebben zich over inhoud en kwaliteit van hun werk te verantwoorden.

Maar het begint al wel te strelen, dat het moderne ziekenhuis overstroomd wordt met medisch-ethische kwesties en schreeuwende zingevingsproblemen, waar geestelijke verzorgers bij kunnen helpen; de secularisatie heeft de behoefte aan geestelijke bijstand in kritieke levensmomenten niet overbodig gemaakt. De VGVZ bekroonde die gebleken onmisbaarheid met de bespreking van een uitputtend beroepsprofiel van de professionele geestelijke verzorger. Maar helemáál vertrouwen de VGVZ-leden het nog niet - onzeker geworden door vroegere teleurstellingen.

“De angst voor de toekomst van het vak is groot”, vertelt een VGVZ-lid uit een psychiatrisch ziekenhuis op de Veluwe in de wandelgangen. “Iedereen hier doet natuurlijk, alsof het ons uitsluitend om de belangen van de patiënten te doen is. Maar daaronder zit een grote onzekerheid over onze eigen baan.”

Volgens diverse tegenspelers op de zorgmarkt hoeven de geestelijke verzorgers niet bezorgd te zijn over hun hachje. “Er hangt hier een sfeer alsof wij van de Nederlandse Zorgfederatie betwijfelen of geestelijke verzorging wel een goede zaak is. U hoeft daar niet bang voor te zijn”, verzekerde gastspreker Van der Kloot Meijburg zijn gehoor, sprekend namens de NZf, de machtige koepel van ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen, verpleeghuizen en gehandicaptenzorg.

Bijna zei Van der Kloot Meijburg dat de geestelijke verzorgers niet zo moeten zeuren: “De instellingen keren tegenwoordig werkelijk ieder dubbeltje om; de norm voor poliklinische contacten wordt van tien minuten tot acht minuten teruggebracht.” Maar op een of andere manier blijft de geestelijke verzorging buiten schot. “Ik heb soms het idee dat iemand u de hand boven het hoofd houdt. En dan vraag je je af van wie die hand is”, zei hij onder gelach.

Ook drs. A. Lansen van de ziektekostenverzekeraar VGZ bezwoer de jaarvergaderaars dat het wel snor zit met hun bestaanszekerheid; de geestelijke verzorging zit in het basispakket dat alle verzekeraars moeten aanbieden en dat zal zo blijven. Zelfs dit ongelovig-paarse kabinet is niet te beroerd om te werken aan een wetje waarin het recht van patiënten op geestelijke verzorging wordt vastgelegd. “Ik zie ook in de toekomst betaling voor uw werk door zorgverzekeraars gewaarborgd”, verzekerde Lansen de bezorgde pastores droogjes.

Binnen de muren van de zorginstellingen hebben de geestelijke verzorgers dus niets te vrezen. Maar dan blijven er toch nog zorgjes over. Zo zetten ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen alles op alles om patiënten zo kort mogelijk binnen hun muren te houden. Verkorting van de opnameduur, verschuiving naar ambulante hulpverlening en naar allerlei kleinschalige tussenvoorzieningen, verschuiving van 'bed naar stoel' is het wachtwoord. De geestelijke verzorgers raken daardoor hun patiënten kwijt en de patiënten hun geestelijke verzorger. De gewone wijkpastores kunnen dat gat volgens de leden van de VGVZ niet opvullen - de gemeentedominee en wijkpastoor zouden 'volstrekt niet geëquipeerd zijn'. De diverse gastsprekers op de jaarvergadering hadden niet een-twee-drie een oplossing voor dit probleem.

Een andere punt van twijfel is het profiel van de ideale 'geestelijke verzorger'. De VGVZ-leden houden het erop, dat een geestelijke verzorger academisch-theologisch geschoold, dan wel volleerd 'humanist' moet zijn en 'ambtshalve' verbonden met het Humanistisch Verbond dan wel een kerkgenootschap.

Maar Van der Kloot Meijburg liet doorschemeren dat de instellingen aan de academische vorming en de 'ambtshalve binding' minder waarde hechten dan aan professionele hulpverlenersbekwaamheden. En dat is ook de filosofie van een nieuwe, concurrerende vereniging van geestelijke verzorgers, 'Albert Camus'. De oprichting hiervan heeft de VGVZ niet onberoerd gelaten. Nieuwe onzekerheden aan de kim, die de roep 'Laat zien dat er vraag is naar u' (VGVZ-voorzitter Hanrath), des te luider deden klinken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden