Grote Nederlanders, volgens Jan en Annie

Kort voor de Tweede Wereldoorlog verscheen het eerste deel van 'De erflaters van onze Beschaving', van het marxistische echtpaar Romein. Het boek met nationale rolmodellen werd door bezet Nederland grif gelezen.

Jan Kuijk

De Nederlanders heten de Chinezen van Europa. Maar op één punt onderscheiden wij ons van onze Aziatische stamgenoten. Wij doen niet aan voorouderverering. Hier geen Panthéon of Ahnengalerie - zelfs geen vergelijkbaar woord.

Toch klinkt de laatste tijd een roep die leegte te vullen, al was het maar met een lijst met namen van de grootste Nederlanders aller tijden. Dat is een veeg teken. De nood is kennelijk aan de man, net als in de tweede helft van de jaren dertig.

Juist in die dagen kwamen de eerste twee delen uit van Jan en Annie Romeins 'Erflaters van onze beschaving - Nederlandse gestalten uit zes eeuwen' (deel één in 1938). Deel drie en vier volgden in het eerste bezettingsjaar. Het werk was onmiddellijk populair en werd prompt herdrukt.

In 1941 verscheen nog een vierde druk, tot de bezetters verdere verspreiding onmogelijk maakten. Papierschaarste zal wel als reden opgegeven zijn. Maar er zijn heel wat getuigenissen overgeleverd van mensen die in de bezettingstijd moed en inspiratie gevonden hebben in deze biografische schetsen.

Het is een oude romantische gedachte - een complete land- of wereldgeschiedenis te vatten in portretten van grote voorgangers. Op het eerste gezicht niets voor de doorgewinterde marxisten, die de Romeins toch waren. Jan Romein legt in het 'Woord Vooraf' haarfijn uit wat de schrijvers bewogen heeft. De reden is zakelijk: In het grote en populaire overzicht 'De lage landen bij de zee' uit 1935 (ook al een bestseller van de Romeins) waren alle persoonsbeschrijvingen weggelaten om het werk in één band te kunnen persen. Niets principieels dus.

Integendeel, zo bestijgt Romein de professoren-katheder, ,,wij zijn van oordeel dat de marxistische geschiedschrijving, anders dan men vaak meent, even goed als welke andere ook, in staat is, de dramatis personae in 's wereld spel tot hun recht te laten.'' Het marxisme kan dit ,,mogelijk zelfs beter, omdat haar grondovertuiging in dit opzicht is, dat 'de grote mannen', evenals trouwens alle overige mensen, in de geschiedenis geen geïsoleerde verschijningen zijn, maar delen van het geheel''.

Een hele kluif, misschien, dit citaat, maar karakteristiek voor Jan Romein. Hij was aan een wetenschappelijke loopbaan begonnen uit verlangen dominee te worden, en dan kan het soms vreemde wegen gaan.

Zelfs in dit als populair-wetenschappelijk opgezette werk geeft hij er blijk van gek te zijn op theoretiseren en zijn vertrouwdheid met de marxistische dialectiek is te herkennen in constructies als: 'ondanks, of juist door...'. Niets van dat alles bij Annie Romein. Haar uitgangspunt lijkt te zijn het: 'doe maar gewoon.... enzovoort'.

De vier delen bevatten 35 portretten van grote mannen, plus nog één portret van een grote vrouw, de achttiende-eeuwse schrijfster Elisabeth Wolff. Jan heeft negentien mannen voor zijn rekening genomen, Annie die ene vrouw en de zestien andere mannen.

De keuze was lastig: in het Romein-archief zijn een paar lijstjes bewaard gebleven en op één daarvan figureert zelfs de koloniale houwdegen Van Heutsz. Af en toe schemeren persoonlijke voorkeuren door: Troelstra niet, maar Domela Nieuwenhuis wel, stadhouder Willem III niet, maar de patriot Joan Derk van der Capellen wel. Over de laatste laat Jan Romein zich zelfs een beetje door zijn enthousiasme meeslepen.

Het werk is spraakmakend geweest. Sinds de 'Erflaters' staat Abraham Kuyper bekend als 'de klokkenist der kleine luyden' en weten we dat Herman Schaepman ' 's Pausens Zwitser' was.

Prettig is dat de schrijvers er in geslaagd zijn de lezers bij de les te houden met oneliners als 'Onzijdigheid is een privilege van de machteloosheid' (over Johan de Witt) of 'Regenten hebben ook hun was en dus ook hun vuile was' (over Gijsbert Karel van Hogendorp).

Opmerkelijk ten slotte is de veelheid aan tragiek. Van Hogendorp gaat onder de kop 'De lof der eerzucht' de rij der groten in, maar aan het slot horen we toch dat het eigenlijk 'De tragedie der eerzucht' had moeten zijn. Dat wij als nakroost van die erflaters toch nog een vrij positief zelfbeeld mogen koesteren, zoals Jan Romein meende, mag dus een klein wonder heten.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden