Grote mannen met bloemkooloren zijn geld waard

Rugby is voor velen nog steeds die traditionele sport van grote mannen met bloemkooloren, die vooral met elkaar en een ovale bal in de clinch liggen. Om na afloop gezamenlijk aan het bier te gaan. Bij het wereldkampioenschap - van 1 oktober tot en met 6 november gezamelijk geörganiseerd door Engeland, Schotland, Ierland, Wales en Frankrijk - blijkt de sport echter steeds meer big business te zijn. En niet iedereen is daar blij mee.

,,Landen doen mee aan de Wereld Cup voor de eer en het spelplezier, niet om er financieel beter van te worden.'' Deze verklaring van de Internationale Rugbybond (IRB) volgt op kritiek van enkele 'kleine' landen dat de sport te commercieel aan het worden is. Onder de rugbydwergen bestaat bovendien de angst dat de nieuw verworven rijkdommen in handen blijven van traditionele grootmachten als Engeland, Nieuw-Zeeland, Australië en Zuid-Afrika.

Fiji hoort niet in dit rijtje thuis. De eilandengroep uit de Stille Oceaan brengt een behoorlijke ploeg op het veld, maar moet daarbuiten vechten om het hoofd financieel boven water te houden. ,,Wij lenen altijd geld, vervolgens gaan we failliet en dan moeten we bij de overheid aankloppen om ons uit de brand te helpen'', vertelt bondscoach Brad Johnstone.

Die overheid draaide vlak voor het WK op voor een schuld van ruim 800 000 gulden die de rugbybond van Fiji nog had openstaan. Vervolgens moest een half miljoen worden opgehoest om de ploeg aan de start te krijgen bij de mondiale titelstrijd. Een deel van dat geld werd nota bene samengebracht met een inzamelingsactie onder de bevolking.

,,Het is toch belachelijk dat wij onszelf bijna failliet moesten verklaren om alleen bij dit WK aanwezig te kunnen zijn, terwijl de organisatoren praten over een winst van ruim 150 miljoen gulden'', fulmineert Johnstone.

De vierde wereldtitelstrijd lijkt inderdaad een kassakraker te worden. De IRB verwacht dat de verkoop van toegangskaarten 100 miljoen oplevert. Dit geld wordt gelijkelijk verdeeld over de vijf organiserende landen. De pure winst, van meer dan 150 miljoen, moet komen uit sponsorgelden en de verkoop van tv-rechten.

Van dit batig saldo wil de IRB de komende vier jaar - tot het volgende WK - ongeveer de helft beschikbaar stellen voor subsidies aan arme én, opmerkelijk genoeg, rijke landen. Dit alles in het kader van de mondialisering van de rugbysport. Zo kwam recentelijk ook het nietige Nederland, dat zich niet wist te kwalificeren voor het WK, in aanmerking voor ontwikkelingshulp. De IRB financierde de aanstelling van bondscoach Geoff Old, een voormalig international uit Nieuw-Zeeland.

Het klinkt allemaal mooi, maar Brad Johnstone is niet onder de indruk. Bij één van de groepswedstrijden van Fiji werden zijn wisselspelers gemaand te stoppen met hun warming-up. Reden: ze belemmerden het zicht op de reclameborden. ,,Je zou denken dat de gezondheid en het welzijn van mijn wisselspelers belangrijker zijn dan reclameborden die je niet kunt zien'', verzucht Johnstone. ,,Maar alles draait nu om de commercie in het rugby.''

Voorlopig gaat alles goed met Fiji. Er werd al gewonnen van Canada en Namibië, morgen is het sterke Frankrijk de tegenstander. Wereldkampioen wordt de ploeg van Johnstone niet. Nieuw-Zeeland waarschijnlijk wel. Maar De All Blacks worden dan ook voor bijna 200 miljoen gesponsord door Adidas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden