Grote man achter communistisch verzet tegen de Nazi's overleden Gerben Wagenaar 1912-1993

Het leven van de dinsdag gestorven communistische parlementarier Gerben Wagenaar is getekend geweest door de oorlog. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan zijn deelname aan in het verzet tegen de Duitsers, maar in een adem door aan de 'eigen oorlog' van de CPN, de partijstrijd onder aanvoering van Paul de Groot waarvan Gerben Wagenaar het slachtoffer werd.

Wagenaars loopbaan in de communistische partij eindigde in 1958, toen hij met onder meer collega-Kamerlid Henk Gortzak uit de CPN werd gezet. Vanaf 1946 had hij niet alleen in de Tweede Kamer gezeten, maar was hij ook partijvoorzitter geweest. Nog een jaar bleven de dissidenten in het parlement als de onafhankelijke Brug-groep, maar daarna was er voor hem geen rol meer weggelegd.

Hoe kon het gebeuren, dat “een van onze moedigste en integerste verzetsmensen” (aldus de historicus Ger Harmsen) ten val werd gebracht door een partij die zo prat ging op zijn verzetsverleden? Wagenaar had vanaf 1943 leiding gegeven aan de illegale CPN en vertegenwoordigde de communisten in de overkoepelende Raad van Verzet. Hij was een van de leiders van de 'Militaire Commissie', de gewapende verzetsgroep van de CPN die volgens geschiedsschrijver Lou de Jong “een aanzienlijk aantal sabotagedaden gepleegd” had. En hij was erbij geweest, op die roemruchte avond van 24 februari 1941, toen Piet Nak en zo'n 250 anderen (voornamelijk communisten) op de Amsterdamse Noordermarkt besloten tot wat de geschiedenis zou ingaan als de Februaristaking, uit protest tegen de razzia's onder de joden.

Toen Gerben Wagenaar met Paul de Groot in conflict kwam, nodigde de laatste hem uit om maar eens uit te leggen hoe het kwam dat hij ondanks een keer gearresteerd te zijn geweest toch als vrij man de oorlog overleefd had. Deze bepaald niet fijnzinnige retoriek kenmerkt de partijpolitiek van De Groot en zijn getrouwen in de jaren vijftig, toen de CPN, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog in het isolement gedrongen, vanuit een egelstelling zich sterk maakte tegen de boze buitenwereld.

Wagenaar, Gortzak cum suis hadden het gewaagd om de door de CPN gedomineerde Eenheids Vak Centrale te willen beschermen tegen de uiteindelijke opheffing door De Groot, die voortdurend zwalkte tussen door hem gesuggereerde samenwerking met bondgenoten (bijvoorbeeld het NVV, voorganger van de huidige FNV) en een sectarische opstelling. Belangrijker was dat zij de beroemde rede in 1956 van Nikita Chroesjtsjov bijvielen, waarin de partijleider van de Sovjet-Unie de wreedheid van zijn dictatoriale voorganger ontmaskerde, de haast als een god vereerde Jozef Stalin. Het afrekenen met de persoonsverheerlijking was een teer punt voor De Groot, die als algemeen secretaris de partij steeds meer in zijn macht kreeg.

Het had tussen Paul de Groot en Gerben Wagenaar al eerder niet geboterd. Toen De Groot in 1957 zonder medeweten van Wagenaar oud-partijleider Jaap Brandenburg voor behandeling van ongeneeslijke kanker naar OostBerlijn had laten vervoeren, haalde Wagenaar zijn zieke vriend zo snel mogelijk terug met hulp van de anti-communistische premier Willem Drees, die voor een diplomatiek paspoort voor Brandenburg zorgde. Het was dezelfde Drees die na de oorlog met Schermerhorn aan Wagenaar een ministerspost had aangeboden, zij het zonder portefeuille: om zijn rol in het verzet kon er voor het eerst een communist tot het kabinet toetreden. Maar omdat de formateurs niet in wilden gaan op het veto van De Groot, dat hijzelf in plaats van Mansholt minister voor voedselvoorziening moest worden, ging de benoeming van Wagenaar niet door.

Als het woord 'verzet' viel, zag De Groot meteen spoken. Wagenaar nota bene had hem in bescherming genomen, toen hij in de na-oorlogse CPN op zijn plotselinge onderduik was aangevallen. Later echter zou Wagenaar ontkennen dat hij De Groot had geadviseerd zichzelf in veiligheid te brengen ten bate van de toekomst van de partij. De Groot heeft zijn leven lang geprobeerd te bewijzen dat hij 'terecht' was ondergedoken: alsof zoiets bewezen moet worden, wanneer ook nog eens eigen vrouw en kind door de Duitsers omgebracht zijn. Maar De Groots zelfverdediging bestond uit een niemand ontziende aanval op anderen. In 1958 propageerde hij het door Marcus Bakker (toen coming man) geschreven 'rode boekje' van het partijbestuur over 'De communistische partij in de oorlog'. De onbetwiste verzetsheld Wagenaar werd er om zijn plek in de Raad van Verzet afgeschilderd als een van de sluwe mensen die hadden verzwegen al in de oorlog betrekkingen te onderhouden met de Britse geheime dienst. Hij had de CPN-politiek ondergeschikt gemaakt aan het Britse imperialisme en de onvoorwaardelijke solidariteit met de SovjetUnie doorbroken. Wagenaar en de anderen waren 'onderkruipers en provocateurs naar het model van de W. A. van Mussert' (De Waarheid). Paul de Groot op een CPN-congres: “Er is in onze partij grote verontwaardiging en haat gegroeid tegen lieden die als onderkruipers zijn opgetreden.”

Het is de tragiek van Gerben Wagenaar dat zijn naam sinds het daaropvolgende royement aan de vergetelheid leek te zijn prijsgegeven. In 1982 dook zijn naam in de CPN nog een laatste keer op, toen het 'rode boekje' werd ingetrokken en de dissidenten van '58 werden gerehabiliteerd. Wagenaar zelf moest overigens niets meer weten van de zich vernieuwende partij, die bezig was 'de beginselen in te leveren'.

Gerben Wagenaar was bovenal een man van het verzet in de oorlog. In die zin is zijn naam nooit weg te schrijven uit de geschiedenis van '40-'45. Hoe waardevol zijn voorzitterschap voor de CPN was, wordt misschien nog wel eens uitgezocht. Hij scheen slecht te luisteren en graag aan het woord te zijn, liefst in urenlange monologen, maar dat hoorde toen bij de communistische cultuur. Zijn optreden als parlementarier week niet veel af van dat van andere communistische Kamerleden. In 1950 werd hij op last van Kamervoorzitter Kortenhorst de zaal uit gezet, toen hij luid protesteerde tegen een verdrag met de Verenigde Staten. In 1953 verwierp hij krampachtig de hulp door het Amerikaanse leger bij de Zeeuwse watersnoodramp.

Er is een debat geweest waarin hij grote indruk maakte. De oorlog kwam daarbij ter sprake - hoe kan het ook anders. Premier Beel verklaarde in 1946 de communisten uit de regering te houden, omdat hun program “de erkenning van de waarde der zedelijke normen miste”. Wagenaar antwoordde: “Ik wil volstaan met te zeggen dat wij wel degelijk zedelijke normen bezitten; dat heeft de tijd van de bezetting bewezen. Toen was het mogelijk om niet naar hun woorden maar naar hun daden bepaalde groepen en personen op zedelijke normen te testen. En toen heeft mijn partij in de strijd voor de vrijheid van ons land en van ons volk een onuitwisbare bijdrage geleverd. Duizenden van mijn partijgenoten zijn in de strijd gesneuveld; velen hebben de martelingen in de concentratiekampen doorstaan en zijn teruggekeerd om nu van dit kabinet te vernemen dat hun zedelijke normen beneden het peil zijn dat dit kabinet als maatstaf heeft gesteld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden