Column

Grote leugenaars hebben overactieve hersens

Rob SchoutenBeeld Maartje Geels

Toen ik een jaar of twintig was, net studerend, had ik een Ethiopische neef, aangetrouwd natuurlijk (later fladderde hij weer van de familie weg), over wie magische verhalen de ronde deden die hij zelf aanwakkerde. 

Zo zou hij door zijn grootmoeder ontmaagd zijn, kon hij kikkers tevoorschijn toveren en was hij zelf weer de neef van een van de grootste Afrikaanse tovenaars (van wie ik dan dus een soort achterneef zou zijn, vond ik).

Op zekere dag beloofde hij mij dat hij mij 's nachts boven de stad zou kunnen laten vliegen of zweven, als Aladdin zeg maar. Hij zou 's avonds langskomen en dan zou het gebeuren. Tegen alle redelijkheid in geloofde ik hem toch half en half en ik was hevig teleurgesteld toen puntje bij het paaltje kwam en hij beweerde dat ik er nog niet klaar voor was en dat de rondvlucht geen doorgang kon vinden. Het lijkt me duidelijk dat hij in alle opzichten loog maar bewijzen kon ik natuurlijk niets. Inmiddels ben ik al meer dan veertig jaar zijn spoor bijster en ik heb zijn leugenachtige belofte bij de andere nooit uitgekomen dromen weggelegd.

Waarom beloofde hij mij eigenlijk zoiets? Wilde hij indruk maken? Mij als westerling een lesje leren? In het juninummer van National Geographic lees ik een artikel, 'Why we lie', waarin de schrijver vaststelt dat de mens liegt sinds hij over taal beschikt, gemiddeld zo'n één à twee keer per dag. Waarom? Heel eenvoudig, het komt hem van pas. Het is verreweg de makkelijkste manier om macht en geld te verwerven, iemand in je ban te krijgen, stukken makkelijker dan iemand op z'n hoofd te slaan of een roofoverval te plegen. Ook schijnt het dat wij gedurende ons leven steeds beter leren liegen, tweejarigen kunnen het nog niet zo goed maar achtjarigen zijn er al veel beter in. Bovendien betekent beheersing van de leugen ook dat we op andere geestelijke terreinen, zoals kennisverwerving, beter scoren - autisten bijvoorbeeld kunnen het niet goed.

Nadenken over waarheid en leugen

Over waarheid en leugen is ook door filosofen ijverig nagedacht. Nietzsche noemde de waarheid de doelmatigste vorm van dwaling, Vestdijk schreef over de leugen van het bestaan van een opperwezen zoals hij dat zag: 'de waardigste gedaante van onze Moeder de Leugen (is) die der metafysische religie'. Liegen heeft volgens de specialisten weinig met geestelijke gezondheid te maken al kun je wel over de schreef gaan, zoals grote leugenaars bewijzen: Richard Nixon, Bill Clinton, Pinokkio, Bernie Madoff, Boudewijn Büch. Neuropsychologen hebben ontdekt dat grote leugenaars tot wel twintig procent meer zenuwvezels in hun prefrontale cortex hebben dan gemiddeld, hetgeen ze in staat stelt makkelijker verbindingen tussen het een en het ander te maken.

Die tijdelijke neef van mij met zijn mooie vliegende tapijt-praatjes zal wellicht dus gestuurd zijn door een mix van overmatige hersenactiviteit en machtswellust. Anderzijds wist hij natuurlijk heel goed dat hij het niet waar kon maken. De grootste leugen was misschien dan ook dat ik niet geschikt zou zijn om 's nachts over de stad te vliegen. Ik wacht nog steeds op een vervolgafspraak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden