Grossier in religieuze artikelen

’Hosselaar’ Lachmansingh had geen last van concurrentie. Ten eerste omdat er weinig concurrentie met zo’n breed assortiment was, ten tweede omdat het hem helemaal niets kon schelen.

Rudy Lachmansingh (62) stierf in het harnas. Hij deed zijn ochtendgebed thuis bij Hanuman, het godsbeeld dat wordt afgebeeld als half mens half aap. Hij zong de Hanuman Chalisa, het gezongen verhaal van deze hindoe-mythologische figuur, toen hij een hersenbloeding kreeg. Dat gezang was hem dierbaar.

Lachmansingh bracht dat lied – gezongen in het Hindi – in 1972 als eerste wereldwijd op plaat uit. Na het gebed zou hij naar ’zijn’ winkel gaan in de Paul Krugerlaan in Den Haag om zijn zoon Ramon (33) en dochter Sawieta (37) te helpen, die de zaak hadden overgenomen.

Dat de hersenbloeding op dat moment kwam, bracht de bekende Surinaams-Hindostaanse ondernemer in verwarring. Hij moet zich hebben afgevraagd wat de boodschap van God is, op zo’n heilig moment.

Lachmansingh is een van de bekendste Hindostaanse ondernemers in Nederland. Ieder Hindostaans huishouden – van uit Suriname afkomstige Indiërs – heeft wel een product uit zijn winkel in huis. Hij grossierde in religieuze artikelen: van godsbeelden tot benodigdheden bij een gebedsdienst, van rituele kleding tot rum uit Suriname, waarmee sommige gelovigen rituele wassingen uitvoeren.

Zijn zoon Ramon heeft de zaak die eerder gewoon Lachmansingh heette, uitgebreid en uitgebouwd. Ook de naam veranderde hij enkele jaren geleden in Bharat Kings. Dat deed Ramon uit marketingoogpunt en modernisering. Het duurde even voordat Lachmansingh al die veranderingen in zijn zaak volledig accepteerde. Zijn zoon was net zo koppig als hij, maar die jongen had ook een visie waar de vader geen nee tegen kon zeggen.

Lachmansingh kwam in 1968 van Suriname naar Nederland. De op één na oudste zoon uit een gezin van tien broers en twee zussen, was de eerste uit de familie die de oversteek waagde. Hij kwam met het doel medicijnen te studeren, maar kon die studie op een gegeven moment niet meer betalen. Zijn arme ouders in Suriname konden hem ook niet meer steunen.

Hij had allerlei baantjes in verschillende winkels. De handel trok Lachmansingh aan. Het handelen had hij al op jonge leeftijd geleerd toen hij bij een Chinees op de centrale markt in Suriname stond. Hij bleek een ware hosselaar, iemand die met allerlei handeltjes en zaakjes zijn geld bij elkaar sprokkelde.

Dat hosselen heeft hij nooit afgeleerd. Een klant kon in zijn in religie gespecialiseerde zaak gewoon om een fietsband vragen, en die nog krijgen ook. Lachmansingh kon overal van alles vandaan halen.

In dat ’overal van alles’ lagen ook zijn wortels in zijn ondernemerschap in Nederland. Hij begon een dumpwinkel met legerkleding en legerschoenen die hij elders goedkoop op de kop tikte. Gaandeweg breidde hij zijn zaken uit naar andere sectoren. Zo had hij naast zijn winkel ook een makelaardij, een reisbureau en een rotishop waar hij Hindostaanse lekkernijen verkocht. Dat allemaal in dat kleine pand in het Haagse Transvaalkwartier, in de laan die door de Hindostanen van de eerste generatie steevast verkeerd ’Paul Gluker’ werd genoemd.

Ondertussen was hij in 1973 getrouwd met Dea Khedoe, maar daar ging het een en ander aan vooraf. Lachmansingh kende haar al uit Suriname. Toen hij hoorde dat zij ook naar Nederland was gekomen en in een verzorgingstehuis in Baarn werkte, zocht hij haar op. Toen ze definitief voor elkaar kozen, konden ze nog niet met elkaar trouwen, want er was nog geen toestemming van zijn moeder in Suriname. Ze gingen samenwonen, wat in die tijd bij Hindostanen nauwelijks voorkwam. Lachmansingh ging mee met de Nederlandse trend waarin samenwonen langzamerhand was geaccepteerd. Wie hier woont, dient zich aan te passen, dat maakt het leven gemakkelijker, vond hij.

Toen zijn moeder naar Nederland kwam en zag hoe stabiel hun relatie was, stemde zij in met hun huwelijk. Het bruidspaar kleedde zich in traditionele Surinaams-Hindostaanse kleding. Ze reisden die dag in een koets, terugdenkend aan de tijd dat hun ouders en voorouders in Suriname en India met paard en wagen op pad gingen.

Na een paar jaar hosselen in Nederland, vroeg Lachmansingh zijn vader wat hij verder moest met zijn leven. Die zei daarop: „Ga het geloof in, want zolang de zon opkomt, blijft het geloof bestaan”. Dat bleek de belangrijkste beslissing van Lachmansingh ooit. Hij had nooit gedacht dat hij zo groot zou worden in de handel in geloofszaken. Vanaf de jaren zeventig begon hij religieuze producten in te kopen in India, en te distribueren en verkopen in Nederland, later zelfs in heel Europa, in Suriname en de Verenigde Staten.

Op 31 mei 1983 kreeg Lachmansingh een eredoctoraat in religie van de hervormingsgezinde hindoestroming Arya Samaj in Londen, omdat hij ervoor zorgde dat het gezongen verhaal van de oprichter van de Arya Samaj, Swami Dayanand, wereldwijd op plaat werd uitgebracht. Dat hij dat deed, lag gevoelig in zijn omgeving. Zelf was hij namelijk van brahmaanse afkomst – de hoogste kaste in het hindoeïsme, die zich verheven voelde boven een stroming als de Arya Samaj. Hij kwam uit een orthodoxe en zeer traditionele hindoefamilie. Maar hij bracht die langspeelplaat uit, omdat hij vond dat hij de vrijheid had om ieder geloofsproduct te verkopen voor iedereen die dat nodig heeft. Met het groeien van de Hindostaanse gemeenschap in de Hofstad, groeide ook de afzetmarkt van Lachmansingh. Zijn assortiment breidde hij met succes uit. Inmiddels vormen Hindostanen met 10 procent van de inwoners van Den Haag de grootste allochtone bevolkingsgroep.

Ook verkocht Lachmansingh artikelen voor moslims die ze gebruiken bij hun gebeden en rituelen. Niet bepaald iets wat past bij een orthodoxe brahmaanse hindoe, maar hij deed het gewoon. Zijn eigenwijsheid en handelsgeest zorgden voor acceptatie binnen de gemeenschap.

Het leven in Den Haag was niet eenvoudig. Rijst, die ze gewend waren te eten in Suriname, was in het begin niet in Nederland verkrijgbaar, dus aten ze aardappelen. Lachmansingh en zijn vrouw accepteerden het. Zodra het mogelijk was, werd er een douche in huis geïnstalleerd en werd er rijst gekookt. Desnoods importeerde hij die zelf.

Lachmansingh had geen last van concurrentie. Ten eerste omdat er weinig concurrentie met zo’n breed assortiment was, ten tweede omdat het hem helemaal niets kon schelen. Zijn producten waren vroeger dan ook duur vergeleken met die van concurrenten die later opkwamen. Zijn zoon doet dat anders, hij vergelijkt prijzen, kijkt naar de inkoop en kijkt naar de inrichting van de zaak. Lachmansingh deed dat niet. Als een product niet verkocht, liet hij het gewoon liggen en wachtte totdat het wel werd gekocht.

In de loop der jaren openden zijn broers in Rotterdam, Utrecht en Amsterdam ook Lachmansinghs. Een andere jongere broer opende zelfs een soortgelijke winkel recht tegenover die van Lachmansingh onder een andere naam. Hij liet ze allemaal achter zich. De winkel in Utrecht ging over de kop, de andere in Rotterdam en Amsterdam breidden niet al te veel uit. Lachmansingh bleef de grootste, ook nu zijn kinderen de zaak hebben overgenomen. De ondernemerszin en expansiedrift zitten hun in het bloed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden