Grootverdieners? Topsport is sappelen voor hongerloontje

Met het hoogdravende project ’Reis van de Held’ bereidde toenmalig technisch directeur Joop Alberda de olympische ploeg voor op de Spelen van Athene (2004). Maar zijn topsporters wel helden?

Een ruime meerderheid van het Nederlandse publiek plaatst hen inderdaad als zodanig op een voetstuk. Tegelijkertijd hebben de meeste topsporters juist niet het gevoel grote erkenning te krijgen of aanzien te hebben.

Eenzelfde tegenstrijdigheid doet zich voor bij de vraag of topsporter een volwaardig beroep is. 77 procent van de topsporters vindt dat hun vak niet als zodanig wordt gezien. De meerderheid van de Nederlandse bevolking vindt juist wel dat topsport een echt beroep is, en wel een prestigieus, na te streven vak. Al blijft een schooldiploma wel boven een olympische medaille gaan.

Deze tegenstrijdigheden vond hoogleraar Sportontwikkeling Maarten van Bottenburg bij zijn onderzoek naar het topsportklimaat in Nederland, getiteld ’Op jacht naar Goud’. Omdat deze in nauw verband staat met het bovenstaande, nog een derde tegenstrijdigheid. Tussen 2002 en 2008 hebben meer Nederlanders van sport hun fulltime vak gemaakt. Tegelijkertijd is het gemiddelde bruto jaarinkomen van sporters met een A-status (daar vallen beroepsvoetballers en wielrenners buiten) in die periode gedaald van 26.700 euro naar 22.000 euro.

De oorzaak daarvan ligt in een aangescherpte eis om voor het stipendium in aanmerking te komen. Minimaal 32 uur moet aan sport worden besteed, in ruil voor zeventig procent van het minimumloon. Daardoor is het percentage topsporters dat ernaast ander betaald werk verricht afgenomen.

Het gemiddelde van 22.000 euro wordt nog omhooggetrokken door een kleine groep topsporters met een jaarinkomen van meer dan 100.000 euro. Een kwart van de topsporters verdient minder dan 12.000 euro per jaar, de helft komt niet boven de 16.500. „In weerwil van de beeldvorming over topsport bestaan er nauwelijks grootverdieners”, is een conclusie van Van Bottenburg.

Integendeel, het is sappelen voor een hongerloontje. Voor studerende sporters mag het stipendium een prima voorziening zijn, de gemiddelde topsporter is 28 jaar oud en heeft een hbo- of wo-opleiding genoten. Vandaar het pleidooi om het loon van de topsporter aan te passen aan leeftijd, opleiding of gezinssituatie.

Topsporters vergroten de nationale trots, bindt mensen en inspireert kinderen. Maar dat gevoel van buiten komt niet over op het merendeel van de topsporters. Slechts een enkeling schopt het via televisie tot BN’er en krijgt daarmee het grote geld binnen bereik.

De media-aandacht concentreert zich op voetbal, schaatsen, tennis, wielrennen, Formule 1 en darts. Daarbuiten komt slechts een zeer selectief groepje olympische sporters regelmatig op televisie. Zwemcoach Jacco Verhaeren ageert hier regelmatig tegen, al heeft hij met zijn (oud)pupillen Pieter van den Hoogenband en Marleen Veldhuis niet eens zoveel te klagen.

Aan die kleine groep wordt het hoge prestige van de topsporter afgemeten. De grote meerderheid blijft buiten beeld, en dat blijkt topsporters een doorn in het oog. De meeste leden van het Nederlandse olympisch team worden op straat niet herkend, ofschoon zij de status van topsporter hebben en op wereldniveau presteren. Vandaar hun gevoel dat ze ondanks het sterk verbeterde topsportklimaat nog altijd een hobby uitoefenen in plaats van een volwaardig ambacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden