'Grootste olympiër is diegene die het meest inspireert'

Wint vis Phelps het van kikker Ray Ewry? Of wordt het Jesse Owens, het symbool van de strijd voor rassengelijkheid? Anderen vinden weer dat Fanny Blankers-Koen, inspiratiebron voor vrouwen, tot grootste olympiër ooit moet worden uitgeroepen. Maar kun je al die groten uit verschillende disciplines wel met elkaar vergelijken?

ROB VELTHUIS

In de aanloop naar de Olympische Spelen van Peking begon de vraag al te zeuren, voor velen werd zij pas in Londen beantwoord: wie is de grootste olympiër? Zwemfenomeen Michael Phelps won tijdens de gisteren afgesloten Spelen zijn 22e medaille, en is daarmee zonder voorbehoud de meest gelauwerde sporter uit de olympische geschiedenis.

Maar is hij daarmee ook de grootste olympiër? Zelfs de meest chauvinistische Amerikanen struikelen over dit vraagstuk, al komt een alternatief steevast uit eigen land. Maar voordat de Grootste op de troon kan worden gehesen, zullen de voorwaarden moeten worden geformuleerd waaraan hij of zij moet voldoen.

Sebastian Coe, baas van het olympisch feest in Londen, kapte de discussie meteen af. Hij sprak van een wereldwijde pub game, kroegpraat. "Phelps is de succesvolste sporter, maar naar mijn mening vermoedelijk niet de grootste." Coe mompelde de namen van zijn landgenoten Steve Redgrave en Daley Thompson. "En als ik een aantal generaties terugkijk, dan is wat Jesse Owens in 1936 deed ongelooflijk, of Nadia Comaneci. Ik weet het niet. Het is de wereldwijde pubquiz."

De kwestie is ook gecompliceerd. Laten we om te beginnen hetzelfde vraagstuk bij de kop pakken in één sport, voetbal. Wie is de grootste speler aller tijden? Zelfs daarover is geen consensus, al is de keuze beperkt.

Redenerend vanuit Nederland - chauvinisme speelt een rol - gaat het om drie namen: Pelé, Cruijff en Maradona. Voor Messi (25) is het nog te vroeg.

Gaat het om de meeste stemmen, dan kan Cruijff het schudden. Het gaat hierbij namelijk niet alleen om technische en tactische vaardigheden, maar zeker ook om het winnen van de hoogste prijzen.

Op het moment dat Cruijff in 1974 de wereldtitel had moeten binnen slepen, met toch niet het minste elftal, had hij een offday. Niet gepiekt op het juiste moment, zou de olympiër zeggen. Van een tweede kans zag hij vrijwillig af.

Pelé wist zich in Brazilië een voetballeven lang omringd door geweldige spelers. Hij deed mee aan vier WK's en won er drie, de eerste op zijn zeventiende. Verder was hij tijdens zijn carrière van onbesproken gedrag, op het saaie af. Hij schopte het erna even tot minister van sport en was ambassadeur van Unicef en Unesco.

Maradona was net als de zwarte parel uit Brazilië van arme komaf, werkte zich als balvirtuoos op en maakte het matige Argentinië in 1986 min of meer persoonlijk wereldkampioen. Een positieve dopingtest en een leven met maffia, drugs en andere schandalen vormen zijn keerzijde.

Wie is de grootste van de twee? Zegt u het maar.

Nu staan we als toeristen op de zaterdagmarkt van het Mexicaanse bergstadje San Cristóbal de las Casas. De straten van een complete wijk zijn er gevuld met kramen waarop ontelbare soorten fruit zorgvuldig gesorteerd op kleur, smaak, vorm en grootte liggen uitgestald. We gaan op zoek naar het lekkerste fruit, maar waar hebben we vandaag zin in? En heeft die kraam met het grootste assortiment ook het beste te bieden?

We zijn terug bij Phelps. We kieperen zijn 18 gouden, twee zilveren en twee bronzen medailles in de weegschaal. Het is de grootste en zwaarste portie, maar zien we daar een paar beurse plekken? Die acht gouden van Peking, die zijn gezwommen in pakken die nu verboden zijn.

Het is een flauw argument. We moeten wel tijdsbeeld en regels respecteren waarin de prestaties tot stand kwamen.

Dan wat anders, is hulp toegestaan? Acht van zijn 22 medailles won Phelps in estafetteverband, mokt een gewaardeerde Belgische sportvolger in zijn column: is hij een Belg, en gaat hij twee keer zo hard door het water, dan blijft het bij veertien individuele medailles.

Dat blijft een ongelooflijke prestatie. Maar er is iets geks met zwemmen. Daar gaat het er op de meeste onderdelen helemaal niet om wie de snelste zwemmer is. Om dat te bepalen zijn al die verschillende slagen niet nodig, de vrije slag volstaat. En laat Phelps nou uitgerekend op de 100 meter vrij nooit op het erepodium hebben gestaan. Zijn illustere Amerikaanse voorgangers Mark Spitz en Matt Biondi wonnen het koningsnummer wel.

Phelps is een virtuoos. Vlinderslag, schoolslag, rugslag, wisselslag, hij beheerst het als geen ander. Maar het blijft zwemmen met een handicap, het maakt het voor de kijkers nodeloos ingewikkeld. Ze zouden gek worden als het olympisch programma werd uitgebreid met zijwaarts- en achteruitlopen over alle afstanden. Of het boven- en onderhands werpen van speer, kogel en discus, eventueel nog uit te breiden met een variëteit aan gewichten. Dat soort gekkigheid is lang geleden afgeschaft, maar daarover verderop meer.

Kort gezegd: petje af voor de veelvraat Phelps, maar het wordt zwemmers wel makkelijk gemaakt. Een judoka heeft vier jaar nodig voor één medaille; een zwemmer kan er twee pakken binnen een half uur. Voor 22 medailles heeft eerstgenoemde 84 jaar nodig; Phelps won ze in een tijdspanne van acht.

Maar laten we Phelps, met alle respect, even terzijde schuiven. Atletiek, zwemmen en turnen vormen traditioneel het hoofdprogramma van de moderne Olympische Spelen. Daar wordt tijdens één toernooi regelmatig een setje medailles verzameld.

De waarde ervan heeft te maken met de mate van beoefening in de wereld, die weer samenhangt met de mate van ontwikkeling. Hoe massaler beoefend, hoe moeilijker het wordt. Meer mensen zullen 100 meter hebben gesprint dan in het water hebben gevlinderd.

Gaat het vervolgens om een rijke oogst op één toernooi, of is gespreid winnen over enkele jaren of zelfs decennia knapper? Gaat het ook om sportiviteit en charisma, om het overwinnen van schier onmogelijke barrières? Houdt de grootheid op na de sluitingsceremonie, of gaat het ook om een andere erfenis? Een grootse sportprestatie kan een nieuwe ontwikkeling inleiden in de sport, zelfs baanbrekend zijn in doen en denken binnen culturen.

We beginnen, in Londen. Daar werd Usain Bolt tweemaal op rij drievoudig olympisch kampioen op de sprintnummers. Voeg er de exceptionele wereldrecords bij waarvoor hij in Peking en Londen verantwoordelijk was, en hij is een concurrent voor Phelps.

Als in een tijdmachine worden we dan teruggeslingerd naar het begin van de vorige eeuw. Daar springt Ray Ewry, de menselijke kikker, uit de hoed. In 1900 (op één dag) en 1904 won hij goud bij het hoogspringen, verspringen en hink-stap-springen, alle uit stand. In 1908 herhaalde hij dit, nogmaals zonder aanloop, bij hoog en ver.

Ewry werd beschouwd als een springwonder. Op zijn vijfde kreeg hij polio en belandde in een rolstoel. Hij weigerde zich neer te leggen bij de sombere voorspellingen, ontwikkelde zelf oefeningen voor zijn beenspieren en bleef die trainen toen hij weer kon lopen. Hier triomfeert het toonbeeld van volharding, maar wie had het in de gaten in een tijd dat ook de grootste olympiërs anoniem ploeterden?

Ook het aantal prijzen hangt niet altijd samen met de mate van (mondiale) bekendheid. 48 jaar verstreken tot het moment dat Phelps in Londen in kwantitatieve zin gymnaste Larissa Latynina overtrof. De Oekraïense won in 1956, 1960 en 1964 in totaal 18 medailles, waarvan 14 individueel.

Latynina was in Londen aanwezig bij het memorabele moment, maar blijft de eretitel 'Grootste Olympiër' opeisen. Zij had immers als trainster de Sovjet-Unie aan nog tien gouden medailles geholpen.

Maar wie kende Latynina vlak voor zij betrokken werd bij het mediaoffensief rond de verbaal en qua uitstraling saaie Phelps?

Bij turnen gaan de gedachten vooral uit naar Nadia Comaneci, dat Roemeense opdondertje van 14 dat in Montreal als eerste de perfecte score van 10 bereikte. Zevenmaal zelfs.

De Duitsers hebben hun Birgit Fisher die in de kajak acht titels en wat zilverwerk won tijdens zes verschillende Spelen (1980-2004). Daarbij moest ze als Oost-Duitse die van Los Angeles overslaan. De Hongaarse schermer Aladar Gerevich trok er zelfs 28 jaar voor uit om de enige man te worden die in hetzelfde (team) onderdeel met sabel zes keer het gouden doel trof.

De Britten vinden hun roeier Steve Redgrave (vijf keer goud van 1984 tot 2000) onovertroffen. De Canadezen hebben in Clara Hughes hun grote trots: ze is de enige olympiër die medailles won in de zomer- én winterspelen, als wielrenster en schaats ster.

Vergelijk dat met de pionier in het afstandslopen, Paavo Nurmi. De veelzijdige Fin won van 1920 tot 1928 negen gouden en drie zilveren medailles op afstanden variërend van 1500 meter tot 10 kilometer, op cross en steeple. In 1932 werd hem de amateurstatus ontnomen, hij zou te veel aan reiskostenvergoeding hebben aangenomen.

Ook de Tsjechen hebben in Emiel Zatopek een onvergetelijke lange afstandloper. Wie gaat het de Locomotief ooit nadoen, op één Olympische Spelen goud op de vijf en tien kilometer om vervolgens als debutant ook de marathon te winnen.

De twee onuitwisbare namen in de atletiekgeschiedenis. Dat geldt ook voor de Amerikanen Al Oerter en Carl Lewis. Hun overeenkomst: ze wonnen net als de Deense Finn-zeiler Paul Elvstrom individueel goud op hetzelfde onderdeel op vier achtereenvolgende Spelen.

De obsessieve Oerter deed dat van 1956 tot 1968 ondanks een auto-ongeluk dat hem bijna het leven kostte. Zijn artsen adviseerden hem te stoppen. Het antwoord van Oerter: "Dit zijn de Olympische Spelen - je sterft voordat je stopt."

Veel Amerikanen menen dat niet Phelps, maar Carl Lewis de grootste olympiër is. Niet alleen was Lewis de grootvorst van de verspringbak, hij was ook de stilist van de sprint. In totaal won hij negen keer goud en één keer zilver. Zijn minpunten: de titel van 1988 op de 100 meter kreeg hij cadeau nadat Ben Johnson op doping was betrapt. En aan de prediker van de schone sport zelf zat dat jaar ook een dopingsmetje.

Van onbesproken gedrag is zijn voorganger Jesse Owens die in 1936, net als Lewis in 1984, goud won op de 100, 200 en 4x100 meter en het verspringen. De memorabele zegereeks van Owens wordt beschouwd als demonstratie tegen Hitler, die de Spelen gebruikte als propaganda voor zijn Arische idealen van raszuiverheid en superioriteit. Owens maakte er een karikatuur van.

Veel verschil met zijn eigen land maakte het niet. Zwarten waren ook in de VS minderwaardig, bij zijn terugkeer werd Owens niet geëerd. Hij moest leven, dus nam hij commerciële klussen aan, bijvoorbeeld lopen tegen paarden. Het kostte hem zijn amateurstatus. Pas in 1955 gaf president Eisenhower hem de eer die hem toekwam, als ambassadeur van de sport.

Voor de zwarten was Owens in de strijd om gelijke rechten een groot voorbeeld, net als later Cassius Clay (Mohammed Ali) die zijn goud van 1960 uit woede over de ongelijkheid in de Ohio Rivier wierp.

Voor William C. Rhoden, columnist van de New York Times, is Owens daarom de grootste olympiër. "Zelfs Carl Lewis stond op Jesse Owens' schouders om te komen waar hij kwam." Zijn conclusie: "De grootste olympiër is diegene die de kijker, lezer, luisteraar het meest inspireert."

Zelfs dan is zijn keuze arbitrair. De Amerikaan had ook voor een Nederlandse kunnen kiezen. Voor Fanny Blankers-Koen, de huisvrouw van 30, veelzijdiger dan Owens, die in Londen 1948 ook vier gouden medailles won. Een vrouw die topsport bedreef in een tijd dat het ongehoord was, zeker als moeder van twee kinderen.

Na haar zegetocht door Londen trok ze de wereld over om haar bijzondere verhaal - dat ze zelf helemaal niet bijzonder vond - uit te dragen. Daarmee werd de Nederlandse de katalysator in het emancipatieproces van de vrouwensport. Het leverde haar in 1999 de eretitel 'Atlete van de eeuw' op, naast Carl Lewis die ze, net als Owens, bewonderde.

Owens-Koen, die strijd is dus onbeslist. Net zoals de vergelijking met al die andere groten geen winnaar kan opleveren. Er zijn er gewoon te veel, en ze zijn te divers. De grootste olympiër bestaat niet.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden