Grootste klap is voor natuur al veel eerder gevallen

DWINGELOO - Staatsbosbeheer vreest dat de droogte blijvende schade aan de natuur zal berokkenen. De aanhoudende droogte van dit moment zou op zich niet funest hoeven zijn. Het nadelige effect ervan stapelt zich echter bovenop de structurele verdroging die in de loop van de jaren is ontstaan door het verlagen van de grondwaterstand om de landbouw te gerieven.

JAN SLOOTHAAK

Onder meer de laatste 20 hectare blauwgrasland die nog versnipperd voorkomt in Drenthe en Overijssel krijgt een zware klap. “We moeten er rekening mee houden dat meer dan honderd soorten planten in de verdrukking komen en deels wellicht voorgoed verdwijnen”, zegt Ella de Hullu, hoofd Bos- en natuurbeheer van Staatsbosbeheer.

Zestig jaar geleden was er nog zo'n 10 000 hectare blauwgrasland met gevoelige plantensoorten als de parnassia, blauwe knoop, vleeskleurige orgus en vlozegge. Staatsbosbeheer beheert in heel Nederland 220 000 hectare en daarvan is een kwart (45 000) droogtegevoelig. Ook heidegebieden met zeldzame planten als de klokjesgentiaan, gevlekte orgus, zomerdauw en wolfsklauw hebben het hard te verduren. Net als broekbossen, bossen op drassige grond.

De natuur krijgt nu een forse klap maar volgens De Hullu is “de echte grote klap in het verleden sluipend gekomen”. De verlaging van de grondwaterstand, mest, landbouwgif en andere bestemmingen van de grond, zoals woonwijken, deden een aanslag op de natuur. “We hebben de mondvol over de tropische regenwouden, maar we laten zelf ook soorten verdwijnen. Een beetje dubbel”, lucht ze haar hart.

De laatste jaren is er een hersteloperatie gaande om de fouten uit het verleden weer wat glad te strijken. Of dat slaagt hangt vaak van de lokale partijen af en dat lukt niet altijd even goed. In het natuurpark Dwingelderveld (25 000 hectare in Drenthe) wordt er echter volop aan gewerkt. Een tochtje met Herman Brink, districtshoofd Staatsbosbeheer, door het uitgestrekte gebied laat de extremen zien. In het Holtveen stopt hij bij een peilbuis. Met een demonstratief gebaar laat hij er een meetlint in zakken. “Als ik water raak hoor je een plopje”, verduidelijkt hij. Normaal zou het 'plopje' moeten klinken als het lint zo'n anderhalve meter is gezakt. Na twee meter is nog niks te horen, na drie meter evenmin. En na 3.40 meter valt het meetlint slap. Het gewicht heeft de zandbodem bereikt. Geen druppel water dus.

De peilbuis staat bij een half afgegraven zandvlakte. “Ooit”, vertelt Brink, “was hier een slenk. Er werd echter landbouwgrond van gemaakt en bos aangeplant. Nu wordt dat afgegraven om weer een voedselarme slenk te maken. Als alles goed gaat zal zich weer veen vormen. En dat gedraagt zich als een spons. Een paar honderd meter terug had Brink een 'veentje' laten zien. Zo op het oog is er geen water te zien, maar de argeloze bezoeker die doorloopt krijgt onherroepelijk natte voeten als hij op de vegetatie stapt: een veenbegroeiing die op en neer gaat met de waterstand en als een spons water opneemt en weer afgeeft. Zo'n veenvegetatie is in staat lange tijd water vast te houden, ook in tijden van extreme droogte. Die situatie willen Staatsbosbeheer, het waterschap Meppelerdiep en verschillende andere instanties weer terug krijgen.

De politiek, die lange tijd alleen oog had voor de economische belangen van de landbouw, is enkele jaren geleden al op haar schreden teruggekeerd. De derde nota voor de waterhuishouding bepaalde dat in het jaar 2000 een kwart van de verdroging weer moet zijn teruggedraaid. Een politieke kentering die volgens ir. Freek Benning van het waterschap Meppelerdiep alleen kans van slagen heeft als alle partijen - en dan vooral de traditionele tegenstanders: boeren en natuurbeschermers - niet blijven doorzeuren over wie er schuldig is, maar tot daden komen. In het Dwingelderveld lijkt dat volgens hem aardig te lukken. Door technische hoogstandjes op het gebied van de hydrologie wordt de waterstand gemanipuleerd.

Wil de hersteloperatie slagen dan zullen boeren bereid moeten zijn te verkassen. Dat is ook een voorwaarde om weer constant water te krijgen in een zo goed als drooggevallen plas op de Dwingeloosche hei (1000 ha van het Dwingelderveld), vroeger de natste hei van Europa. Nu dor en droog. Natuurvorser Jac. P. Thijsse beschreef begin deze eeuw dat de plas in extreme gevallen wel eens droog zou kunnen vallen. Tegenwoordig is het andersom, de plas staat vaker droog dan dat er water te bekennen is. Er zijn nu plannen om de Noorderveldleiding die het water langs de heide afvoert, weer te dempen. Het water van hoger gelegen delen kan dan niet meer weg, de hei blijft (als vanouds) nat en de plas raakt weer vol water. Of het zo ver komt hangt niet alleen af van de medewerking van boeren die uitgekocht moeten worden maar ook van de subsidies. In het gebied is inmiddels vier miljoen gulden geïnvesteerd en het weer nat maken van de hei vergt al met al nog eens een extra drie miljoen gulden.

Overigens kan het verkeren. “Een jaar geleden hadden we ook een excursie kunnen organiseren, maar dan omdat er zo veel water stond. Je kon er nauwelijks met goed fatsoen doorkomen zonder lieslaarzen”, vertelt Brink. Voor de natuur was dat gunstig. De droogte is dat niet. Veel regen kan de schade nog beperkt houden. Anders dreigt een herhaling van 1976. Het hele jaar viel er volgens Ella van Hullu toen 600 mm regen tegen normaal 800. Tot nu toe is dit jaar nog maar 80 mm gevallen. De grondwaterstand is nu al even laag als normaal aan het eind van de zomer. J. Kuiper, woordvoerder van Staatsbosbeheer: “Het waterpeil is niet met een paar buitjes bijgetrokken. De waterschappen moeten terughoudend zijn met beregenen want anders zakt het water nog verder.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden