Grootse kleine meesters

De Duitse kledingfabrikant Thomas Rusche heeft wat met Hollandse schilderkunst. Zijn collectie van 155 kleine meesterwerken prijkt in de Kunsthal in Rotterdam.

De Duitse textielbaron Thomas Rusche is een gepassioneerd kunstverzamelaar. Hij gaat graag met de al door zijn ouders en grootouders opgebouwde schilderijenverzameling de boer op. De collectie wil hij voor een breed publiek toegankelijk maken.

Dat leidt niet tot waardevrije presentaties: Rusche heeft zo zijn eigen opvattingen. Omdat zijn belangstelling uitsluitend uitgaat naar schilderkunst van Nederlandse komaf uit de 17de eeuw, spreekt hij ook een Nederlands publiek aan. Rusche prijst zijn bezit aan als ’kleine meesterwerken’. Onder die titel is de hele collectie van 155 nummers in de Rotterdamse Kunsthal te zien.

Rusche wil met zijn encyclopedisch gerichte verzameldrift een lans breken voor de zelden geziene meesters. Een mooie kans dus om ’grote’ kleine meesters in Rotterdam tegen te komen. De soms al te grote nadrukkelijkheid waarmee ze op de rondgang door het Hollandse binnenhuis worden getoond, moet op de koop worden genomen.

Rusche, die in 1962 werd geboren, staat aan het hoofd van het in de Duitse Oelde (Westfalen) gevestigde herenmodebedrijf SüR, opgericht door vader Egon Rusche. Die liet op zijn beurt de familiecollectie die door grootvader Anton Rusche (1839-1902) was bijeengebracht, bij zijn dood in 1996 aan zoon Thomas na. De verzameling had dus al duidelijke contouren. Dat weerhield Thomas Rusche er niet van deze met kracht uit te bouwen. Nadat het kunstbezit zo’n tien jaar geleden was gecatalogiseerd, werd het hem snel duidelijk waar lacunes moesten worden aangevuld. Zo ontstond een collectie die vooral in de breedte is uitgebouwd en die eigenlijk weinig verdieping kent.

Rusche bestrijkt vrijwel alle onderwerpen die Hollandse schilders in de 17de eeuw schilderden en waarvoor op de particuliere markt gretig aftrek bestond. Het zijn meestal schilderijen op klein- of kabinetformaat. Het gaat Rusche om die particuliere afnemers. Schilderijen op groot formaat, zoals altaarstukken die Abraham Bloemaert heeft gemaakt of regentenportretten à la Frans Hals, kom je in de Kunsthal niet tegen.

De toptien van de Nederlandse schilderkunst ontbreekt geheel: geen Ruysdael, Rembrandt, Vermeer of Aelbert Cuyp. Wel het echelon dat daar direct op volgt: kwaliteit te over bij Jan van Goyen, Jan Porcellis, Pieter Claesz, Jan Asselijn, David Teniers de Jonge of Herman Saftleven.

Van verdere specialisaties onthoudt Rusche zich. Hij richt zich ook niet op stijlen of substijlen. Stromingen zoals de classicisten en de italianisanten komen er niet aan te pas. Is een naam eenmaal in de collectie opgenomen, dan komt de verzamelaar niet meer terug op zijn werk. Dat lijkt eerder op een Amerikaanse wijze van verzamelen dan op een Duitse. Het Carnegie Museum in Pittsburgh en het Cleveland Museum of Art zijn een voorbeeld van zo’n postzegelcollectie.

Juist omdat de verzamelaar niet van grote namen uit gaat, richt de kijker alle aandacht op het onderwerp. Centraal staan drie aandachtsgebieden: landschap, portret en stilleven. Samen vormen ze meer dan de helft van wat in het Nederlandse binnenhuis rond de jaren 1670 hing.

Rusche gaat een beetje voorbij aan het historiestuk, dat ook erg geliefd was in die tijd. In de collectie SüR is daar beperkt plaats voor. Misschien komt dat omdat dit onderwerp vaak in de opdrachtsfeer werd geschilderd en minder als een goed verhandelbaar schilderij werd gezien.

En om het verhaal achter de afname van de kunst gaat het verzamelaar Rusche. Om die reden is de Kunsthal verbouwd tot een gigantisch Oudhollands binnenhuis waar hier en daar wat meubelen staan, maar bovenal verschrikkelijk veel schilderijen van een- en dezelfde eigenaar hangen. Storend is dat de inrichters voor bonte wanden hebben gekozen die een vorm van polychromie kennen die in de Hollandse Gouden Eeuw ongekend was.

Gelijktijdig is in het naburige Museum Boijmans Van Beuningen de tentoonstelling ’Vroege Hollanders’ te zien. Daar zijn de zaalwanden even veelkleurig als in de Kunsthal. Maar in Boijmans hebben die verschillende kleuren een duidelijke betekenis: ze bakenen de verschillende steden af waar de kunst in de late Middeleeuwen werd geproduceerd.

Op de muren van het binnenhuis in de Kunsthal werden uitvergrote reproducties van 17de-eeuwse schilderijen opgeplakt van een kwaliteit die nog het best als kitscherig is te omschrijven. Zo wordt de vorm belangrijker dan de inhoud.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden